Enkele opmerkingen over voeding

Over het algemeen zou men slechts matig moeten eten. Vasten, wanneer het niet wordt overdreven in ascetische eenzijdigheid is aan te bevelen.

Eiwitrijke voeding versterkt de seksuele driften en maakt ze moeilijk te beheersen. Suiker bevordert de zelfstandigheid maar ook het egoïsme. Specerijen, vooral peper en zout zouden bij neiging tot woede moeten worden vermeden. Als er een neiging tot gemakzucht en luiheid is, moet slechts weinig stikstofrijke voeding, maar rijkelijk groente en fruit genoten worden. 

Bij een neiging tot afgunst, jaloezie en valsheid (Duits: Hinterlist) moeten komkommers, pompoenen en andere slingerplanten vermeden worden. Bij sentimentaliteit (Duits: Gefühlschwärmerei) moeten vooral meloenen worden vermeden. Overvloedige appelconsumptie versterkt bij bepaalde mensen de heerszucht en leidt vaak tot wreedheid en bestialiteit. Kersen en aardbeien zijn door hun hoog ijzergehalte niet voor iedereen heilzaam. Meer gunstig zijn wel bananen, dadels en vijgen. Hazelnoten versterken het denken. Alle andere noten zijn minder waardevol, pinda’s moeten helemaal worden vermeden.

Bron: Anthrowiki – Der Einfluss der Ernährung auf die Seelentätigkeit (Lit.: GA 266a, S. 558ff)

Rudolf Steiner – GA 266a – Aus  den  Inhalten der  esoterischen  Stunden – Gedächtnisaufzeichnungen von  Teilnehmern Band  I:  1904  – 1909 (bladzijde 558-559)

aacdaa31-9ccd-4c5a-aa76-86fe107452a7_shutterstock_553662235_groente_kleurrijk

Eerder geplaatst op 22 april 2017  (10  reacties)

Over matigheid en vasten

Zou de mens veel en vaak eten, dan zou hij geen vruchtbare gedachten kunnen voortbrengen. Want als de spijsvertering zeer veel kracht in beslag neemt, dan blijven geen krachten over voor het denkvermogen. Juist mensen die de wereld met de producten van hun geest verrijkten, hebben op zeer karige kost geleefd. Schiller, Shakespeare en veel van onze dichters, aan wie we nu prachtige werken hebben te danken, hebben zich door zware ontberingen heen gewerkt. De geest is nooit zo helder als na lang vasten. Ook in de geschiedenis van religieuze ordes en in de levensbeschrijvingen van heiligen vindt men talrijke voorbeelden van de werkingen van een matig leven. De grootste heiligen leefden slechts van vruchten, brood en water, en geen groot heilige was ooit bekend, die bij een copieuze maaltijd goddelijke krachten aan het werk zette. Ook alle grote wijzen uit de oudheid waren geroemd om hun matigheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band I: 1904 – 1909 (bladzijde 559-560)

Eerder geplaatst op 5 januari 2016 

Enkele opmerkingen over voeding

Over het algemeen zou men slechts matig moeten eten. Vasten, wanneer het niet wordt overdreven in ascetische eenzijdigheid is aan te bevelen.

Eiwitrijke voeding versterkt de seksuele driften en maakt ze moeilijk te beheersen. Suiker bevordert de zelfstandigheid maar ook het egoïsme. Specerijen, vooral peper en zout zouden bij neiging tot woede moeten worden vermeden. Als er een neiging tot gemakzucht en luiheid is, moet slechts weinig stikstofrijke voeding, maar rijkelijk groente en fruit genoten worden.

Bij een neiging tot afgunst, jaloezie en valsheid (Duits: Hinterlist) moeten komkommers, pompoenen en andere slingerplanten vermeden worden . Bij sentimentaliteit (Duits: Gefühlschwärmerei) moeten vooral meloenen worden vermeden. Overvloedige appelconsumptie versterkt bij bepaalde mensen de heerszucht en leidt vaak tot wreedheid en bestialiteit. Kersen en aardbeien zijn door hun hoog ijzergehalte niet voor iedereen heilzaam. Meer gunstig zijn wel bananen, dadels en vijgen. Hazelnoten versterken het denken. Alle andere noten zijn minder waardevol, pinda’s moeten helemaal worden vermeden.

Bron: Anthrowiki – Der Einfluss der Ernährung auf die Seelentätigkeit (Lit.: GA 266a, S. 558ff)

Eerder geplaatst op 16 april 2016

Enkele opmerkingen over voeding

Over het algemeen zou men slechts matig moeten eten. Vasten, wanneer het niet wordt overdreven in ascetische eenzijdigheid is aan te bevelen.

Eiwitrijke voeding versterkt de seksuele driften en maakt ze moeilijk te beheersen. Suiker bevordert de zelfstandigheid maar ook het egoïsme. Specerijen, vooral peper en zout zouden bij neiging tot woede moeten worden vermeden. Als er een neiging tot gemakzucht en luiheid is, moet slechts weinig stikstofrijke voeding, maar rijkelijk groente en fruit genoten worden.

Bij een neiging tot afgunst, jaloezie en valsheid (Duits: Hinterlist) moeten komkommers, pompoenen en andere slingerplanten vermeden worden . Bij sentimentaliteit (Duits: Gefühlschwärmerei) moeten vooral meloenen worden vermeden. Overvloedige appelconsumptie versterkt bij bepaalde mensen de heerszucht en leidt vaak tot wreedheid en bestialiteit. Kersen en aardbeien zijn door hun hoog ijzergehalte niet voor iedereen heilzaam. Meer gunstig zijn wel bananen, dadels en vijgen. Hazelnoten versterken het denken. Alle andere noten zijn minder waardevol, pinda’s moeten helemaal worden vermeden.

Bron: Anthrowiki – Der Einfluss der Ernährung auf die Seelentätigkeit (Lit.: GA 266a, S. 558ff)

Over matigheid en vasten

Zou de mens veel en vaak eten, dan zou hij geen vruchtbare gedachten kunnen voortbrengen. Want als de spijsvertering zeer veel kracht in beslag neemt, dan blijven geen krachten over voor het denkvermogen. Juist mensen die de wereld met de producten van hun geest verrijkten, hebben op zeer karige kost geleefd. Schiller, Shakespeare en veel van onze dichters, aan wie wij nu prachtige werken hebben te danken, hebben zich door zware ontberingen heengewerkt. De geest is nooit zo helder als na lang vasten. Ook in de geschiedenis van religieuze ordes en in de levensbeschrijvingen van heiligen vindt men talrijke voorbeelden van de werkingen van een matig leven. De grootste heiligen leefden slechts van vruchten, brood en water, en geen groot heilige was ooit bekend, die bij een copieuze maaltijd goddelijke krachten aan het werk zette. Ook alle grote wijzen uit de oudheid waren geroemd om hun matigheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band I: 1904 – 1909 (bladzijde 559-560 )

Eerder geplaatst op 23 juni 2011