Innerlijke wereld / Uiterlijke wereld

Er zijn spirituele bewegingen die de mensen van de uiterlijke wereld wegvoeren (hinwegweisen); men zou het hoger zelf alleen in zichzelf moeten zoeken. Dit standpunt kan nooit tot een werkelijke kennis voeren; [….] Alleen in de gerichtheid (Hinkehr) op de wereld, die ons omringt, vinden we ons hoger zelf. We moeten de God zoeken in de onzichtbare werelden en in alle uiterlijke wezens, feiten en gebeurtenissen. Als iemand ons zegt: Verloochen de uiterlijke wereld, de uiterlijke materie schenkt ons niets -, dan ontkent zo iemand de goddelijke wereld; en er is voor grote perspectieven niets ergers als het zich afkeren van de zichtbare wereld. Juist de verdieping in de buitenwereld voert naar hogere kennis.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 19 april 1906 (bladzijde 467)

Eerder geplaats op 12 augustus 2017  (11 reacties)

In de toekomst draagt het gelaat het stempel van goed en kwaad

In de zesde periode (3573-5733 n. Chr.) van onze na-Atlantische aardeontwikkeling zullen de mensen met zeer specifieke, hun innerlijke morele kwaliteiten uitdrukkende lichamen worden geboren. Men zal de mensen ontmoeten en zal uit hoe ze eruit zien, weten: ze zijn in moreel opzicht zo en zo geaard. De morele fysionomie zal dan bijzonder sterk afgedrukt (Duits: ausgeprägt) zijn, terwijl wat tegenwoordig meer de fysionomie uitmaakt, meer zal zijn teruggetreden.

Tegenwoordig wordt de mens in zijn fysionomie veel door de overerving bepaald: hij vertoont gelijkenis met zijn ouders, voorouders en zijn volk en zo meer. Dat zal in het zesde tijdperk geheel en al geen betekenis meer hebben. Dan zal de mens zijn uiterlijk het stempel geven van de gevolgen van zijn incarnaties (Duits: Da wird der Mensch durch seine Inkarnationsfolge sich das Gepräge seines Aussehens geben).

De mensen zullen zeer verschillend zijn, maar ze zullen een scherp stempel van hun karakter hebben. Men zal precies weten: Je ontmoet nu een welwillend of een kwaadwillend mens. Zoals men in de tegenwoordige tijd weet: Je ontmoet nu een Italiaan of een Fransman-, zo zal men dan weten: Je ontmoet nu een kwaadaardig of een goedaardig mens, met de verschillende gradaties. – Dat zal dus steeds meer en meer zo zijn dat het morele zich in het gezicht uitdrukt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 254 – Die okkulte Bewegung im neunzehnten Jahrhundert und ihre Beziehung zur Weltkultur – Dornach, 7 november 1915 (bladzijde 261-262)

Eerder geplaatst op 27 november 2014

Over waarneming van het karma van een mens

Als men op het karma van een mens wil komen, moet men hem niet op zijn beroep, niet op zijn sociale omstandigheden en niet op zijn kunnen of niet-kunnen bekijken, maar men moet diep in zijn ziel gaan, in de eigenschappen, in de vermogens (Duits: Fähigkeiten) die uiteindelijk in principe in elk beroep tot uitdrukking kunnen komen. Want men moet immers zien naar wat de mens in een vorig aardeleven was. […] Men moet er mee beginnen al het uiterlijke te doorzien en naar het innerlijk te kijken, het zuiver menselijke, dat waardoor de mens innerlijk mens, individueel geaard mens is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 346 – Vorträge und Kurse über christlich-religiöses Wirken V – Dornach, 9 september 1924 (bladzijde 79)

In de toekomst draagt het gelaat het stempel van goed en kwaad

In de zesde periode (3573-5733 n. Chr.) van onze na-Atlantische aardeontwikkeling zullen de mensen met zeer specifieke, hun innerlijke morele kwaliteiten uitdrukkende lichamen worden geboren. Men zal de mensen ontmoeten en zal uit hoe ze eruit zien, weten: ze zijn in moreel opzicht zo en zo geaard. De morele fysionomie zal dan bijzonder sterk afgedrukt (Duits: ausgeprägt)zijn, terwijl wat tegenwoordig meer de fysionomie uitmaakt, meer zal zijn teruggetreden. Tegenwoordig wordt de mens in zijn fysionomie veel door de overerving bepaald: hij vertoont gelijkenis met zijn ouders en voorouders en zijn volk en zo meer. Dat zal in het zesde tijdperk geheel en al geen betekenis meer hebben. Dan zal de mens zijn uiterlijk het stempel geven van de gevolgen van zijn incarnaties (Duits: Da wird der Mensch durch seine Inkarnationsfolge sich das Gepräge seines Aussehens geben). De mensen zullen zeer verschillend zijn, maar ze zullen een scherp stempel van hun karakter hebben. Men zal precies weten: Je ontmoet nu een welwillend of een kwaadwillend mens. Zoals men in de tegenwoordige tijd weet: Je ontmoet nu een Italiaan of een Fransman-, zo zal men dan weten: Je ontmoet nu een kwaadaardig of een goedaardig mens, met de verschillende gradaties. – Dat zal dus steeds meer en meer zo zijn, dat het morele zich in het gezicht uitdrukt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 254 – Die okkulte Bewegung im neunzehnten Jahrhundert und ihre Beziehung zur Weltkultur – Dornach 7 november 1915 (bladzijde 261-262)