Niet weten, wél stelen?

In onze sociale verhoudingen liggen de dingen zo gecompliceerd, dat velen dit gebod (het gebod ‘Gij zult niet stelen’) overtreden zonder zich daarvan ook maar iets bewust te zijn. Stelt u zich voor dat u een som geld bezit en dat u dat geld bij een bank onderbrengt. U doet niets met dat geld, u buit er niemand mee uit. Maar nu komt de bankier, die speculeert en buit zo, met úw geld, anderen uit. In occulte zin bent ú daarvoor verantwoordelijk. Een rentenier bijvoorbeeld, wiens kapitaal zonder dat hij er weet van heeft in een jeneverstokerij is belegd, maakt zich net zo schuldig als de fabrikant die sterke drank fabriceert. Het niet-weten verandert niets aan het karma.

Bron: Rudolf Steiner, op 3 september 1906

Zie ook: Artikel van John Hogervorst in Driegonaal   

en: Artikel Frappant van Michel Gastkemper, de grootste kenner der antroposofie van West-Europa

Over stelen, uitbuiting, yoga

‘Niet stelen’, ook dat moet in strenge zin doorgevoerd worden. De Europeaan zal zeggen: Wij stelen niet. – Maar de oosterse yogi ziet de zaak niet zo eenvoudig. In de gebieden waar deze oefeningen voor het eerst verspreid werden door de grote leraren der mensheid, waren de omstandigheden veel eenvoudiger; daar kon men het begrip ‘stelen’ gemakkelijk vaststellen. Maar een yogaleraar zal niet toegeven, dat een Europeaan niet steelt, hij neemt dat zeer strikt. Als ik bijvoorbeeld gebruik maak van de arbeidskracht van een ander, als ik mij een voordeel verschaf dat wel wettelijk geoorloofd is, maar die de uitbuiting van een ander inhoudt, dan betekent dit voor een yogaleraar stelen. Bij ons liggen de dingen in onze sociale situatie zo ingewikkeld, dat velen dit verbod overtreden zonder daarvan het geringste bewustzijn te hebben. Stel u hebt een vermogen en u zet dat op een bank. U doet niets daarmee, u buit niemand uit. Maar nu gaat de bankier speculeren en buit zo andere mensen met uw geld uit. Ook dan bent u in occulte zin verantwoordelijk, het belast uw karma. U ziet hieruit dat dit gebod bij een hogere ontwikkeling een diepe studie vereist.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Stuttgart 3 september 1906 (bladzijde 124)

Nood, ellende en leed zijn niets anders als een gevolg van het egoïsme (5)

De tegenhanger van dit sociaal denken moet nu ook nauwkeurig vervolgd worden. U kent het voorbeeld van een naaister die voor een laag loon werkt en dat de sociaaldemocratie op haar inpraat: jullie worden uitgebuit! Nu gaat echter de naaister naar een winkel en koopt een goedkope jurk om op zondag te gaan dansen. Zij verlangt naar een goedkope jurk. Waarom is die jurk echter goedkoop? Omdat een andere werknemer uitgebuit werd. Wie buit uiteindelijk die arbeidskracht uit? Zeer zeker de naaister die bij het dansen op zondag die goedkope jurk draagt. Wie hier helder denkt, is reeds los van het onderscheid tussen rijk en arm, want uitbuiting heeft met rijkdom en armoede geheel niets van doen. Er moeten daarom eerst beweegredenen in het leven worden geroepen, opdat in de toekomst de mensen vlijtig en toegewijd werken zonder aan het eigenbelang te denken.

Wordt vervolgd

Bron: GA 266a – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)