Ruimte en Tijd

Wat in de tijd voorbijgegaan is, is feitelijk geestelijk niet voorbijgegaan. Dat is een voorstelling die men in het fysieke leven alleen in verband met de ruimte heeft. Als u hier voor een boom staat en dan wegloopt en later terugkijkt, dan verdwijnt de boom niet; hij is er nog steeds. Zo is het met de tijd in de geestelijke wereld. Wanneer u nu iets beleeft, dan is het weg voor het fysieke bewustzijn; geestelijk beschouwd is het niet weg. U kunt erop terugkijken zoals naar een boom. Het is zeer opmerkelijk dat Richard Wagner van deze zaak geweten heeft, zoals zijn woorden aantonen: Tot ruimte wordt hier de tijd.  

Dk300gXX0AEroUj

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Nürnberg, 10 februari 1918 (bladzijde 48)

Zie ook: Alles wat ruimtelijk beperkt is, zal zijn betekenis verliezen

Eerder geplaatst op 10 januari 2017  (2 reacties)

We hebben tijd, veel tijd

Er zijn veel gevallen waarbij de mens in een incarnatie door de omstandigheden verhinderd is om zich nauwkeurig te richten naar wat voor de spirituele ontwikkeling gunstig is. Dan moet de mens leren gelatenheid en geduld te oefenen. Aan de ene kant zal hij voortdurend streven vooruit te komen, maar aan de andere kant moet hij het ongeduld overwinnen. Niets is voor de geestelijke ontwikkeling zo’n grote hindernis als het ongeduld. Daarom moet de mens geduld leren. Hij moet ook een incarnatie in zijn ware betekenis zien. Ook een leven van 80 jaar is in vergelijking met de grote wereldontwikkeling en tot de tijd die wij voor ons hebben, slechts een korte tijdspanne. We hebben tijd, veel tijd; het is weliswaar nooit te vroeg om met het streven naar een bewustzijnsontwikkeling te beginnen, maar ook moet men niet geloven, dat alles in een incarnatie bereikt zou moeten worden of zou kunnen worden. Daartoe behoren vele incarnaties. En veel heeft de mens bereikt, die geleerd heeft geduldig te wachten tot hem de mogelijkheid geboden wordt geheel in de zin van het hogere leven ook uiterlijk te leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Berlijn, 6 mei 1906 (bladzijde 155-156)

Eerder geplaatst op 21 januari 2016 

Na de dood – 1 van 7

Wanneer wij door de poort van de dood gaan, volgen op het aardebestaan dagen, waarin als een machtig perspectief beelden optreden uit het zojuist afgelopen leven. Die zijn er dan opeens. Wat vele jaren geleden gebeurd is, dat is er dan tegelijkertijd met wat een paar dagen eerder gebeurde. Zoals het ruimtelijke naast elkaar staat en slechts perspectieven in de ruimte heeft, zo staan nu – dadelijk na onze dood – al de tijdelijke beelden uit onze belevenissen naast elkaar. Die beelden hebben wel innerlijke tijdsperspectieven, maar zij zijn er opeens. Alleen zullen zij gedurende de korte tijd, waarin zij er zijn, steeds schaduwachtiger en steeds zwakker worden.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 234 – ANTHROPOSOPHIE/Eine Zusammenfassung nach einundzwanzig Jahren – Dornach, 10 februari 1924 (bladzijde 150)

Vertaling H. van Manen, overgenomen uit Grondslagen van de antroposofie (bladzijde 156)

Eerder geplaatst op 21 oktober 2013 

Ruimte en Tijd

Wat in de tijd voorbijgegaan is, is feitelijk geestelijk niet voorbijgegaan. Dat is een voorstelling die men in het fysieke leven alleen in verband met de ruimte heeft. Als u hier voor een boom staat en dan wegloopt en later terugkijkt, dan verdwijnt de boom niet; hij is er nog steeds. Zo is het met de tijd in de geestelijke wereld. Wanneer u nu iets beleeft, dan is het weg voor het fysieke bewustzijn; geestelijk beschouwd is het niet weg. U kunt erop terugkijken zoals naar een boom. Het is zeer opmerkelijk dat Richard Wagner van deze zaak geweten heeft, zoals zijn woorden aantonen: Tot ruimte wordt hier de tijd.  

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Nürnberg, 10 februari 1918 (bladzijde 48)

Zie ook: Alles wat ruimtelijk beperkt is, zal zijn betekenis verliezen

Eerder geplaatst op 26 december 2015

We hebben tijd, veel tijd

Er zijn veel gevallen waarbij de mens in een incarnatie door de omstandigheden verhinderd is om zich nauwkeurig te richten naar wat voor de spirituele ontwikkeling gunstig is. Dan moet de mens leren gelatenheid en geduld te oefenen. Aan de ene kant zal hij voortdurend streven vooruit te komen, maar aan de andere kant moet hij het ongeduld overwinnen. Niets is voor de geestelijke ontwikkeling zo’n grote hindernis als het ongeduld. Daarom moet de mens geduld leren. Hij moet ook een incarnatie in zijn ware betekenis zien. Ook een leven van 80 jaar is in vergelijking met de grote wereldontwikkeling en tot de tijd die wij voor ons hebben, slechts een korte tijdspanne. We hebben tijd, veel tijd; het is weliswaar nooit te vroeg om met het streven naar een bewustzijnsontwikkeling te beginnen, maar ook moet men niet geloven, dat alles in een incarnatie bereikt zou moeten worden of zou kunnen worden. Daartoe behoren vele incarnaties. En veel heeft de mens bereikt, die geleerd heeft geduldig te wachten tot hem de mogelijkheid geboden wordt geheel in de zin van het hogere leven ook uiterlijk te leven.

Bron: Rudolf Steiner: GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Berlijn, 6 mei 1906 (bladzijde 155-156)

Eerder geplaatst op 29 augustus 2011