Vervreemd van de werkelijkheid

De hele publieke opinie van de mensheid is niet gevormd vanuit een gevoel voor werkelijkheid, maar eigenlijk vanuit abstracties, abstracte theorieën. En als er iets komt wat niet uit abstracte theorieën bestaat, zoals de sociale driegeleding, iets wat uit het leven gegrepen is en dat men – omdat men niet meteen dertig banden schrijven kan, die de mensen ook niet zouden lezen – kort moet samenvatten, dan erkent men de realiteitszin niet, maar houdt, omdat men vandaag de dag geheel vervuld is van theorieën, juist dat pas helemaal voor een theorie. Men heeft helemaal geen gevoel meer voor wat aan de werkelijkheid ontsproten is, omdat men zich geheel en al van de werkelijkheid vervreemd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 7 februari 1920 (bladzijde 170-171)

Rudolf-Steiner

Eerder geplaatst op 10 april 2017  (5 reacties)

Ik heb er altijd naar gestreefd alleen de feiten te laten spreken

U weet uit mijn voordrachten dat ik niet graag mijn meningen naar voren breng. De persoonlijke meningen van een individu hebben in principe eigenlijk weinig waarde. Ik heb er altijd naar gestreefd, ook op het gebied van de geesteswetenschap, louter de feiten voor zichzelf te laten spreken. Daarom wil ik ook nu geen theorieën die geworteld zijn in meningen naar voren brengen, maar de feiten laten spreken.

281bc30c73819b518f66a37c51189e60

Bron: Rudolf Steiner –  GA 125 – Wege und Ziele des geistigen Menschen – München, 26 augustus 1910 (bladzijde 71)

Zie ook: Meningen zijn onbelangrijk

Eerder geplaatst op 10 november 2014  (3 reacties)

Theorieën stelt men in de regel op voor wat men in de praktijk niet heeft

De mensen voelen zich vandaag de dag geweldig goed, als ze de spreuk van Goethe horen: Materie in geest, geest in materie. – Het is mooi dat de mensen zich prettig voelen daarbij, want het komt immers werkelijk overeen met een realiteit. Maar voor wie gewend is overal het geestelijke en het fysieke samen te zien, kan het ook een trivialiteit zijn, als men hem nog tot erkenning van deze vanzelfsprekendheid aanmaant. 

En dat de mensen zich zo aangenaam voelen, als zoiets theoretisch voor hen wordt opgesteld, dat is juist een bewijs ervoor dat ze het in de praktijk niet bezitten. Zeer stellige theorieën zijn in de regel een bewijs dat men het betreffende in de praktijk niet heeft, zoals de geschiedenis aantoont. De mensen zijn pas begonnen over het heilige avondmaal in theorieën te discussiëren, toen ze in de praktijk de zaak niet meer het nodige gevoel tegemoet brachten. Theorieën stelt men in de regel op voor wat men niet heeft, niet voor wat men in het leven heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 28 december 1921 (bladzijde 103-104)

Eerder geplaatst op 16 juli 2016

De theorieën zijn heel knap en scherpzinnig, maar kunnen toch de werkelijkheid niet raken

De mens spreekt tegenwoordig van de ziel en de geest, zeker; en hij spreekt van het lichaam en lichamelijke processen. En dan stelt hij grote filosofieën op welke verhouding er tussen de ziel en het lichaam bestaat. Er worden door de schranderste mensen uitvoerige theorieën opgesteld. De theorieën zijn heel knap, heel scherpzinnig, maar ze kunnen toch niet de werkelijkheid raken, om de eenvoudige reden dat de werkelijkheid alleen blijkt, als men de volledige mens, in de gehele mens, in directe waarneming, het geestelijk-psychische en het fysiek-lichamelijke elkaar doordringend, kan doorzien. En wie de menseninzichten van tegenwoordig goed beschouwt, die zal ook vinden hoe grauw en nevelachtig zowel de uiterlijke als ook de innerlijke mensenkennis is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 28 december 1921 (bladzijde 102-103)

Eerder geplaatst op 15 juli 2016

Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. Voor de ware practicus komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerkingen zijn gedachten hebben. Daar gaat het om. Of iemand idealist is of niet, dat maakt niet uit, maar voor het leven is het belangrijk of iemand vruchtbare gedachten heeft, die zo zijn dat ze het leven doen gedijen en vooruitgaan. Juist dat mag niet uit het oog worden verloren dat antroposofie ook in deze richting niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof.

Al kan iemand nog zo veel de meest spirituele theorieën propageren, daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, als hij ze in het leven gebruikt. Als dus iemand zegt dat hij geen materialist is, dat hij in de levenskracht gelooft, ja zelfs aan spirituele krachten, maar in voedingskwesties altijd zo te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat zou zijn, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de geesteswetenschap over deze concrete vragen iets te zeggen, wanneer ze tot in details in staat is licht te werpen en dat kan zij zowel met betrekking tot voedingsvragen als met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 16 juli 2014