Sprüche in Prosa – Nieuwe weblog van John Wervenbos

Beste lezers en lezeressen,

Graag wil ik het nieuwe weblog Sprüche in Prosa van John Wervenbos onder de aandacht brengen.

Hij heeft het uitgebreid aangepakt, want er staan niet alleen citaten van J.W. von Goethe in, maar ook commentaren van Rudolf Steiner. Zeer de moeite waard om eens een kijkje te nemen, lijkt mij.

Men kan ook, indien gewenst, elke keer een e-mail ontvangen als er een nieuwe blog op staat. Men kan dat kenbaar maken met de mededeling ‘Opstarten e-mail melding’ en dat sturen naar het e-mailadres  goetheanisme@johnwervenbos.nl

Afmelden gaat op dezelfde manier met de mededeling ‘Stopzetten e-mail melding’. Zie hiervoor ook: Introductie en verantwoording

Met vriendelijke groet,

Ridzerd

Rudolf Steiner 150 jaar

Vandaag is het 150 jaar geleden dat de grote ziener in het land der blinden, Rudolf Steiner, werd geboren. Hij is overigens in werkelijkheid niet op 27 februari 1861 geboren, maar op 25 februari. Het schijnt dat hij pas twee dagen na zijn geboorte bij de kerk of de burgerlijke stand is ingeschreven. Hoe het indertijd precies gegaan is, heb ik wel geweten, maar ik ben het weer vergeten. (De geboortedatum is toch hoogstwaarschijnlijk 27 februari 1861. Dit is uitgezocht door Günter Aschoff. Zie hieronder bij de reacties de uitvoerige uitleg van Michel Gastkemper, één der grootste kenners der antroposofie in Nederland en ver daarbuiten.)

Hierbij als een soort eerbewijs een filmpje dat ik vond op Youtube, gemaakt door een Amerikaan uit Houston. Jammer genoeg begint het filmpje met een foto van Adolf Hitler en een paar trawanten, maar verder staan er vele mooie afbeeldingen in van schilderijen en van het Goetheanum.

Hier is ook nog een korte documentaire van de Oostenrijkse televisie over Steiner en zijn werk. Tevens is zijn geboortehuis te zien en de huidige bewoner, die het huis goed heeft onderhouden. Steiner is volgens hem zelfs ’s nachts bij hem in de slaapkamer geweest om hem te bedanken dat hij zo goed op zijn geboortehuis heeft gepast. Ik weet niet hoeveel er waar is van dit verhaal, maar persoonlijk zou ik liever niet hebben dat Steiner ’s nachts naast mijn bed staat om mij de stuipen op het lijf te jagen, hoe groot mijn hoogachting en verering voor hem ook is.


Op 25 januari jl. plaatste ik hier nog een ander youtube filmpje met indrukwekkende muziek en foto’s van Steiner.

De laatste maanden in het leven van Rudolf Steiner

De laatste zes maanden van zijn leven was Rudolf Steiner aan bed gekluisterd wegens een ernstige buikziekte. Veel is er over zijn ziekte niet bekend en zelf vertelde of schreef hij er ook niet veel over, behalve een enkele keer in brieven aan zijn echtgenote Marie von Sivers.

Hieronder volgen enkele fragmenten uit die brieven. (Bron: Brieven – Rudolf Steiner/Uitgeverij Vrij Geestesleven/Zeist)

Op 6 oktober 1924 schrijft hij aan Marie:

Ikzelf heb vandaag door de zure appel heen moeten bijten en de Berlijners het telegram moeten sturen: ‘Mijn fysieke toestand maakt reizen de komende maanden volstrekt onmogelijk. U kunt om die reden tot mijn grote spijt niet op mijn aanwezigheid rekenen.’

Je kunt je niet voorstellen hoe bitter zoiets voor mij is. Maar ik kan voorzien dat de komende weken alleen verpleging bij absolute rust enig soelaas kan bieden. Maak je daarom geen zorgen. Er zijn geen dreigende symptomen, wel hardnekkige, die niet snel te verhelpen zijn.

Die hemorroïdenkwaal lijkt volkomen onschuldig, maar is subjectief gezien het ergste; want die maakt dat ik hier al heel die tijd sinds jij weg bent bijna onbeweeglijk lig.

Op 11 oktober 1924 schrijft hij aan Marie (die hij altijd aanspreekt met Mijn lieve Muis en zij hem met Mijn lieve Olifant):

De dagelijkse hemorroïdenoperaties zijn bovendien verre van plezierig, ze doen verschrikkelijk pijn. Wel hebben ze al echt een aanzienlijke verbetering teweeg gebracht. Alleen kan alles nu eenmaal niet snel gaan.

Maak je alleen geen zorgen over mij, alles wat maar gedaan kan worden, wordt gedaan; en een betere verpleging dan ik krijg bestaat er niet. De therapie is alleen niet prettig en de behandeling pijnlijk. Het is geen aangenaam moment als ’s avonds de twee artsen (Ita Wegman en Ludwig Noll /R.v.D.) met de hemorroïdenbehandeling moeten beginnen. Maar alles bij elkaar genomen gaat het toch goed vooruit.

Op 20 maart 1925 (tien dagen voor zijn dood) schrijft hij aan Marie:

Mijn gezondheid verbetert maar langzaam. Ik hoop dat ik op tijd aan de slag kan met het model voor het gebouw (ontwerp voor het tweede Goetheanum/R.v.D.), zodat er geen vertraging optreedt.

De allerlaatste brief  in dit boek Brieven schrijft hij op 27 maart 1925 (drie dagen voor zijn dood) aan J.C. Träxler, een handelaar die de broer en zuster van Steiner in zijn huis te Horn had opgenomen.

Zeer geachte heer Träxler,

Erg ongelukkig was ik toen mij de toestand van de ogen van mijn zuster ter ore kwam. (Zij had een oogziekte en werd rond 1925 geheel blind/R.v.D.) Helaas ben ik zelf zo ziek dat ik er niet aan kan denken haar op te zoeken. Maar ik zou niet willen dat mijn zuster door het bericht van mijn ziekte ongerust wordt. Ik ben u, zeer geachte heer Träxler, zo van harte dankbaar dat u zich zo liefdevol over mijn broer en zuster hebt ontfermd. Ik denk dat met mevrouw Barth, die ik goed ken, een goede keuze is gedaan. (Zij was een ver familielid, verzorgde tot herfst 1926 Steiners broer en zuster/R.vD.) Wilt u de goede vrouw hartelijk van mij groeten? De vergoeding voor mevrouw Barth zal op de gewone manier door mijn vriend, graaf Polzer, namens mij worden geregeld. Of nog een onderzoek van het linkeroog nodig zal zijn, moet ik aan vriend dr. Glas overlaten. Hij zal mij zijn oordeel schrijven nadat hij in Horn is geweest. Ik zal ook aan hem schrijven. Nogmaals dank en de meeste hoogachting,

Rudolf Steiner

Bron: Brieven – Rudolf Steiner (Uitgeverij Vrij Geestesleven/Zeist)

Rudolf Steiner monument in Schweizergarten, een park in Wenen