Duizend keer beter

Het is duizend keer beter om de spirituele ideeën eerst met het denken te hebben begrepen en vervolgens, afhankelijk van het karma, vroeger of later, zelf op te kunnen klimmen naar de spirituele werelden, dan om het eerst te zien en niet in gedachten te hebben begrepen wat er meegedeeld wordt in de beweging die men de antroposofische noemt. Het is duizend keer beter om geesteswetenschap te kennen en nog niets te zien dan om iets te zien en niet de mogelijkheid te hebben om denkend in de dingen door te dringen, omdat dit leidt tot onzekerheid in de dingen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – Stuttgart, 13 november 1909 (bladzijde 86)

De mensenziel dorst ernaar ideeën en begrippen te hebben over wat boven de dood uitgaat

De mensenziel heeft voor het begrijpen van de dingen, waarover we bijvoorbeeld bij de volgende voordracht over levensvragen en het raadsel van de dood zullen spreken, de resultaten van het spirituele onderzoek nodig. De mensenziel dorst ernaar ideeën en begrippen te hebben over wat boven de dood uitgaat, ideeën en begrippen om het wezen van de ziel werkelijk te bevatten. En wie het zou willen afwijzen om dit wezen van de ziel te begrijpen, die zou het wel een tijdje kunnen onderdrukken, wat men als verlangen van de ziel naar oplossing van de wereldraadselen noemen kan. Maar het blijkt dan des te meer dat we wel de ziel het geestelijk voedsel kunnen onthouden, maar niet de honger kunnen onderdrukken, die opkomt en de ziel niet alleen tot vertwijfeling, maar tot ongezondheid kan drijven.

De mens heeft in zekere mate voor zijn heil en zijn zekerheid in het leven de resultaten van de spirituele kennis nodig, en om de ziel op de juiste wijze met de resultaten van het spirituele onderzoek tevreden te maken, daarvoor is alleen het gezonde mensenverstand noodzakelijk. Het natuurlijke waarheidsgevoel is voldoende om te begrijpen wat de geestesvorser meedeelt. Zolang het niet onderzocht is, kan het niet meegedeeld worden. Maar als het echter ontdekt en op de juiste manier geformuleerd is, kan het begrepen worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 62 – Ergebnisse der Geistesforschung – Berlijn, 21 November 1912 (bladzijde 139)

Eerder geplaatst op 30 november 2014

Als de mens niet het vermogen krijgt om zogezegd achter de coulissen te kijken, is hij in het geheel niet in staat iets te begrijpen over de krachten die het leven sturen en leiden

Men leert de mensen nooit kennen vanuit een wereldbeschouwing die enkel op het uiterlijke gericht is. Zodra de door het materialisme vertroebelde blik die zich slechts op de buitenkant van de mens richt, zodra de mens niet weet wat zich achter deze fysieke lichamelijkheid verbergt, en hij daardoor niet het vermogen krijgt om zogezegd achter de coulissen te kijken, is hij in het geheel niet in staat, werkelijk niet in staat, iets te begrijpen over de krachten die het leven sturen en leiden. Dat is echter juist de taak van de spirituele kennis. Toegegeven moet worden dat zij haar opgave tegenwoordig niet overal in de juiste mate vervult. [….] Daarop komt het echter niet aan, maar op wat het spirituele inzicht zijn kan. En zij kan niet alleen iets zijn, wat ons iets leert, maar zij kan een krachtige opvoeding zijn van onze innerlijke zielskrachten. Dat is het beste wat men door de geestelijke kennis kan winnen, als wij de geesteswetenschappelijke wereldbeschouwing beschouwen vanuit het gezichtspunt tot wat zij de mensen kan ontplooien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg 2 maart 1908 (bladzijde 91-92)

Eerder geplaatst op 29 januari 2012

Connectie tussen doden en levenden

Wat door de overleden ziel kan worden waargenomen, dat is het spirituele weten, voelen en ervaren (van de op aarde achtergebleven zielen); dat is de relatie van de zielen hier op aarde met de geestelijke wereld. Als een ziel achtergelaten wordt, die zich hier met weten, met kennis van de geestelijke werelden bezighoudt, gedachten daarover door zich heen laat gaan, dan kunnen deze gedachten worden waargenomen door de heengegane ziel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt  – Tübingen, 16 februari 1913 (bladzijde 177)

Angst en antipathie voor de bovenzinnelijke werelden

Mensen die in hun uiterlijke bewustzijn er soms heel robuust uitzien – in de diepten van hun ziel zijn ze lafaards. En ze zoeken verschillende verdovingsmiddelen, als ze zo veel vrees hebben tegenover de bovenzinnelijke werelden. Dat wil zeggen: omdat menigeen de grond onder de voeten gelooft te verliezen, wanneer hij doordringt in de geestelijke werelden, daarom komt er angst over hem. Maar deze angst wil hij overstemmen – veelal uit angst voor de ernstige en waardige kracht die hij moet gebruiken om in de geestelijke werelden te komen. Men heeft al menigeen gezien, die geloofde binnen vier weken in de geestelijke wereld te zijn, maar dan blijkt, o aller-verschrikkelijkste der verschrikkingen, dat men in deze incarnatie op basis van de spirituele kennis niet meer kan worden, wat men zo graag zou willen, namelijk een beroemd man! Dan verliest menigeen de vreugde, daarvoor heeft menigeen angst en voor deze angst wil hij zich verdoven, en daarom verzint hij de van haat en ijdelheid doordrongen antipathie tegen deze geesteswetenschap.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Stuttgart, 20 februari 1913 (bladzijde 224-225)

Eerder geplaatst op 1 januari 2014