Zonder spirituele inzichten komen we steeds meer in een chaos terecht

De instellingen, de begrippen, de sociale ideeën die de mensen vandaag de dag vormen, zijn abstract en rauw, zijn plomp ten opzichte van wat aan gecompliceerde omstandigheden opkomt. En omdat de mensen niet in staat zijn om wat in de werkelijkheid is, met hun begrippen, met hun voorstellingen te omvatten, komen ze steeds meer en meer in een chaos terecht, zoals de huidige oorlogstoestanden immers voldoende laten zien.

Deze chaos komt juist doordat de realiteit een andere is, een rijkere is dan wat de mensen kunnen bedenken, wat de mensen kunnen vormen in hun hoofden. En men zal moeten beseffen dat men voor de keuze gesteld is: Ofwel – omdat men niet weet hoe orde te brengen in de wereld -, door te gaan met het vernietigen, met het huidige op elkaar schieten, ofwel te beginnen met het ontwikkelen van zodanige begrippen en ideeën die tegen de ingewikkelde omstandigheden opgewassen zijn. Er moet een geestelijke stroming in de mensheid zijn, die ervan uitgaat begrippen te vormen die tegen de feitelijke omstandigheden opgewassen zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 –  Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt / Der Sturz der Geister der Finsternis – Dornach, 7 oktober 1917 (bladzijde 96-970)

Eerder geplaatst op 5 augustus 2017  (9 reacties)

Preken en geboden helpen niet, echte inzichten wel

Als de mensen er niet toe zullen overgaan hun sociaal denken te bouwen op de grondslagen van de antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap, dan zal de mensheid niet uit de rampen komen, die tegenwoordig zo vreselijk aan de dag treden. Ik weet de waarde te schatten van wat uitgaat van mensen, die zich tegenwoordig pacifistisch en dergelijke noemen, die enthousiast zijn voor allerlei vredesbewegingen.

Echter, zulke dingen laten zich niet door enkel geboden bepalen, laten zich niet tot stand brengen doordat men verordent: dit of dat zou moeten gebeuren. Men kan het volkomen eens zijn met wat zou moeten gebeuren. Als men echter alleen de voorschriften, alleen de wetten brengt vanuit het gebruikelijke denken, dan is dat alsof men tegen een kachel zou zeggen: Lieve kachel, het is jouw plicht als kachel de kamer te verwarmen; dus ga jij deze kamer eens lekker warm maken. – Hij zal de kamer niet verwarmen zonder dat men er hout in doet en vuur maakt, hoewel dat vandaag de dag zeer aangenaam zou zijn. Het zal echter niet gebeuren, men moet de kachel met hout vullen en vuur aanmaken.

Net zo weinig zijn alle gangbare, reguliere ideeën over vredeshandhaving enzovoort toereikend. Waar het hier om gaat is dat men niet enkel zegt: Mensen, heb elkander lief -, maar dat men, in vergelijking gesproken, brandstof in de mensenzielen brengt. Deze brandstof echter zijn de begrippen die uit het levendig opnemen van spirituele inzichten ontstaan. Want de menselijke ziel is niet alleen deel van het materiële leven, maar ook van het geestelijk leven. En vaak begrijpt men tegenwoordig nog helemaal niet, wat het betekent dat deze mensenziel deel uitmaakt van de bovenzintuiglijke wereld. Men gelooft gewoonlijk meestal dat men met de wetten die men vandaag de dag ontwikkelt al in het bereik van het bovenzinnelijke staat. Dat doet men niet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 72 –  Freiheit Unsterblichkeit Soziales Leben – Bazel, 18 oktober 1917 (bladzijde 58-59)

Eerder geplaatst op 21 januari 2014 

Intellectualistisch godsbewijs niet mogelijk

Op het gebied van de religie moeten inzichten worden verworven, die stammen uit het beleven van de spirituele wereld. Zulke belevenissen zijn niet mogelijk vanuit de inhoud van het gewone bewustzijn. Met intellectuele begrippen kan de religieuze inhoud niet ontsloten, maar alleen verduidelijkt worden. Toen men begon naar godsbewijzen te zoeken, was dit zoeken zelf al een bewijs, dat men de levendige verbinding met de goddelijke wereld verloren had. Daarom kan er ook geen intellectualistisch godsbewijs op een bevredigende wijze aangevoerd worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 025 –  Drei Schritte der Anthroposophie: Philosophie, Kosmologie, Religion –  Dornach, september 1922 (bladzijde 37)

Eerder geplaatst op 12 maart 2016

Antroposofie en socialisme (4 van 11) – Voor de eis van mensenliefde en broederlijkheid hebben wij geen spirituele inzichten nodig.

Zulke en soortgelijke redeneringen zal de antroposoof steeds weer moeten horen. En het is niet verwonderlijk dat hij een nutteloze dromer wordt genoemd door hen die geloven het goede te doen door vóór alles aan de materiële ontbering en materiële nood soelaas te bieden. – Armoede en ellende doden in de mensen ook elke spirituele impuls, zij stompen hem voor alle hogere aspiraties af. En spreekt men tot een noodlijdende mensenmenigte, dan spreekt men tot oren die niet in staat zijn de woorden te bevatten.

Veel sociaal voelende mensen van de tegenwoordige tijd zullen bovendien tegenwerpen: voor de eis van mensenliefde en broederlijkheid hebben wij geen spirituele wetenschap nodig. Deze eis brengen vele humanitaire organisaties in onze tijd toch ook naar voren en op uitgebreide wijze komt deze oproep ook van partijen die een verbetering van de sociale omstandigheden van de economisch en geestelijk onderdrukte volksklassen nastreven. Maar – zo wordt gezegd – de socialistische partijen staan op de bodem van het praktische leven, van de werkelijke belangen, waarvoor de massa begrip heeft; de antroposoof echter neemt genoegen met min of meer algemene redeneringen, met spreken en met benadrukken van dingen, die de onderdrukten totaal niet kunnen helpen. En radicale socialistische krantenschrijvers en oproerkraaiers staan snel klaar om te zeggen: dat antroposofische gepraat is alleen geschikt om verwarring te zaaien in de hoofden van hen die voor een echte verbetering van hun levensomstandigheden gewonnen zouden moeten worden.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 432 -433)

Eerder geplaatst op 5 februari 2016

Zonder spirituele leringen vervalt de mensheid in decadentie

Hier op aarde is antroposofie om zo te zeggen een soort theorie en het ontgaat de mensen voor het bewustzijn in waaktoestand wat spiritueel actief is, wat echter objectief aanwezig is. Na de dood is de mens rechtstreeks waarnemer hoe de krachten, die hij met de spirituele leringen tijdens het leven op aarde opneemt, feitelijk organiserend werken, activerend, krachtgevend werken op datgene in zijn wezen dat daarna er zijn kan, wanneer hij zich weer op een nieuwe incarnatie voorbereidt.

Zo worden de spirituele leringen in de mensheidsevolutie opgenomen. Als echter deze spirituele onderrichtingen niet opgenomen zouden worden – tegenwoordig is het nog voldoende, als weinigen het opnemen, maar meer en meer mensen moeten het in de toekomst opnemen -, dan zouden langzamerhand de mensen, als ze weer naar een aarde-incarnatie terugkeren, niet genoeg levengevende krachten hebben, die ze dan nodig hebben. Er zou decadentie, een verkommering in de latere incarnatie optreden. De mensen zouden snel verwelken, vroeg rimpels krijgen en zo meer. Een decadentie, een wegkwijnen van de fysieke mensheid zou optreden, als de spirituele krachten niet zouden worden opgenomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das Leben zwischen dem Tode und der neuen Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen – Berlijn, 10 december 1912 (bladzijde 89-90)