Sociale vooruitgang/Spiritueel inzicht

Degene, die geestelijke inzichten niet erkent en zich allerlei gedachten en idealen vormt, hoe men de menselijke vooruitgang tegenwoordig zou kunnen bevorderen is vergelijkbaar met iemand die een tuin voor zich heeft met veel planten, die beginnen afstervingsverschijnselen te vertonen; hij doet dit, doet dat, doet van alles, doet de hele tijd veel moeite – maar hij bereikt niets. Ja, de ene plant gaat het een beetje beter, de andere weer slechter, in het geheel wordt het niet beter met de planten. Waarom wordt het niet beter? Omdat misschien een of andere ziekte de wortels heeft aangedaan (Duits: ergriffen), die hij niet opmerkt. 

Zo is het ook met het sociale streven van menigeen. Ze geven zich ontzaglijk veel moeite, ze doen enorm veel voortreffelijke dingen met betrekking tot de oppervlakte, maar ze dringen niet door tot de wortels, want in de wortels van het leven van onze hedendaagse mensheid ontbreekt het aan erkenning van een werkelijk geestelijke wereld. En al stelt men nog zo veel schijnbaar zeer goed gefundeerde sociale inzichten op, ze zullen in werkelijkheid niet vrucht dragen voor de mensheid, als ze niet gebaseerd zijn op de inzichten, die alleen kunnen voortkomen uit de geesteswetenschap.

 Bron: Rudolf Steiner  – GA 168 – Die Verbindung zwischen Lebenden und Toten – St. Gallen, 26 oktober 1916 (bladzijde 155)

Eerder geplaatst op 7 mei 2015  (2 reacties)

Egoïsme/Armoede/ Ellende (11-slot) – Sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden

Wat u ook gestudeerd hebt in het uiterlijke leven, bestudeert u ook ijverig de wetten van de menselijke samenleving. Als mensen samenleven, leven niet enkel lichamen, maar ook zielen, geesten samen. Daarom kan alleen spiritueel inzicht de basis voor een sociale wereldbeschouwing zijn.

En zo zien we dat inderdaad de verdieping van de geest ons biedt wat voor ieder van ons datgene kan brengen, wat ons geschikt maakt vanuit onze geringe positie in onze situatie mee te werken aan de grote sociale vooruitgang. Want deze sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden, maar is een som van wat de individuele zielen doen. En enkel en alleen een wereldbeschouwing als de geesteswetenschap werkt zodanig aan de individuele ziel, dat zij zich werkelijk boven zichzelf verheft.

Doordat onze sociale ellende zijn basis heeft in persoonlijk eigenbelang, in plaats van in onze sociale regelingen, daarom kan alleen een wereldbeschouwing die het Ik verheft boven het persoonlijke eigenbelang, helpen. Hoe vreemd het lijkt, voedsel komt niet alleen van onze arbeid; voeding in plaats van armoede, leed en ellende komt van de geesteswetenschappelijke verdieping. Spirituele wetenschap is een middel om de mensen voeding en welzijn te geven, in de ware zin van het woord.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 103-104)

Eerder geplaatst op 24 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (6 van 11) – Zo absurd dit klinkt, zo waar is het

Van de erkenning van dit beginsel, dat iemand de opbrengst van zijn arbeid niet in de vorm van een persoonlijke beloning zal ontvangen, hangt uitsluitend de sociale vooruitgang af. Naar geheel andere doelen leidt iemand een onderneming als hij weet dat hij niets voor zichzelf zal krijgen voor zijn werk, maar dat hij de sociale gemeenschap arbeid is verschuldigd en dat hij voor zichzelf op niets aanspraak zal maken en dat, omgekeerd, zijn levensonderhoud uitsluitend is beperkt tot wat de sociale gemeenschap hem schenkt. Zo absurd dit vandaag de dag voor velen klinkt, zo waar is het.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 99)

Eerder geplaatst op 19 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (5 van 11) – Sociale vooruitgang is alleen mogelijk, als ik mijn arbeid in dienst van het geheel verricht

Als men dit tot in de laatste consequenties doordenkt, dan komt het iemand niet meer zo zonderling voor als de oeroude zin van de geesteswetenschap wordt uitgesproken, die vandaag de dag zo onbegrijpelijk als mogelijk klinkt: In een sociale samenleving moet het motief voor de arbeid nooit in de eigen persoon van de mens liggen, maar enkel en alleen in de toewijding aan het geheel. – Dat wordt ook vaker gezegd, maar nooit zo begrepen dat men helder inziet dat ellende en armoede voortkomen uit het feit dat de mens voor zijn werk een loon voor zichzelf wil hebben. Waar is echter dat werkelijke sociale vooruitgang alleen mogelijk is, als ik mijn arbeid in dienst van het geheel verricht en dat de gemeenschap mij geeft wat ik nodig heb, met andere woorden: dat mijn arbeid niet voor mijzelf dient.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 98-99)

Eerder geplaatst op 17 januari 2012 

Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme (3 van 6)

En hiermee komen wij bij de oude zin uit de geesteswetenschap: In een sociale samenleving moet de beweegreden voor arbeid nooit in de eigen persoonlijkheid van de mensen liggen, maar enkel en alleen in de toewijding aan het geheel. Daaruit volgt dat ware sociale vooruitgang alleen mogelijk is, als ik wat ik door mijn werk tot stand breng in dienst van het geheel doe. Met andere woorden: Mijn arbeid mag niet mijzelf dienen. Van de erkenning van dit beginsel, dat iemand de opbrengst van zijn arbeid niet in de vorm van een persoonlijke beloning wil hebben, hangt alleen de sociale vooruitgang af.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a –Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)

Eerder geplaatst op 1 april 2015