Smart – De basis van komende vreugde

Niets in de wereld kan als genot, als lust ontstaan, wat niet als grondslag de smart heeft. Zoals de verzadiging met haar genot de honger als voorwaarde heeft, zo heeft alle kennis en ook alle vreugde de smart als basis. Dat is ook de reden waarom in een tragedie het voorgevoel van een verwachte verlossing ons voldoening geeft. Alles wat in de toekomst een volkomenheid zal hebben, maakt in het nu de leed- en pijntoestand door. Dat biedt ons troost omdat we weten dat wat nu pijn en leed is, in de toekomst volkomenheidstoestanden zullen zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 101 – Mythen und Sagen Okkulte Zeichen und Symbole – Berlijn, 28 oktober 1907 (bladzijde 96)

Eerder geplaatst op 21 oktober 2015

Advertenties

Moet men zich van alle kritiek onthouden? (4 van 5)

Woorden en gedachten die smart teweegbrengen zijn als scherpe pijlen die van ons uitgaan. En aan de punt van de pijl vindt de goddelijke stem een hindernis; hij stuit terug en blijft onmerkbaar. Woorden en gedachten echter die van liefde vervuld zijn, openen zich als bloemenkransen naar buiten, die zacht de andere wezens omsluiten; en bij hen vindt de stem van hogere machten de weg open om tot de wereld door te dringen. Alleen daardoor wordt hij voor ons hoorbaar.

Ten tweede: is men echter genoodzaakt smart te veroorzaken, heeft men misschien zelfs de plicht daartoe als rechter of criticus, dan geldt de wet niet minder. Ook de smart waartoe men gedwongen is, remt de ontwikkeling. Men moet de zaak dan als zijn karma zien. Want als men zich aan die verplichting zou willen onttrekken, om de eigen ontwikkeling te bevorderen, dan zou men uit zelfzucht handelen en daardoor zou men de ontwikkeling in de meeste gevallen meer ophouden dan men ze door het onttrekken aan het veroorzaken van verdriet bevordert.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis» – juni 1905 (bladzijde 389-390)

Eerder geplaatst op 23 april 2013

Door misère vooruit

Zeker, we maken moeilijke, smartelijke levenservaringen door, maar in een grotere levenssamenhang blijken juist pijnlijke en zware levenservaringen ons leven het meeste te verrijken, ons het meeste voor het leven sterker te maken. Het gaat erom deze voortdurende stemming, die in het onderbewuste van de ziel aanwezig is, een weinig in het bewustzijn omhoog te halen, deze stemming: Leven, jij tilt en draagt mij, jij zorgt dat ik vooruitkom.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 26 maart 1918 (bladzijde 128)

Eerder geplaatst op 4 juni 2017

Een groot ongeluk dat een diepe smart veroorzaakt

Beschouwen we eens een groot ongeluk dat een diepe smart veroorzaakt. We bekijken het vaak fout, omdat we altijd alleen er op gericht zijn om de werking te zien. We zien dan dat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die ons ongelukkig maakt, ons van slag heeft gebracht (Duits: aus unserer Bahn herausgeworfen hat). We zien alleen maar het gevolg. We zouden echter de oorzaak moeten zoeken.

Dan zouden wij wellicht het volgende vinden: Ja, er was in een voorgaand leven de mogelijkheid om zich het een of andere vermogen eigen te maken. We hebben het echter niet gedaan, we hebben het verzuimd. Dus zijn we door de poort van de dood gegaan zonder dit vermogen te hebben verworven. Nu drijven ons de krachten, de karmische krachten, in het volgende leven naar dit ongeluk. Hadden we ons dat vermogen in het voorgaande leven verworven, dan zou ons die kracht niet naar het ongeluk toegedreven hebben. Doordat dit ongeluk ons nu overkomt, verkrijgen wij nu dat vermogen.

Stel nu dat dit ongeluk ons heeft getroffen in ons twintigste jaar en in ons dertigste jaar zien we erop terug en vragen onszelf: Wat heeft ons ertoe gebracht dat we dit of dat vermogen hebben? – dan zien we het doel van dit ongeluk. Oneindig veel winnen we, als we de dingen niet als gevolg, maar als oorzaak beschouwen voor wat ze van ons maken. Dat is ook een resultaat van de karmaleer, de dingen als oorzaak te bezien. Al deze dingen zijn details van de wet van het karma.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die Beantwortung von Welt- und Lebensfragen durch Anthroposophie – St. Gallen, 21 november 1909 (bladzijde 108-109)

Eerder geplaatst op 24 april 2016

Vreugde hebben we niet verdiend, maar is een geschenk en genade van goddelijke machten – 2 (slot)

[…] Dit betekent echter niet een soort preek tegen plezier, niet de oproep dat we ons aan zelfpijnigingen moeten overgeven, ons misschien met gloeiende tangen moeten knijpen en dergelijke. Dat moet het niet zijn. Als men een zaak op de juiste wijze erkent, betekent dat niet dat men ervoor vluchten moet. […]

Maar we moeten de stemming ontwikkelen, dat we het als genade ervaren, en hoe meer, hoe beter, want des te meer duiken wij in het goddelijke. Dus niet om ascese te preken, maar om de juiste stemming tegenover lust en vreugde te wekken, zijn deze woorden gezegd. […]

En in feite zijn zelfpijnigingen van asceten, monniken en nonnen een voortdurend opstaan tegen de goden. Het past ons dat we de smarten als iets voelen, dat ons door ons karma toekomt, en dat we de vreugde als genade voelen, die het goddelijke zich tot ons verwaardigen (Duits: herablassen) kan. Als teken hoe dichter God ons naar zich toegetrokken heeft, zal lust en vreugde ons zijn, en als teken hoe ver we verwijderd zijn van wat we als verstandige mensen bereiken moeten, zal pijn en verdriet ons zijn.

Dit is de basisstemming tegenover karma, en zonder deze basisstemming kunnen we in het leven niet vooruitkomen. We moeten voelen aan wat de wereld ons als het goede en mooie laat toekomen, dat achter deze wereld de machten staan, waarvan in de Bijbel gezegd is: en zij zagen dat het mooi en goed was, de wereld. – In zoverre we echter pijn en smart ondervinden kunnen, moeten we erkennen dat, wat de mens in de loop van incarnaties uit de wereld, die aanvankelijk goed was, gemaakt heeft en wat hij verbeteren moet, doordat hij zich tot het energiek verdragen van deze smarten opvoedt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Wenen, 8 februari 1912 (bladzijde 250-251)

Eerder geplaatst op 18 juli 2014