Zien wij na de dood onze geliefden weer?

Ziet men in het geestelijk leven na de dood (Duits: im Devachan) zijn geliefden weer? – Ja, we zien ze weer en wel bevrijd van alle hindernissen van ruimte en tijd, die zich als een sluier hier op onze aarde over al deze zielsverhoudingen leggen. […] De verhouding van ziel tot ziel is veel innerlijker en veel intenser dan in de fysieke wereld. Er kan in het devachan nooit enige twijfel zijn of de ene de andere herkent, wanneer de een vroeger, de ander veel later na een lange tussentijd het devachan binnenkomt. Het herkennen van zijn geliefden is daar helemaal niet bijzonder moeilijk, want daar draagt ieder om zo te zeggen zijn innerlijk, geestelijk wezen op zijn geestelijk gelaat geschreven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 – Das Prinzip der spirituellen Ökonomie im Zusammenhang mit Wiederverkörperungsfragen – Boedapest, 7 juni 1909 (bladzijde 198)

Eerder geplaatst op 30 oktober 2014 

Belevenissen zetten zich om in vermogens, vaardigheden en talenten

De wijze waarop de ervaringen hier op aarde verwerkt worden, is zodanig dat slechts een zeer gering deel uit deze ervaringen meegenomen wordt; uit iedere gebeurtenis zou men veel meer kunnen halen. Denk bijvoorbeeld eens aan hoe men schrijven geleerd heeft. Dat ging gepaard met een verscheidenheid aan ervaringen. Deze belevenissen ballen zich als het ware tot een enkel vermogen samen, de vaardigheid van het schrijven. Wat zich eerst uiterlijk in de wereld heeft afgespeeld, verandert in een vaardigheid. In alle ervaringen is een dergelijke mogelijkheid, een dergelijke gelegenheid besloten: ze kunnen zich later in bekwaamheden, talenten omzetten.

Na de dood vindt een dergelijke omzetting plaats. Als de mens dan weer geboren wordt, verschijnt dan veel als talent, als aanleg. Dat is in het devachan het basisgevoel: dat alle belevenissen zich transformeren tot vermogens, bekwaamheden. Dat geeft het gevoel van gelukzaligheid. Een stroom van geluk doortrekt dan de mensen. Al het creëren (Duits: hervorbringen) voelt een wezen als gelukzaligheid. De verhoudingen die zich in de wereld gesponnen hebben, zijn in het devachan veel intensiever dan hier op aarde. De beperkingen van ruimte en tijd vallen weg. Men kan in deze wereld in feite in andere mensen opgaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 182-183)

Eerder geplaatst op 22 maart 2014

Zien wij na de dood onze geliefden weer?

Ziet men in het geestelijk leven na de dood (Duits: im Devachan) zijn geliefden weer? – Ja, we zien ze weer en wel bevrijd van alle hindernissen van ruimte en tijd, die zich als een sluier hier op onze aarde over al deze zielsverhoudingen leggen. […] De verhouding van ziel tot ziel is veel innerlijker en veel intenser dan in de fysieke wereld. Er kan in het devachan nooit enige twijfel zijn of de ene de andere herkent, wanneer de een vroeger, de ander veel later na een lange tussentijd het devachan binnenkomt. Het herkennen van zijn geliefden is daar helemaal niet bijzonder moeilijk, want daar draagt ieder om zo te zeggen zijn innerlijk, geestelijk wezen op zijn geestelijk gelaat geschreven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 – Das Prinzip der spirituellen Ökonomie im Zusammenhang mit Wiederverkörperungsfragen – Boedapest 7 juni 1909 (bladzijde 198)