Nood, ellende en leed zijn niets anders als een gevolg van het egoïsme (5)

De tegenhanger van dit sociaal denken moet nu ook nauwkeurig vervolgd worden. U kent het voorbeeld van een naaister die voor een laag loon werkt en dat de sociaaldemocratie op haar inpraat: jullie worden uitgebuit! Nu gaat echter de naaister naar een winkel en koopt een goedkope jurk om op zondag te gaan dansen. Zij verlangt naar een goedkope jurk. Waarom is die jurk echter goedkoop? Omdat een andere werknemer uitgebuit werd. Wie buit uiteindelijk die arbeidskracht uit? Zeer zeker de naaister die bij het dansen op zondag die goedkope jurk draagt. Wie hier helder denkt, is reeds los van het onderscheid tussen rijk en arm, want uitbuiting heeft met rijkdom en armoede geheel niets van doen. Er moeten daarom eerst beweegredenen in het leven worden geroepen, opdat in de toekomst de mensen vlijtig en toegewijd werken zonder aan het eigenbelang te denken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a –Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)

Eerder geplaatst op 27 augustus 2011

Als je gezond bent, dan ben je rijk, maar rijkdom is niet gezond

Een slechte gewoonte in een vorig leven is een oorzaak voor ziekte in het volgende leven, een goede gewoonte is een oorzaak voor gezondheid. […] Men kan zien hoe de aanleg van een mens voor infectieziekten op deze wijze verkregen wordt. We weten dat iemand naar alle mensen en alle plaatsen kan gaan, waar epidemieën of besmettelijke ziekten heersen, zonder dat hij gevaar loopt deze ziekten op te lopen. Een ander hoeft zogezegd maar over straat te lopen en wordt meteen aangestoken. Het hangt van zijn dispositie af of hij wordt besmet of niet. Nu weten de ingewijden zeer goed dat de aanleg, die naar infectieziekten leidt, berust op een in het voorgaande leven grote egoïstische hebzucht, die op zelfzuchtige wijze eraan denkt voor zichzelf rijkdommen te verzamelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Stuttgart 14 maart 1906 (bladzijde 253)

Sociale hervormingen mislukken als de mensen zichzelf niet hervormen

Wie in de geestelijke wereld waarneemt, ziet de samenhangen die aan het aardse leven ten grondslag liggen. Hij ziet de mensen, hoe ze samenleven: in diepste ellende de ene, arm en terneergedrukt door arbeid en ontberingen, de andere zwelgend in overvloed, van dit of dat genietend. Men kan zich gemakkelijk voorstellen hoe dat zou zijn te veranderen, als men enkel op het fysieke plan blijft. Dat doen de meesten, die zich tegenwoordig geroepen voelen tot sociaal hervormen. Zij bevinden zich niet in dezelfde toestand als een met succes geopereerde blindgeborene, die plotseling de wereld om hem heen in kleuren ziet, want anders zouden zij achter al het materieel zichtbare de menigvuldigste, verschillende wezens zien. Als zij hun goedbedoelde hervormingsplannen proberen te verwezenlijken, maar daarbij de geestelijke wezens buiten beschouwing laten, dan zal het binnen vijftig jaar nog veel erger zijn dan het ooit tevoren is geweest. Alle hedendaagse sociale idealen zouden in groteske tegenspraak zijn met de zielenwereld, als niet deze zielen, dat wil zeggen de menselijke hartstochten, begeerten en wensen tegelijk een verandering ondergaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn 1 0ktober 1906 (bladzijde 83)

Nood, ellende en leed zijn niets anders als een gevolg van het egoïsme (5)

De tegenhanger van dit sociaal denken moet nu ook nauwkeurig vervolgd worden. U kent het voorbeeld van een naaister die voor een laag loon werkt en dat de sociaaldemocratie op haar inpraat: jullie worden uitgebuit! Nu gaat echter de naaister naar een winkel en koopt een goedkope jurk om op zondag te gaan dansen. Zij verlangt naar een goedkope jurk. Waarom is die jurk echter goedkoop? Omdat een andere werknemer uitgebuit werd. Wie buit uiteindelijk die arbeidskracht uit? Zeer zeker de naaister die bij het dansen op zondag die goedkope jurk draagt. Wie hier helder denkt, is reeds los van het onderscheid tussen rijk en arm, want uitbuiting heeft met rijkdom en armoede geheel niets van doen. Er moeten daarom eerst beweegredenen in het leven worden geroepen, opdat in de toekomst de mensen vlijtig en toegewijd werken zonder aan het eigenbelang te denken.

Wordt vervolgd

Bron: GA 266a – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)