Over mensen die het buskruit niet uitgevonden hebben

Er zijn mensen die de intelligentie van een twaalf-, ja een achtjarig kind hebben. Terwijl het lichaam verder groeide, bleef de intelligentie op een bepaald punt staan. Zulke mensen kunnen hun beroep, waarin ze geplaatst zijn, volbrengen zonder dat het gebrek aan intelligentie te merken is. In een dergelijke functie wordt alles tot in het kleinste detail van bovenaf voorgeschreven. Dan hoeft de persoon zich enkel aan deze voorschriften te houden. Scheidt hij dan echter van zijn betrekking, dan ontbreekt hem de steun van deze voorschriften, en al snel stort hij in.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Berlijn 21 maart 1909 (bladzijde 472)

Baat het niet, het schaadt ook niet

Wat u in De weg tot inzicht in hogere werelden vindt, onderscheidt zich van veel andere regels en oefeningen door de eigenschap dat ze onschadelijk zijn. Alleen zulke dingen zijn meegedeeld, welke – ook als ze niet met geduld en standvastigheid worden uitgevoerd – de mensen geen schade kunnen brengen. Ook als ze niet met standvastigheid worden doorgevoerd, kunnen ze geen kwaad. Niemand kan schade door ze lijden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Berlijn 15 december 1904 (bladzijde 198-199)

P.S. Dit lijkt me een vrij belangrijke opmerking, want er schijnen ook oefeningen te zijn, die gevaarlijk en schadelijk voor karakter en gezondheid kunnen zijn, als men ze niet regelmatig doet of als men er na een bepaalde tijdsperiode mee ophoudt.

Rudolf Steiner – Moet men zich van alle kritiek onthouden? (slot)

Onder bepaalde omstandigheden brengt men zich het beste vooruit als men in noodzakelijke gevallen van de inachtneming van een regel, waarvan navolging vooruitgang bewerkt, afziet. Is men als opvoeder wellicht voortdurend genoodzaakt door straffen verdriet teweeg te brengen, dan kan men gedurende deze tijd met betrekking tot bovenstaande regel geheel niets doen. Heeft men echter de leerling verbeterd, dan komt deze goede werking ons karma en daardoor toch onze hogere ontwikkeling ten goede. De wetten van het geestelijk leven zijn onverbiddelijk als men er om welke reden dan ook niet aan voldoet. En ze moeten in alle gestrengheid eenvoudig als geestelijke wetten opgesteld worden, of er een mogelijkheid bestaat om ze op te volgen of niet.

Bron: GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 390)