Antroposofie wil geen nieuwe religie zijn

Dat religie er alleen maar bij kan winnen als het wetenschappelijk wordt verdiept, dat kan door het waarlijk religieuze gemoed worden begrepen. En spirituele wetenschap wil niet iets zijn dat te maken heeft met een stichting van een nieuwe religie. Ze wil geen nieuwe sekte vestigen. Ze wil geen profeten of religieuze grondleggers voortbrengen. De tijd van de stichting van religies is voorbij, de tijd van de profeten is voorbij. De mensheid is zelfstandig (Duits: reif) geworden. En mensen die in de toekomst op de manier van een profeet voor de mensheid zouden willen optreden, zullen een ander lot hebben dan de oude profeten. De oude profeten, ze zijn terecht volgens de geaardheid van hun eigen tijd vereerd als uitzonderlijke mensen. Profeten van de huidige tijd, die het op de oude wijze zouden willen zijn, zullen hun lot ervaren: ze zullen worden uitgelachen! 

Geesteswetenschap heeft geen profeten nodig, want de geesteswetenschap gaat er in de basis geheel en al vanuit dat wat zij te zeggen heeft, eigendom is van de diepten van de menselijke ziel, die diepten waar de menselijke ziel gewoon niet altijd helder kan oplichten (Duits: nicht immer hineinleuchten kann). En wat de spirituele onderzoeker zegt, wil hij zeggen als een gewone onderzoeker. Hij wil de aandacht vestigen op wat noodzakelijk is. De spirituele onderzoeker zegt: ik heb het gevonden; als je zoekt, zul je het zelf vinden! En meer en meer zullen de tijden naderen waarin de spirituele wetenschapper zal worden erkend als een gewone onderzoeker, zoals de chemicus, de bioloog als onderzoeker worden erkend in hun vakgebied; alleen de spirituele onderzoeker onderzoekt in het gebied dat elke menselijke ziel aangaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – ANTHROPOSOPHIE UND CHRISTENTUM – Norrköping, 13 juli 1914 (bladzijde 231-232)

Eerder geplaatst op 24 oktober 2018

Anna_Eunike1_WEB

Anna Eunike (1853 – 1911) eerste echtgenote van Rudolf Steiner

Valse profeten

Steeds weer opnieuw moet gezegd worden dat valse profeten het goede en grootse zouden kunnen verhinderen als ze erin zouden slagen de mening te verspreiden dat Christus weer in een fysiek lichaam (Duits: im Fleische) zou verschijnen. Als de antroposofen dat niet zouden begrijpen, dan zouden ze in de fout vervallen die het mogelijk zou maken dat valse messiassen optreden.

Ze zullen opstaan omdat ze op de zwakke, op de door het materialisme verzwakte zielen rekenen, die zich alleen kunnen voorstellen dat wanneer Christus weer komt, hij in een stoffelijk lichaam moet verschijnen. Deze misvatting is een zeer bedenkelijke; ze zal opkomen als een vreselijke verleiding voor de mensheid.

Antroposofie heeft de taak de mensen tegen deze verleiding te beschermen. Dat kan niet sterk genoeg benadrukt worden voor allen die het horen willen. Hiermee ziet u echter ook dat antroposofie belangrijke dingen te zeggen heeft, dat we antroposofie niet alleen maar praktiseren omdat we nieuwsgierig zijn naar allerlei waarheden, maar omdat we weten dat deze waarheden nodig zijn voor het heil van de mensheid, voor de voortdurende vervolmaking van de mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt – Heidelberg, 27 januari 1910 (bladzijde 53)

Eerder geplaatst op 30 november 2017

Antroposofie wil geen nieuwe religie zijn

Dat religie er alleen maar bij kan winnen als het wetenschappelijk wordt verdiept, dat kan door het waarlijk religieuze gemoed worden begrepen. En spirituele wetenschap wil niet iets zijn dat te maken heeft met een stichting van een nieuwe religie. Ze wil geen nieuwe sekte vestigen. Ze wil geen profeten of religieuze grondleggers voortbrengen. De tijd van de stichting van religies is voorbij, de tijd van de profeten is voorbij. De mensheid is zelfstandig (Duits: reif) geworden. En mensen die in de toekomst op de manier van een profeet voor de mensheid zouden willen optreden, zullen een ander lot hebben dan de oude profeten. De oude profeten, ze zijn terecht volgens de geaardheid van hun eigen tijd vereerd als uitzonderlijke mensen. Profeten van de huidige tijd, die het op de oude wijze zouden willen zijn, zullen hun lot ervaren: ze zullen worden uitgelachen!

Geesteswetenschap heeft geen profeten nodig, want de geesteswetenschap gaat er in de basis geheel en al vanuit dat wat zij te zeggen heeft, eigendom is van de diepten van de menselijke ziel, die diepten waar de menselijke ziel gewoon niet altijd helder kan oplichten (Duits: nicht immer hineinleuchten kann). En wat de spirituele onderzoeker zegt, wil hij zeggen als een gewone onderzoeker. Hij wil de aandacht vestigen op wat noodzakelijk is. De spirituele onderzoeker zegt: ik heb het gevonden; als je zoekt, zul je het zelf vinden! En meer en meer zullen de tijden naderen waarin de spirituele wetenschapper zal worden erkend als een gewone onderzoeker, zoals de chemicus, de bioloog als onderzoeker worden erkend in hun vakgebied; alleen de spirituele onderzoeker onderzoekt in het gebied dat elke menselijke ziel aangaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – ANTHROPOSOPHIE UND CHRISTENTUM – Norrköping, 13 juli 1914 (bladzijde 231-232)