Arbeid en cultuurontwikkeling

In het vierde cultuurtijdperk (Grieks-Romeins 747 v.Chr.-1413 n.Chr.) werd de arbeid als eerbetoon uitgevoerd (slavenarbeid). In het vijfde cultuurtijdperk (ons huidige Germaans-Angelsaksische tijdperk 1413-3573) wordt de arbeid als product (Duits: Ware) behandeld (verkocht). In het zesde (Slavische) cultuurtijdperk (3573-5733) wordt de arbeid als offer uitgevoerd (gratis arbeid). Het economische bestaan zal dan gescheiden zijn van de arbeid; er zal geen eigendom meer zijn, alles is gemeenschappelijk. Men werkt dan niet meer voor zijn eigen bestaan, maar verricht alles als absoluut offer voor de mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 93a – Grundelemente der Esoterik – Berlijn, 31 oktober 1905 (bladzijde 231)

Eerder geplaatst op 29 april 2016

Hoe kunnen lust en liefde weer de impulsen worden voor het dagelijks (rot)werk? – 2 (slot)

Ja, zal menigeen zeggen, creëer maar eens impulsen voor werk dat smerig, slecht en afstotelijk is! – Er zijn zulke impulsen. Probeer maar eens te denken aan wat moeders doen, als ze werk uit liefde voor hun kind doen. Denk er eens aan, waartoe de mens in staat is, als hij uit liefde voor andere mensen iets doet. Dan is er geen liefde nodig voor het product der arbeid, dan is er een band tussen mens en mens nodig. De liefde voor het product kunt u bij de mensheid niet terugbrengen, want die was aan primitieve, eenvoudige omstandigheden gebonden. Wat de toekomst echter brengen moet, dat is het grote, alomvattende begrip en de liefde van mens tot mens. Voordat niet ieder mens uit de diepste impulsen, die alleen een spirituele wereldbeweging kan geven, de drijfveer voor zijn werkzaamheid kan vinden, voordat hij niet in staat is de arbeid uit liefde voor zijn medemensen te doen, eerder is het niet mogelijk echte impulsen te scheppen voor een heilzame toekomstontwikkeling der mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn 12 maart 1908 (bladzijde 246)

Hoe kunnen lust en liefde weer de impulsen worden voor het dagelijks (rot)werk? – 1

Een mens die een klein onderdeel in de fabriek produceert op de hedendaagse manier van werken, zal nooit meer de toewijding kunnen hebben voor het product, dat de vroegere ambachtslieden kenmerkte; dat is onherroepelijk verdwenen. Nooit zal het bij onze gecompliceerde verhoudingen in de toekomst mogelijk zijn, dat het werkveld vergezeld gaat van een vrolijk lied bij de arbeid. Dat is verklonken, het lied dat zich bij het product aansluit.

Wij vragen: Is er een andere impuls, die als vervanging in de plaats kan komen? Als we de blik op de vele jaren werpen, waar steeds meer fabrieken gebouwd werden en steeds meer mensen in de plaatsen van de moderne ellende van bedrijven en kostwinning samengedreven zijn, als we dat alles aan ons voorbij laten trekken, dan zien we – al mag dan ook veel anders geworden zijn -, dat men meent, de toekomstige ontwikkeling aan het verleden, als lust en liefde nog de impulsen voor de arbeid waren, eenvoudig toe te kunnen voegen. De mensheid heeft echter niet een vervanging kunnen scheppen, die de mensen weer verbindt met het product. Dat kan ook niet weer teruggebracht worden. Maar iets anders kan gedaan worden. Wat kan in de plaats treden? Hoe kunnen lust en liefde weer de impulsen worden, die vleugels worden voor het dagelijks werk? Hoe kunnen ze gecreëerd worden?

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn 12 maart 1908 (bladzijde 245)

Wordt vervolgd