Het geloof dat de wereld door denken is ontstaan en zich nog voortdurend daardoor in stand houdt, dat eerst maakt het vruchtbare eigenlijke denken mogelijk

Men kan nooit de juiste innerlijke verhouding tot het denken krijgen, als men gelooft, dat het denken zich alleen binnen de mens, in zijn hoofd of in zijn ziel afspeelt. Wie dat meent, wordt misleid en zal voortdurend ervan afgehouden worden om te zoeken naar een juiste wijze van denken, om de nodige eisen aan zijn denken te stellen.

Wie het juiste standpunt ten opzichte van het denken wil vinden, stelle zich het volgende voor de geest: wanneer ik mij gedachten kan vormen over dingen, wanneer ik door gedachten de dingen doorgronden kan, dan moeten in de dingen eerst gedachten aanwezig zijn. De dingen moeten volgens gedachten opgebouwd zijn. Dan alleen kan ik ook gedachten uit de dingen tevoorschijn halen.

Men moet zich voorstellen, dat het met alle dingen buiten ons in de wereld zo gesteld is als met een klok. De vergelijking van het menselijk organisme met een uurwerk wordt dikwijls gebruikt; maar daarbij wordt meestal het belangrijkste vergeten, namelijk dat er ook een klokkenmaker bestaat, die het uurwerk in elkaar gezet heeft. De klokkenmaker mag men niet vergeten. Door gedachten is het uurwerk ontstaan, de gedachten zijn als het ware in het uurwerk, in het voorwerp uitgevloeid.

Ook alles wat in de natuur voorkomt, de natuurprocessen, moet men zich zo voorstellen. Bij de resultaten van menselijke arbeid springt dat gemakkelijk in het oog. In de natuur daarentegen is dat niet zo gauw te herkennen en toch zijn ook daar geestelijke krachten werkzaam, staan geestelijke wezens op de achtergrond. Wanneer de mens over de dingen nadenkt, dan denkt hij slechts over datgene wat er tevoren ingelegd is. Het geloof dat de wereld door denken is ontstaan en zich nog voortdurend daardoor in stand houdt, dat eerst maakt het vruchtbare eigenlijke denken mogelijk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – PRAKTISCHE AUSBILDUNG DES DENKENS  ‐ Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 259-260)

Vertaling P. Henny-van Suchtelen

9783772517709_6307

Eerder geplaatst op 14 april 2018  (1 reactie)

Praktisch denken

Mensen die zich practici noemen menen dikwijls dat zij handelen volgens de meest praktische gezichtspunten. Bij nadere beschouwing zal echter blijken, dat dit zogenaamde ‘praktische denken’ dikwijls niets met denken te maken heeft, maar uit niet veel anders bestaat dan uit een verder zwoegen met overgeleverde opvattingen en aangeleerde denkgewoonten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Praktische Ausbildung des Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 256)

Overgenomen uit De praktische ontwikkeling van het denken (blz. 5) – Vertaling P. Henny-van Suchtelen

 522x840

Eerder geplaatst op 22 februari 2018

Praktisch denken

Wanneer iets dat werkelijk praktisch is, wordt uitgevonden, gebeurt dat heel dikwijls niet door een ‘man van de  praktijk’. De uitvinding van de postzegel geeft daarvan een mooi voorbeeld. Het meest voor de hand liggende zou zijn dat de postzegel door iemand uit de praktijk van het postwezen zou zijn bedacht. Dat is echter niet het geval. 

In het begin van de vorige eeuw was het verzenden van een brief nog iets heel omslachtigs. Eerst moest men zich begeven naar een instantie waar men brieven kon afgeven, daar werd in allerlei boeken nagezocht hoe de betreffende brief van haltepost naar haltepost op zijn bestemming te brengen zou zijn. Ons tegenwoordige eenheidsporto is pas iets meer dan een eeuw oud en de postzegel is niet uitgevonden door een postambtenaar, maar door iemand die met de post niets te maken had, de engelsman Rowland Hill. 

rowland-hill-portrait

ROWLAND HILL

Toen de idee van de postzegel werd voorgelegd aan de engelse minister, die destijds het postverkeer onder zijn beheer had, gaf deze als zijn oordeel: ja, ten eerste is niet aan te nemen, dat werkelijk door deze vereenvoudiging het briefverkeer zo geweldig zal toenemen als deze onpraktische Hill zich voorstelt en ten tweede – stel dat het wel zo zou zijn – dan zal het postkantoor in Londen niet groot genoeg zijn om dat te verwerken. Het kwam bij deze ‘man van de praktijk’ niet op, dat het postkantoor zich naar het verkeer en niet het verkeer zich naar het postkantoor moet richten. Wat destijds door een ‘onpraktisch mens’ op een ‘man van de praktijk’ bevochten moest worden, heeft in de kortst mogelijke tijd uitgebreid toepassing gevonden; vanzelfsprekend verzenden wij nu een brief met een postzegel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie / Praktische  Ausbildung  des  Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 256-257)

Vertaling door P. Henny-van Suchtelen uit De praktische ontwikkeling van het denken – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

Eerder geplaatst op 27 november 2020  (2 reacties)

Oefening om het juiste idee op het juiste moment te krijgen

Een oefening voor diegenen,die zich op het juiste ogenblik niet het juiste kunnen te binnen brengen. Deze mensen moeten er voor alles naar streven om niet steeds hun gedachten de vrije loop te laten en daarmee op te gaan in het alledaagse leven.- Wanneer eens een half uurtje rust genomen kan worden, geeft men meestal zijn gedachten vrij spel; en dan spinnen deze eindeloos van het een naar het ander. Of, als we misschien een bepaalde zorg hebben – vlug schiet deze in het bewustzijn en laat ons niet meer los. Geeft men zich daar zo aan over, dan zal men nooit op het juiste ogenblik de juiste inval kunnen krijgen. Wil men bereiken, dat men die wel krijgt, dan moet men als volgt te werk gaan. Men zegt tegen zichzelf: ‘elke keer wanneer ik een beetje tijd heb om over iets na te denken, wil ik daarvoor zelf iets uitkiezen, wil ik door eigen willekeur mij iets voor de geest roepen: vandaag b.v. iets, dat ik vroeger beleefd heb op een wandeling een paar jaar geleden en ik wil mij in het toen beleefde – al is het maar vijf minuten – bewust terugdenken. Weg met al het andere in die vijf minuten. Zelf kies ik waarover ik wil nadenken.’ 

De keuze hoeft niet eens zo moeilijk te zijn als in dit voorbeeld. het komt er helemaal niet op aan meteen moeilijke opgaven aan zijn denkproces te stellen, het belangrijkste is, dat men zich losmaakt van alles, waardoor men in het leven vastgezogen wordt: men moet iets kiezen, dat valt buiten alles waarin wij door de dagelijkse sleur ingesponnen worden. En wanneer men lijdt aan gebrek aan invallen, wanneer men helemaal niets anders bedenken kan, dan kan men zich behelpen door een boek op te slaan en te gaan nadenken over het eerste het beste waar de blik op valt. Of wel men zegt tot zichzelf: ‘vandaag zal ik eens nadenken over iets, wat ik vanmorgen zag toen ik naar mijn werk ging en waaraan ik anders zeker geen aandacht meer besteed zou hebben.’ Het moet bepaald iets zijn dat buiten de sleur van het dagelijks leven valt, waarover men anders niet verder nagedacht zou hebben.

Zulke oefeningen moeten systematisch telkens en telkens weer gedaan worden, dan zal als resultaat  optreden, dat wij te rechter tijd invallen krijgen, dat ons op het juiste ogenblik invalt, wat ons invallen moet. Ons denken zal daardoor beweeglijk worden en dat is van bijzonder veel belang voor de mens in het praktische leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie – Karlsruhe, 18 Januar 1909 (blz. 266-267)

Rudolf Steiner – De praktische ontwikkeling van het denken – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist 

Vertaling P. Henny-van Suchtelen

737x1200

Praktisch denken

Wanneer iets dat werkelijk praktisch is, wordt uitgevonden, gebeurt dat heel dikwijls niet door een ‘man van de  praktijk’. De uitvinding van de postzegel geeft daarvan een mooi voorbeeld. Het meest voor de hand liggende zou zijn dat de postzegel door iemand uit de praktijk van het postwezen zou zijn bedacht. Dat is echter niet het geval. 

In het begin van de vorige eeuw was het verzenden van een brief nog iets heel omslachtigs. Eerst moest men zich begeven naar een instantie waar men brieven kon afgeven, daar werd in allerlei boeken nagezocht hoe de betreffende brief van haltepost naar haltepost op zijn bestemming te brengen zou zijn. Ons tegenwoordige eenheidsporto is pas iets meer dan een eeuw oud en de postzegel is niet uitgevonden door een postambtenaar, maar door iemand die met de post niets te maken had, de engelsman Rowland Hill

Rowland_Hill_-_Project_Gutenberg_etext_13103

Rowland Hill

Toen de idee van de postzegel werd voorgelegd aan de engelse minister, die destijds het postverkeer onder zijn beheer had, gaf deze als zijn oordeel: ja, ten eerste is niet aan te nemen, dat werkelijk door deze vereenvoudiging het briefverkeer zo geweldig zal toenemen als deze onpraktische Hill zich voorstelt en ten tweede – stel dat het wel zo zou zijn – dan zal het postkantoor in Londen niet groot genoeg zijn om dat te verwerken. Het kwam bij deze ‘man van de praktijk’ niet op, dat het postkantoor zich naar het verkeer en niet het verkeer zich naar het postkantoor moet richten. Wat destijds door een ‘onpraktisch mens’ op een ‘man van de praktijk’ bevochten moest worden, heeft in de kortst mogelijke tijd uitgebreid toepassing gevonden; vanzelfsprekend verzenden wij nu een brief met een postzegel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie / Praktische  Ausbildung  des  Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 256-257)

Vertaling door P. Henny-van Suchtelen uit De praktische ontwikkeling van het denken – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist