Positiviteit

In alles, ook in het meest weerzinwekkende kan hij die ernstig zoekt wel iets vinden dat de moeite waard is. Het vruchtbare van de dingen ligt niet in wat eraan ontbreekt, maar in wat ze wél hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 12 – DIE STUFEN DER HÖHEREN ERKENNTNIS (bladzijde 32-33)

Eerder geplaatst op 23 oktober 2012

Over positiviteit en onthouding van kritiek

Zo moet de esoterische leerling proberen in ieder verschijnsel en in ieder wezen het positieve te zoeken. Hij zal dan al spoedig merken, dat onder de buitenkant van het lelijke een verborgen schoonheid, dat zelfs onder het hulsel van een misdadiger iets verborgen goeds, dat onder het uiterlijk van een waanzinnige op de een of andere manier de goddelijke ziel verborgen is. Deze oefening hangt enigszins samen met wat men de onthouding van kritiek noemt. Men moet deze zaak niet zo opvatten alsof men zwart wit en wit zwart zou moeten noemen. Er is echter een verschil tussen een beoordeling die enkel van de eigen persoonlijkheid uitgaat en aan de hand van sympathie en antipathie van de eigen persoon oordeelt. En er is een standpunt dat zich liefdevol in het vreemde verschijnsel of vreemde wezen verplaatst en zich overal afvraagt: Hoe komt deze ander ertoe zo te zijn en zo te doen? Een dergelijk standpunt komt er geheel vanzelf toe om er meer na te streven het onvolkomene te helpen dan enkel aanmerkingen te maken en het te kritiseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 267 – Seelenübungen (bladzijde 58-59)

Eerder geplaatst op 21 december 2013 

Enkele opmerkingen over de zes basisoefeningen

De zogenaamde basisoefeningen (ook wel genoemd nevenoefeningen of vooroefeningen) komt men in de boeken en voordrachten van Steiner meermaals tegen. Deze zes oefeningen zullen de meeste lezers van deze website wel bekend zijn. Voor alle duidelijkheid geef ik nog even de links naar de zes blogs, waarin de oefeningen staan, zoals Steiner ze heeft beschreven in zijn Magnum Opus Die Geheimwissenschaft im Umriss. (Vertaling F. Wilmar)

  1. Gedachtenbeheersing 
  2. Wilskracht 
  3. Gelatenheid 
  4. Positiviteit
  5. Onbevangenheid 
  6. Harmonie

In GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden, Band I – komen de basisoefeningen ook verscheidene keren ter sprake. Hierbij maakt Steiner nog een paar opmerkingen die mij vrij onbekend waren en die mij wel van belang lijken.

Het komt vóór alles erop aan dat men de oefeningen precies in deze volgorde doet. Wie de tweede oefening voor de eerste doet, heeft er geen profijt van. Want juist op deze volgorde komt het aan. (bladzijde 234)

Is men klaar met de zes maanden, dan begint men weer van voren af aan. (bladzijde 239)

Terwijl deze zes oefeningen niet aan een bepaald uur van de dag zijn gebonden, alleen dagelijks, zoals beschreven, moeten worden gedaan, moet de meditatie altijd op dezelfde tijd gedaan worden. (bladzijde 240)

Ik heb altijd gedacht dat die oefeningen elke dag op ongeveer dezelfde tijd zouden moeten worden gedaan, maar dat geldt dus blijkbaar alleen voor de meditatie-oefeningen, maar niet voor de basisoefeningen.

Eerder geplaatst op 29 oktober 2013

Over positiviteit en onthouding van kritiek

Zo moet de esoterische leerling proberen in ieder verschijnsel en in ieder wezen het positieve te zoeken. Hij zal dan al spoedig merken, dat onder de buitenkant van het lelijke een verborgen schoonheid, dat zelfs onder het hulsel van een misdadiger iets verborgen goeds, dat onder het uiterlijk van een waanzinnige op de een of andere manier de goddelijke ziel verborgen is. Deze oefening hangt enigszins samen met wat men de onthouding van kritiek noemt. Men moet deze zaak niet zo opvatten alsof men zwart wit en wit zwart zou moeten noemen. Er is echter een verschil tussen een beoordeling die enkel van de eigen persoonlijkheid uitgaat en aan de hand van sympathie en antipathie van de eigen persoon oordeelt. En er is een standpunt dat zich liefdevol in het vreemde verschijnsel of vreemde wezen verplaatst en zich overal afvraagt: Hoe komt deze ander ertoe zo te zijn en zo te doen? Een dergelijk standpunt komt er geheel vanzelf toe om er meer na te streven het onvolkomene te helpen dan enkel aanmerkingen te maken en het te kritiseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 267 – Seelenübungen (bladzijde 58-59)

Interesse voor andermans fouten in plaats van kritiek

Wat de mensheid enkel en alleen heil kan brengen in de toekomst – ik bedoel de mensheid, dus het sociale samenleven -, moet zijn een eerlijke interesse van de ene mens voor de andere. Wat ons huidige tijdperk bijzonder eigen is, is de afzondering van de ene mens van de anderen. Dat vereist de individualiteit, dat is een voorwaarde van de persoonlijkheid, dat een mens zich ook innerlijk van de anderen afzondert. Maar deze afzondering moet een tegenpool hebben, en deze tegenpool moet in het aankweken van een levendige interesse van mens tot mens bestaan. […] U vindt onder, ik zou willen zeggen, de meest elementaire impulsen, die worden aangegeven in mijn boek ‘De weg tot inzicht in hogere werelden’’, de impuls beschreven, die, als hij voor het sociale leven praktisch wordt, recht op verhoging van de interesse voor de mensen aanstuurt. U vindt immers overal aangegeven de zogenaamde positiviteit, de ontwikkeling van een positieve gezindheid. De meeste mensen in de huidige tijd zouden ronduit met hun ziel omkeren moeten van hun weg, als ze deze positiviteit ontwikkelen willen, want de meeste mensen hebben vandaag de dag niet eens een besef van deze positiviteit. Ze staan zo van mens tot mens, dat ze, als ze iets aan de andere mensen opmerken dat hen niet zint […], dan beginnen ze te veroordelen, echter zonder ervoor interesse te ontwikkelen. Het is in de hoogste mate antisociaal – misschien klinkt het paradoxaal, maar het is toch juist – voor de toekomstige mensheidsontwikkeling om zulke eigenschappen te hebben, om in onmiddellijke sympathie en antipathie de andere mensen te benaderen. Daarentegen zal het de mooiste, belangrijkste sociale eigenschap voor de toekomstontwikkeling zijn, als men juist een objectieve interesse voor de fouten van andere mensen ontwikkelt, als iemand de fouten van andere mensen veel meer interesseren dan dat men probeert ze te kritiseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 185 – Geschichtliche Symptomatologie – Dornach 25 oktober 1918 (bladzijde 96-97)