Knapper dan Plato

Wij antroposofen zijn toch niet zo dat we, zoals andere mensen wel zeggen, dat we het “zo heerlijk ver gebracht hebben”. Luister maar eens naar een hedendaagse arts die geheel en al op het tegenwoordige standpunt staat, of  hoor eens een hedendaagse filosoof en zo meer, ze zeggen: We hoeven helemaal niet zo ver terug te gaan, dan treffen we mensen die eigenlijk helemaal niets waren; een man als Paracelsus was eigenlijk een idioot, en een gymnasiumleraar van vandaag de dag is knapper dan Plato.

Dat is een filosofie die al door Hebbel gehekeld is. Als idee voor een drama vindt men in zijn dagboek opgetekend het idee dat een gymnasiumleraar de wedergeboren Plato als leerling in zijn klas heeft. Dat wilde Hebbel als dramatisch figuur beschrijven en aantonen hoe de schoolmeester de wedergeboren Plato voor zich heeft, die absoluut niets begrijpen kan van wat de leraar over Plato zegt. Dat wilde Hebbel in een drama beschrijven. Het is echt jammer dat hij dit idee niet in een drama heeft uitgevoerd, want het is werkelijk een erg mooi idee.

Bron: Rudolf Steiner – GA 157 – Menschenschicksale und Völkerschicksale – Berlijn, 22 juni 1915 (bladzijde 284-285)

Eerder geplaatst op 6 september 2017

Plato1-1

Plato (427 v. Chr. – 347 v. Chr.)

Knapper dan Plato

Wij antroposofen zijn toch niet zo dat we, zoals andere mensen ervan spreken, dat we het “zo heerlijk ver gebracht hebben”. Luister maar eens naar een hedendaagse arts die geheel en al op het tegenwoordige standpunt staat, of hoor eens een hedendaagse filosoof en zo meer, ze zeggen: We hoeven helemaal niet zo ver terug te gaan, dan treffen we mensen die eigenlijk helemaal niets waren; een man als Paracelsus was eigenlijk een idioot, en een gymnasiumleraar van vandaag de dag is knapper dan Plato.

Dat is een filosofie die al door Hebbel gehekeld is. Als idee voor een drama vindt men in zijn dagboek opgetekend het idee dat een gymnasiumleraar de wedergeboren Plato als leerling in zijn klas heeft. Dat wilde Hebbel als dramatisch figuur beschrijven en aantonen hoe de schoolmeester de wedergeboren Plato voor zich heeft, die absoluut niets begrijpen kan van wat de leraar over Plato zegt. Dat wilde Hebbel in een drama beschrijven. Het is echt jammer dat hij dit idee niet in een drama heeft uitgevoerd, want het is werkelijk een erg mooi idee.

Bron: Rudolf Steiner – GA 157 – Menschenschicksale und Völkerschicksale – Berlijn, 22 juni 1915 (bladzijde 284-285)

Eerder geplaatst op 21 november 2016 

Knapper dan Plato

Wij antroposofen zijn toch niet zo dat we zoals andere mensen ervan spreken dat we het “zo heerlijk ver gebracht hebben”. Luister maar eens naar een hedendaagse arts die geheel en al op het tegenwoordige standpunt staat, of hoor eens een hedendaagse filosoof en zo meer, ze zeggen: We hoeven helemaal niet zo ver terug te gaan, dan treffen we mensen die eigenlijk helemaal niets waren; een man als Paracelsus was eigenlijk een idioot, en een gymnasiumleraar van vandaag de dag is knapper dan Plato.

Dat is een filosofie die al door Hebbel bedacht (Duits: durchgehechelt) is. Als idee voor een drama vindt men in zijn dagboek opgetekend het idee dat een gymnasiumleraar de wedergeboren Plato als leerling in zijn klas heeft. Dat wilde Hebbel als dramatisch figuur beschrijven en aantonen hoe de schoolmeester de wedergeboren Plato voor zich heeft, die absoluut niets begrijpen kan van wat de leraar over Plato zegt. Dat wilde Hebbel in een drama beschrijven. Het is echt jammer dat hij dit idee niet in een drama heeft uitgevoerd, want het is werkelijk een erg mooi idee.

Bron: Rudolf Steiner – GA 157 – Menschenschicksale und Völkerschicksale – Berlijn, 22 juni 1915 (bladzijde 284-285)

Kamaloka (2-slot) – De pleger van vivisectie moet na de dood alle kwellingen doormaken, die hij de dieren heeft aangedaan

Vooral vreselijk is daardoor het kamaloka van plegers van vivisectie. De theosoof/antroposoof mag niet kritiek uitoefenen op wat de wereldverschijnselen bieden, wel kan hij echter begrijpen hoe de moderne mens tot zulke dingen komen kon. In de Middeleeuwen zou geen mens eraan gedacht hebben en in de oudheid zou iedere arts het voor de grootste onzin hebben gehouden om het leven te vernietigen om het leven te leren kennen, want het is waar dat nog in de Middeleeuwen een groot deel der mensen helderziend was en de artsen de mens doorzien konden en zagen, wat in hem beschadigd was en wat hem mankeerde. Bijvoorbeeld Paracelsus; hij doorzag het fysieke lichaam. Maar de tijd van de materiële cultuur moest komen, waar de helderziendheid verloren ging. Vooral bij de huidige artsen en natuuronderzoekers zien we dit, en de vivisectie was een gevolg daarvan. Zo is het te begrijpen, maar nooit te verontschuldigen of te rechtvaardigen. Onvermijdelijk treden de gevolgen van een dergelijk lijden veroorzakend leven op: De pleger van vivisectie moet na de dood alle kwellingen doormaken, die hij de dieren heeft aangedaan, zijn ziel is als het ware in elke pijn die hij berokkend heeft. Zijn onopzettelijkheid, het vooruitbrengen van de wetenschap, “het goede doel”, zijn geen excuses. De wet van het geestelijk leven is onverbiddelijk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 24 augustus 1906 (bladzijde 35-36)