De beste boeken

Als we bijvoorbeeld een heel moeilijk boek bestuderen, dan komt het er minder op aan de inhoud te begrijpen dan dat we op de gedachtelijnen van de auteur ingaan en meedenken leren. Daarom zou men ook geen boek te moeilijk moeten vinden; dat zou slechts betekenen dat men te gemakzuchtig is in het denken. De beste boeken zijn juist de boeken, die men steeds weer opnieuw bestuderen moet, die men niet meteen begrijpt, die men zin voor zin overdenken moet. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 4 september 1906 (bladzijde 140)

Eerder geplaatst op 19 augustus 2017  (13 reacties)

csm_stop_met_bijbel_studie_nerd_09d7f21765

Men hoeft het niet te geloven, slechts te overdenken

Als iemand zegt: ‘Hoe kan ik op goed geloof aannemen, wat de onderzoekers van de Geest beweren, waar ik het toch niet zelf kan zien?’ dan is dit geheel en al ongegrond. Want het is volstrekt mogelijk om door enkel hun gedachtegangen te volgen tot de vaste overtuiging te komen: Wat meegedeeld wordt, is waar. En indien iemand zich deze overtuiging niet door het volgen van die gedachtegangen kan eigen maken, dan is de reden hiervan niet, dat men onmogelijk aan iets kan ‘geloven’, wat men niet ziet. Maar het vindt zijn oorzaak uitsluitend hierin, dat men met het volgen van de gedachtegangen nog niet onbevooroordeeld, omvattend, grondig genoeg is te werk gegaan. Om op dit punt tot klaarheid te komen, moet men bedenken, dat het menselijk denken, indien het zich energiek innerlijk inspant, meer kan begrijpen, dan het doorgaans zou wanen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – Die Geheimwissenschaft im Umriss – Hoofdstuk Die Erkenntnis der höheren Welten (bladzijde 340-341)

Overgenomen uit de vertaling van F. Wilmar – bladzijde 207-208

Eerder geplaatst op 26 november 2015

Niet helderziendheid, maar inzicht en begrip is waar het om gaat

De mensen zijn wederom in het stadium gekomen, waarin ze een oog nodig hebben voor de geestelijke wereld, waar ze in binnengaan na de dood. En dit oog zullen ze niet hebben, als ze het niet hier op aarde verwerven. Zoals het fysieke oog in het vooraardse bestaan moet worden verkregen, zo moet het oog voor het waarnemen van het bovenzinnelijke na de dood hier door geesteswetenschap, door geestelijke kennis verworven worden. […] Het is gewoon niet waar, als er gezegd wordt, men moet zelf in de geestelijke wereld zien, als men de dingen, die de helderzienden vertellen, wil geloven. O nee, zo is het niet. […] Gevonden worden kunnen zulke feiten alleen door het helderziende onderzoek, maar als ze gevonden zijn, kunnen ze ingezien worden. Men moet er alleen op gericht zijn, de zaak te overdenken en te doorvoelen. En dit erkennen door het gezonde mensenverstand van wat uit de geestelijke wereld is gegeven, niet de helderziendheid, maar deze kennis, dat geeft het geestelijke oog voor na de dood. […] Want wat de taak van de mensen op aarde is, is niet direct de helderziendheid. Het helderzien moet er alleen zijn, opdat men de bovenzinnelijke waarheden kan vinden. Maar wat de opgave van de mensen op aarde is, dat is het begrijpen van de bovenzinnelijke waarheden met het gewone gezonde mensenverstand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 218 –  Geistige Zusammenhänge in der Gestaltung des menschlichen Organismus – Stuttgart 9 december 1922 (bladzijde 326-327)