Opium

Bij opium is het zo dat het bijzonder sterk op het astrale lichaam werkt, en wel zo erop werkt dat de mens het uit het fysieke lichaam losmaakt. […] Het laat zijn fysieke lichaam voor enige tijd los, en dat ervaart de mens als een lustgevoel. Hij heeft niet de gewone dromen, maar hij neemt de geestelijke wereld waar. Hij maakt grote reizen door de spirituele wereld. […] En de Oosterlingen hebben veel van wat ze – op niet juiste wijze, maar toch van de geestelijke wereld – beschrijven, door opiumgenot, hasjiesj en dergelijke verkregen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 352 – Natur und Mensch in geisteswissenschaftlicher Betrachtung – Dornach, 20 februari 1924 (bladzijde 153)

 Geplaatst bij Steiner citaten Nederlands op 28 september 2013  (10 reacties)

Slaapmiddel

Er zijn mensen die slecht kunnen slapen, nietwaar. Als men jonge mensen die slecht kunnen slapen een slaapmiddel geeft, opium, morfine, nu ja, dan slapen ze beter; dat is zeker. Daar is niets tegenin te brengen. Maar de zaak is toch zo, dat als men jeugdige mensen steeds weer als slaapmiddel morfine of welk ander slaapmiddel dan ook geeft, dan wordt het lichaam naar verloop van tijd zwak. Hij heeft vooral steeds meer van dit slaapmiddel nodig. Hij kan niet meer zonder dit slaapmiddel. Hij wordt afhankelijk van dit middel en men heeft dan later toch met een mens te doen, die niet in het volle bezit van zijn krachten is.

Daarom is het beter dat men erover nadenkt, hoe men de slapeloosheid meer op innerlijke wijze kan bestrijden. En men kan deze op innerlijke wijze bestrijden. Als men de mensen er werkelijk toe brengt, dat hij zich inspant altijd maar hetzelfde woord te denken, dan krijgt hij meer en meer van binnen de kracht om in te slapen. En dat is beter. Daardoor verzwakt de mens zichzelf niet.

Bron: Rudolf  Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit  Dornach, 2 december 1922 (bladzijde 85-86)

Eerder geplaatst op 28 april 2014

Slaapmiddel

Er zijn mensen die slecht kunnen slapen, nietwaar. Als men jonge mensen heeft, die slecht kunnen slapen en men geeft hen een slaapmiddel, opium, morfine, nu ja, dan slapen ze beter; dat is zeker. Daar is niets tegen in te brengen. Maar de zaak is toch zo, dat als men jeugdige mensen steeds weer als slaapmiddel morfine of welk ander slaapmiddel dan ook geeft, dan wordt het lichaam naar verloop van tijd zwak. Hij heeft vooral steeds meer van dit slaapmiddel nodig. Hij kan niet meer zonder dit slaapmiddel. Hij wordt afhankelijk van dit middel en men heeft dan later toch met een mens te doen, die niet in het volle bezit van zijn krachten is. Daarom is het beter dat men erover nadenkt, hoe men de slapeloosheid meer op innerlijke wijze kan bestrijden. En men kan deze op innerlijke wijze bestrijden. Als men de mensen er werkelijk toe brengt, dat hij zich inspant altijd maar hetzelfde woord te denken, dan krijgt hij meer en meer van binnen de kracht om in te slapen. En dat is beter. Daardoor verzwakt de mens zichzelf niet.

Bron: Rudolf  Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit  Dornach, 2 december 1922 (bladzijde 85-86)

Eerder geplaatst op 23 februari 2012.

Opium

Bij opium is het zo dat het bijzonder sterk op het astrale lichaam werkt, en wel zo erop werkt dat de mens het uit het fysieke lichaam losmaakt. […] Het laat zijn fysieke lichaam voor enige tijd los, en dat ervaart de mens als een lustgevoel. Hij heeft niet de gewone dromen, maar hij neemt de geestelijke wereld waar. Hij maakt grote reizen door de spirituele wereld. […] En de Oosterlingen hebben veel van wat ze – op niet juiste wijze, maar toch van de geestelijke wereld – beschrijven, door opiumgenot, hasjiesj en dergelijke verkregen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 352 – Natur und Mensch in geisteswissenschaftlicher Betrachtung – Dornach 20 februari 1924 (bladzijde 153)

Slaapmiddel

Er zijn mensen die slecht kunnen slapen, nietwaar. Als men jonge mensen heeft, die slecht kunnen slapen en men geeft hen een slaapmiddel, opium, morfine, nu ja, dan slapen ze beter; dat is zeker. Daar is niets tegen in te brengen. Maar de zaak is toch zo, dat als men jeugdige mensen steeds weer als slaapmiddel morfine of welk ander slaapmiddel dan ook geeft, dan wordt het lichaam naar verloop van tijd zwak. Hij heeft vooral steeds meer van dit slaapmiddel nodig. Hij kan niet meer zonder dit slaapmiddel. Hij wordt afhankelijk van dit middel en men heeft dan later toch met een mens te doen, die niet in het volle bezit van zijn krachten is. Daarom is het beter dat men erover nadenkt, hoe men de slapeloosheid meer op innerlijke wijze kan bestrijden. En men kan deze op innerlijke wijze bestrijden. Als men de mens er werkelijk toe brengt, dat hij zich inspant altijd maar hetzelfde woord te denken, dan krijgt hij meer en meer van binnen de kracht om in te slapen. En dat is beter. Daardoor verzwakt de mens zichzelf niet.

Bron: Rudolf  Steiner – GA 348 – Dornach 2 december 1922 (bladzijde 85-86)