Omkering van oorzaak en gevolg

Met een voorbeeld wil ik laten zien hoe noodzakelijk het is om werkelijk praktisch over dingen na te denken: Iemand is met een ​​ladder in een boom geklommen om daar het een of ander te doen; hij valt uit de boom op de grond en is dood. Wel, het is een voor de hand liggende gedachte dat hij door de val uit de boom is dood gegaan, nietwaar? Men zal zeggen dat de val de oorzaak was en de dood het gevolg. Oorzaak en gevolg lijken met elkaar verbonden te zijn. Hierin kunnen vreselijke verwisselingen voorkomen. 

Want het kan zijn dat hij in de boom door een hartaanval is getroffen, waardoor hij is gevallen als gevolg van de hartaanval. Er is precies hetzelfde gebeurd als wanneer hij levend was gevallen, hij maakte dezelfde dingen mee als die werkelijk de oorzaak van zijn dood hadden kunnen zijn.  

Zo kan men oorzaak en gevolg volledig door elkaar halen. In dit voorbeeld is het gemakkelijk in te zien; maar vaak is het niet zo opvallend dat men zich heeft vergist. Zulke denkfouten komen ontzaglijk vaak voor, en het moet gezegd worden dat in de wetenschap tegenwoordig zulke oordelen elke dag worden gemaakt, waarbij oorzaak en gevolg op zo’n manier echt door elkaar worden gehaald. Dat begrijpen de mensen alleen niet, omdat ze de mogelijkheden van denken niet in het oog houden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie / Praktische  Ausbildung  des  Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 271)

man-falling-from-branch-of-a-tree-woods-wheatcroft

Eerder geplaatst op 18 november 2020 (1 reactie)

Over opvoeding vanaf het 12e jaar

Pas wanneer het kind bijna het 12e jaar heeft bereikt, kun je aankomen met causaliteitsbegrippen, met enigszins naar abstracte begrippen tenderende zaken, waarbij oorzaak en gevolg te voorschijn kunnen komen. Vóór die tijd is het kind voor oorzaak en gevolg even ontoegankelijk als een kleurenblinde voor kleuren. We hebben soms als opvoeder geen idee hoe we het kind nodeloos iets vertellen wat te maken heeft met oorzaak en gevolg. Wij zijn tegenwoordig zo gewend aan de wetenschappelijke manier om naar dingen te kijken, maar daarover kun je het kind pas na het 12e jaar iets vertellen.

Daarom moet je ook met alle stof over het levenloze, waarbij het oorzakelijk begrip een rol speelt, wachten tot tegen het 12e jaar; en je moet met historische beschouwingen over oorzaak en gevolg in de geschiedenis, waarbij je boven het beeldende uit – en de oorzaken opzoekt, ook wachten tot tegen het 12e jaar. Vóór die tijd moet je je alleen bezighouden met dingen waar je het kind vanuit de ziel, vanuit het levende vertrouwd mee maakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 310 – Der  pädagogische  Wert der  Menschenerkenntnis  und  der Kulturwert  der  Pädagogik – Arnhem, 20 juli 1924 (blz. 81-82)

Overgenomen van de website van Pieter Witvliet – VRIJESCHOOL PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE ACHTERGRONDEN