Vernietigende en belemmerende wezens

We hebben ook in andere voordrachten erop gewezen hoe we op het gebied van de geesteswetenschap in de verschillende hemellichamen van ons wereldsysteem niet alleen fysieke, materiële dingen zien, maar het fysieke en materiële verknoopt zien met hogere en lagere geestelijke wezens, met wezens van de meest verheven soort, die tot heil van het gehele systeem de ontwikkeling omhoogheffen, en eveneens met geestelijke wezens van een lagere soort, welke belemmerend en vernietigend ingrijpen. 

We moeten er echter duidelijk van bewust zijn dat wat ergens als belemmering en verstoring verschijnt, in het grote geheel toch weer geïntegreerd is in de wijsheid van het totale systeem. Men zou daarom kunnen zeggen: Wanneer ergens iets schijnbaar vernietigends, remmends en slechts bestaat, dan wordt door de loop van het geheel de evolutie zo wijs geleid dat ook dit verwoestende, belemmerende kwaad omgestuurd, omgeleid wordt naar het goede, naar het beste.

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 29 februari 1908 (bladzijde 63)

Eerder geplaatst op 26 september 2017  (2 reacties)

1-

Vrees en angst voor het onbekende

Wie angstig en bevreesd vooruit kijkt naar wat de toekomst hem brengen kan, die belemmert zijn ontwikkeling, remt de vrije ontplooiing van zijn zielekrachten. Niets is eigenlijk zo belemmerend voor deze vrije ontplooiing van de zielekrachten als de vrees en angst voor het onbekende, dat uit de stroom van de toekomst de ziel nadert (Duits: in die Seele hereintritt). Wat de overgave (Duits: Ergebenheit) aan de toekomst kan brengen, daarover kan eigenlijk alleen de ervaring oordelen. Wat is overgave aan de toekomstige gebeurtenissen? 

In zijn ideale vorm zou deze overgave de zielestemming zijn die zich altijd zou kunnen zeggen: Wat ook komt, wat me ook het volgende uur, de volgende morgen brengen mag, ik kan het vooreerst, als het mij geheel onbekend is, door geen vrees en angst veranderen. Ik wacht het met volkomen innerlijke rust, met volkomen gemoedskalmte af!

De ervaring die uit een dergelijk gevoel van overgave aan de toekomstige gebeurtenissen volgt, is dat degene die zo gelaten, met volmaakte stilte van het gemoed de toekomst tegemoet gaan kan en toch zijn energie, zijn daadkracht op geen enkele manier eronder lijden laat, de krachten van zijn ziel op de meest intensieve wijze, op de meest vrije wijze kan ontplooien. Het is alsof als het ware hindernis na hindernis van de ziel valt, als ze steeds meer en meer in die stemming komt, die nu als “overgave” aan de ons uit de toekomst toestromende gebeurtenissen gekarakteriseerd is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 59 – Metamorphosen des Seelenlebens / Pfade der Seelenerlebnisse: Zweiter Teil – Berlijn, 17 februari 1910 (bladzijde 114-115)

Eerder geplaatst op 3 januari 2018  (1 reactie)

faith-4932875_1920-1030x687

Wat betekent een onware uitspraak voor het Ik?

We hebben in het leven op aarde maar één enkel menselijk wezensdeel, aan wiens ontwikkeling we werkelijk kunnen werken, dat is ons Ik. We kunnen op een bepaalde manier werken aan de ontwikkeling van ons Ik. Wat betekent het nu in geestelijke zin: werken aan de ontwikkeling van het Ik? 

Als we deze vraag willen beantwoorden, moet het ons duidelijk zijn wat er nodig is om aan het Ik te werken. Laten we aannemen dat iemand een ander aanvalt en tegen hem zegt: ‘Je bent een slecht mens’. Als dat niet waar is, dan heeft de betrokkene een onwaarheid gezegd. Wat betekent zo’n onware uitspraak voor het Ik? Ja, deze uitspraak van het Ik, die een onwaarheid is, betekent dat het Ik vanaf dat moment minder waardevol is geworden. 

Dat is de objectieve consequentie van de immoraliteit. Voordat we een onwaarheid hebben gezegd, zijn we meer waard dan nadat we de onwaarheid hebben uitgesproken. De waarde van het Ik wordt geringer voor alle ruimten en alle tijden, voor alle oneindigheid en alle eeuwigheid, als u het door een dergelijke zaak  geringer hebt gemaakt. (Duits: Und  messen  Sie  alle  Räume  und  alle  Zeiten  aus:  der  Wert Ihres  Ich  wird  geringer  für  alle  Räume  und  alle  Zeiten,  für  alle Unendlichkeit  und  alle  Ewigkeit,  wenn  Sie  ihn  durch  eine  solche Sache  geringer  gemacht  haben.) 

Nu staat ons echter één ding ter beschikking tijdens het leven tussen geboorte en dood. We kunnen hetgeen we hebben gedaan dat ons Ik minder waardevol heeft gemaakt altijd verbeteren als we onze leugens kunnen overwinnen. We kunnen aan de persoon die we gezegd hebben: ‘Je bent een slecht mens’,  bekennen: ‘Ik heb me vergist, wat ik zei is niet juist’, enzovoort. Dan hebben we de waarde van ons Ik hersteld, dan hebben we de schade die we aan ons Ik toegevoegd hebben weer gecompenseerd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte  Untersuchungen über  das  Leben zwischen  Tod  und  neuer  Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 43-44)

Eerder geplaatst op 16 augustus 2020  (4 reacties)

efbfe024bca7bfd9bcb806471ad3e992

De mensheid heeft zich er eeuwenlang aan gewend om van de werkelijkheid maar een deel te zien

De mensheid heeft zich er eeuwenlang aan gewend om van de werkelijkheid maar een deel te zien. En juist hierdoor zijn langzamerhand de gemoedstoestanden in de mensen voorbereid, die dan geleid hebben tot het tegenwoordige rampzalige leven. De mensen staan zonder inzicht in het leven, staan tegenwoordig in het bestaan zonder het begrijpen van het leven, zoals het voor het huidige stadium van ontwikkeling van de mensheid nodig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 203 – Die Verantwortung des Menschen für die Weltentwickelung – Stuttgart, 6 januari 1921 (bladzijde 33)

Eerder geplaatst op 3 oktober 2017 (4 reacties)

Intellectuele bescheidenheid

We zouden met intellectuele bescheidenheid moeten toegeven dat we de wereld niet kunnen doorzien met datgene waarmee we geboren zijn. En dan toegeven dat er manieren kunnen zijn voor zelfontplooiing, voor ontwikkeling van innerlijke krachten in de mens, die wel in staat zijn om te zien wat geest en ziel is in wat anders alleen aanwezig is voor de zintuigen. 

En dat dit in de praktijk mogelijk is, dat is wat de genoemde geschriften willen laten zien. Dit moet vandaag naar voren moet worden gebracht om de reden dat het intellectualisme dat in de loop van de laatste eeuwen in de ontwikkeling van de mensheid is ontstaan, niet in staat is het leven werkelijk te beheersen (Duits: zu meistern)

Het intellectualisme is in staat door te dringen in een gebied van dit leven, in het gebied van de levenloze natuur, maar het moet onderuitgaan (Duits: straucheln) tegenover de menselijke werkelijkheid zelf, met name de sociale werkelijkheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 332a – Soziale  Zukunft – Zürich, 28 oktober 1919 (bladzijde 124)

Rudolf_Steiner_um_1891

1891 – door Otto Fröhlich