Opeenvolging van incarnaties

Het gaan door een opeenvolging van incarnaties is van belang voor de algehele ontwikkeling van het mensenwezen. In het verleden is dit mensenwezen door opeenvolgende levens geschreden; het schrijdt voort en parallel daarmee gaat ook de aarde in haar ontwikkeling vooruit. Eens zal het ogenblik komen, waarop de aarde het eindpunt van haar loopbaan zal hebben bereikt; dan moet de planeet Aarde, als stoffelijk wezen ontvallen aan de mensenzielen, zoals het menselijk lichaam bij de dood ontvalt aan de geest, wanneer de menselijke ziel, om verder te leven, binnentreedt in het rijk van de geest, waarin zij tussen de dood en een nieuwe geboorte thuis behoort. Zo moet het de mens als hoogste ideaal toeschijnen om eens, bij de dood van de aarde, het zover te hebben gebracht, dat hij van alle ontwikkelingsmogelijkheden, die het leven op aarde hem bood, de vruchten geplukt heeft.

Bron: Rudolf Steiner – De geestelijke leiding van mens en mensheid (bladzijde 22-23)

Vertaling: Fr. Hardam van Omme en P. Henny-van Suchtelen – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist.

Duitstalig: Rudolf Steiner – GA 15 – Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit: I. Kapitel – Kopenhagen, 6 juni 1911 (bladzijde 20)

occultists-rudolf-steiner-portrait-of-the-great-modern-esotericist-rudolf-steiner-1861-1925-behind-is-the-goetheanum-of-dornach-which-he-designed-in-front-images-of-lucifer-and-ahriman-portrait-by-john-bolton-MC6M8D

Eerder geplaatst op 10 mei 2019  (12 reacties)

Weten en gevoel voor het leven tussen dood en nieuwe geboorte

Het is werkelijk even noodzakelijk dat de mens een weten, een gewaarwording en een gevoel heeft voor het leven tussen dood en nieuwe geboorte als voor het aardse leven zelf, omdat, wanneer hij dit aardse leven intreedt, gezondheid, vertrouwen, kracht en hoop in dit leven afhangen van welke krachten hij meebrengt uit het leven tussen de laatste dood en de huidige geboorte.

Welke krachten wij daar echter verkrijgen kunnen, dat hangt er weer vanaf hoe we ons in de vroegere incarnatie gedragen hebben; wat voor een morele instelling, wat voor een religieuze gezindheid of wat voor een algemene menselijke zielenhouding we ons eigen gemaakt hebben. Zo kunnen we ons indenken, dat we met het bovenzinnelijke, waarin we leven tussen dood en nieuwe geboorte, scheppend meewerken hetzij aan de voortgaande ontwikkeling van de gehele mensheid dan wel aan de verwoesting van de mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das Leben zwischen dem Tode und der neuen Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen – Berlijn, 20 november 1912 (bladzijde 53)

Previously posted on 4 januari 2017

Portraits of Rudolf Steiner 0005

Over de zin van lijden

Lijden is een begeleidend verschijnsel van de hogere ontwikkeling. Het is onontbeerlijk voor kennis. Eens zal de mens zich zeggen: Ik ben dankbaar voor wat de wereld mij geeft aan vreugde. Maar als ik echter voor de keuze gesteld zou worden, of ik mijn vreugde of mijn lijden wil behouden, zal ik het lijden willen behouden; ik kan haar niet ontberen voor kennis. Elk leed ziet er na een bepaalde tijd uit als iets dat men niet kan missen, want we moeten het beschouwen als iets dat inbegrepen is in de ontwikkeling. Er is geen ontwikkeling zonder lijden, zoals er geen driehoek zonder hoek is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 110 – Geistige Hierarchien und ihre Widerspiegelung in der physischen Welt – Düsseldorf, 21 april 1909 (bladzijde 182)

Eerder geplaatst op 20 mei 2018  (7 reacties)

SteinerRudolf_midlife

De mens heeft zich ontwikkeld ten koste van de omringende wereld

We zien in de natuur het mineralen-, planten- en dierenrijk; de mens heeft de eigenschappen van al deze rijken in zich. De vorm en samenhang van de mineralen; het leven van de plant; en het gevoel en de kracht van het innerlijke leven van het dierenrijk, de mens is de som van hen.

Hij heeft zijn evolutie en krachten ten koste van hen bereikt. Oorspronkelijk waren dieren volmaakter. De stijging van de mens werd tot stand gebracht door hun daling. Op deze manier is het mensenrijk verrezen. […]

Als een heilige zich ontwikkelt, betekent dat het naar omlaag brengen van andere wezens; hij zal het goedmaken en de andere wezens verlossen. Dit idee geeft medeleven met de hele kosmos. De mens die zichzelf omhoog ontwikkelt, moet ernaar verlangen om anderen te ontwikkelen en te verlossen, want hij heeft zich ontwikkeld ten koste van de hele omringende wereld.

Bron (Engels): Rudolf Steiner – Evolution of Human Freedom and Personal Consciousness/Concerning the Concepts of God – Dusseldorf, January 19th, 1905

Het GA (Gesamtausgabe) nummer van dit citaat is onbekend. Daarom is dit Engelstalige citaat vertaald door Google Translator met een paar aanpassingen van mij.

dded2bb2acc255e911c54aae3323efb5

Vernietigende en belemmerende wezens

We hebben ook in andere voordrachten erop gewezen hoe we op het gebied van de geesteswetenschap in de verschillende hemellichamen van ons wereldsysteem niet alleen fysieke, materiële dingen zien, maar het fysieke en materiële verknoopt zien met hogere en lagere geestelijke wezens, met wezens van de meest verheven soort, die tot heil van het gehele systeem de ontwikkeling omhoogheffen, en eveneens met geestelijke wezens van een lagere soort, welke belemmerend en vernietigend ingrijpen. 

We moeten er echter duidelijk van bewust zijn dat wat ergens als belemmering en verstoring verschijnt, in het grote geheel toch weer geïntegreerd is in de wijsheid van het totale systeem. Men zou daarom kunnen zeggen: Wanneer ergens iets schijnbaar vernietigends, remmends en slechts bestaat, dan wordt door de loop van het geheel de evolutie zo wijs geleid dat ook dit verwoestende, belemmerende kwaad omgestuurd, omgeleid wordt naar het goede, naar het beste.

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 29 februari 1908 (bladzijde 63)

Eerder geplaatst op 26 september 2017  (2 reacties)

1-