Antroposofie en socialisme (7 van 11) – Het is begrijpelijk dat men juist in socialistische kringen van hogere werelden niets wil weten, omdat men niet eens een flauw idee van het bestaan daarvan heeft.

Niemand kan de uiterlijke handelingen van de mensen begrijpen die niet de geestelijke wetten leert kennen, die eraan ten grondslag liggen. De persoonlijkheden die tegenwoordig de sociale toestanden willen genezen, zouden vóór alle dingen iets over de oorzaken van deze toestanden moeten leren. En deze oorzaken liggen in de diepten van de menselijke natuur. Wat de antroposofie als de psychische (astrale) en geestelijke wereld onthult, bevat de wetten van het menselijk leven, zoals de elektriciteitsleer de wetten voor de elektromotor bevat. Het is begrijpelijk dat men juist in socialistische kringen van deze hogere werelden niets wil weten, omdat men niet eens een flauw idee van het bestaan daarvan heeft.

Maar zolang men niet bereid is in te gaan op deze hogere werelden, zal alle sociale arbeid tot onmacht veroordeeld zijn. Degenen die zowel van spirituele zaken als van sociale verhoudingen wat begrijpen, weten dat. Annie Besant, de ziel van de theosofische vereniging in het heden, stond jarenlang midden in sociale hervormingen, waarin zij een voorbeeldige en belangrijke activiteit ontwikkelde. Toen zij de opvattingen van de theosofie haar eigengemaakt had, werd het haar duidelijk dat al dit sociale werk zonder het in werking zetten van de geestelijke krachten, waarvoor de theosofie de sleutel levert, onvruchtbaar is. Zij sprak in haar toespraak over “Theosofie en sociale kwesties” op het theosofencongres in Chicago 1892 de betekenisvolle woorden: “Ik, die mij zoveel jaren van mijn leven met sociale kwesties op materieel gebied bezig heb gehouden, die zo veel tijd en nadenken heeft gewijd aan het streven een remedie te vinden voor de sociale misstanden van de mensheid; ik beschouw het als mijn plicht…te zeggen dat een enkel uur spirituele energie, gewijd aan het wel en wee van de mensen, honderd maal meer vruchten draagt dan een jaar werk in de materiële wereld.”

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 – GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis» (bladzijde 435 -436)

Eerder geplaatst op 8 februari 2016

Antroposofie en socialisme (7 van 11) – Het is begrijpelijk dat men juist in socialistische kringen van hogere werelden niets wil weten, omdat men niet eens een flauw idee van het bestaan daarvan heeft

Niemand kan de uiterlijke handelingen van de mensen begrijpen die niet de geestelijke wetten leert kennen, die eraan ten grondslag liggen. De persoonlijkheden die tegenwoordig de sociale toestanden willen genezen, zouden vóór alle dingen iets over de oorzaken van deze toestanden moeten leren. En deze oorzaken liggen in de diepten van de menselijke natuur. Wat de antroposofie als de psychische (astrale) en geestelijke wereld onthult, bevat de wetten van het menselijk leven, zoals de elektriciteitsleer de wetten voor de elektromotor bevat. Het is begrijpelijk dat men juist in socialistische kringen van deze hogere werelden niets wil weten, omdat men niet eens een flauw idee van het bestaan daarvan heeft.

Maar zolang men niet bereid is in te gaan op deze hogere werelden, zal alle sociale arbeid tot onmacht veroordeeld zijn. Degenen die zowel van spirituele zaken als van sociale verhoudingen wat begrijpen, weten dat. Annie Besant, de ziel van de theosofische vereniging in het heden, stond jarenlang midden in sociale hervormingen, waarin zij een voorbeeldige en belangrijke activiteit ontwikkelde. Toen zij de opvattingen van de theosofie haar eigengemaakt had, werd het haar duidelijk dat al dit sociale werk zonder het in werking zetten van de geestelijke krachten, waarvoor de theosofie de sleutel levert, onvruchtbaar is. Zij sprak in haar toespraak over “Theosofie en sociale kwesties” op het theosofencongres in Chicago 1892 de betekenisvolle woorden: “Ik, die mij zoveel jaren van mijn leven met sociale kwesties op materieel gebied bezig heb gehouden, die zo veel tijd en nadenken heeft gewijd aan het streven een remedie te vinden voor de sociale misstanden van de mensheid; ik beschouw het als mijn plicht…te zeggen dat een enkel uur spirituele energie, gewijd aan het wel en wee van de mensen, honderd maal meer vruchten draagt dan een jaar werk in de materiële wereld.”

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 435 -436)

Eerder geplaatst op 18 oktober 2011

Wetenschappelijke hoogmoed

– Men kan er niets tegen hebben als iemand zegt: ‘Ik wil me aan een opgave wijden waarmee ik overweg kan.’ Dat staat de mensen vrij. Maar het is niet in de menselijke vrijheid om te zeggen: Wat ik niet weet, kan een ander ook niet weten. – Al het filosoferen over wat de mens niet weten kan, is eigenlijk in feite een wetenschappelijke onbeschaamdheid, en bovendien is het een ongekende wetenschappelijke grootheidswaan, omdat men zich opwerpt als de macht die uitmaakt wat onderzocht kan worden en niet onderzocht kan worden, omdat men wat men zelf aannemen wil, als gezaghebbend voor alle andere mensen opstelt. Wat een onmacht ligt in de zin: ‘Er zijn grenzen van de kennis!’ Welk een hoogmoed en eigendunk daarin ligt, zou men ook eens duidelijk moeten inzien. Dat zou niet in de oren gefluisterd, maar geschetterd moeten worden. –

Bron: Rudolf Steiner – GA 164 – Dornach 4 oktober 1915 (bladzijde 215)

Rudolf Steiner – Antroposofie en socialisme (7) – Het is begrijpelijk dat men juist in socialistische kringen van hogere werelden niets wil weten, omdat men niet eens een flauw idee van het bestaan daarvan heeft.

Niemand kan de uiterlijke handelingen van de mensen begrijpen die niet de geestelijke wetten leert kennen, die eraan ten grondslag liggen. De persoonlijkheden die tegenwoordig de sociale toestanden willen genezen, zouden vóór alle dingen iets over de oorzaken van deze toestanden moeten leren. En deze oorzaken liggen in de diepten van de menselijke natuur. Wat de antroposofie als de psychische (astrale) en geestelijke wereld onthult, bevat de wetten van het menselijk leven, zoals de elektriciteitsleer de wetten voor de elektromotor bevat. Het is begrijpelijk dat men juist in socialistische kringen van deze hogere werelden niets wil weten, omdat men niet eens een flauw idee van het bestaan daarvan heeft.

Maar zolang men niet bereid is in te gaan op deze hogere werelden, zal alle sociale arbeid tot onmacht veroordeeld zijn. Degenen die zowel van spirituele zaken als van sociale verhoudingen wat begrijpen, weten dat. Annie Besant, de ziel van de theosofische vereniging in het heden, stond jarenlang midden in sociale hervormingen, waarin zij een voorbeeldige en belangrijke activiteit ontwikkelde. Toen zij de opvattingen van de theosofie haar eigengemaakt had, werd het haar duidelijk dat al dit sociale werk zonder het in werking zetten van de geestelijke krachten, waarvoor de theosofie de sleutel levert, onvruchtbaar is. Zij sprak in haar toespraak over “Theosofie en sociale kwesties” op het theosofencongres in Chicago 1892 de betekenisvolle woorden: “Ik, die mij zoveel jaren van mijn leven met sociale kwesties op materieel gebied bezig heb gehouden, die zo veel tijd en nadenken heb gewijd aan het streven een remedie te vinden voor de sociale misstanden van de mensheid; ik beschouw het als mijn plicht…te zeggen dat een enkel uur spirituele energie, gewijd aan het wel en wee van de mensen, honderd maal meer vruchten draagt dan een jaar werk in de materiële wereld.”

Wordt vervolgd

Bron: GA 034 GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 435 -436)