Lager en hoger Devachan

Net zoals alles wat zich in de mens afspeelt als gedachten naar het astrale gebied wijst, zo wijst alles wat met sympathie en antipathie te maken heeft, naar wat we het lagere Devachan noemen. […]

In ons, voornamelijk in onze borst, spelen processen uit de hemelse wereld of Devachan zich af als gevoelens van sympathie en antipathie voor het mooie en het lelijke, het goede en slechte of het kwaad, zodat we datgene wat we kunnen noemen onze gevoelens tegenover de moreel-esthetische wereld, als schaduwen van het lagere Devachan, de hemelse wereld, in onze ziel dragen.

Dan is er nog een derde kant in het menselijke zieleleven dat we zorgvuldig moeten onderscheiden van de loutere voorliefde voor welwillende handelingen. Het maakt verschil of iemand een mooie, welwillende daad ziet en er welgevallen in heeft of dat men zelf de wil in activiteit omzet om zelf een welwillende daad te verrichten. Ik zou het plezier in het goede, mooie en het misnoegen in slechte, lelijke daden het esthetische element willen noemen en anderzijds dat wat mensen drijft om goed te handelen, het morele noemen.

Het morele staat hoger dan het puur esthetische; het loutere welgevallen of ongenoegen is lager dan de drang van het gevoel om het goede te doen. Voor zover onze ziel zich gedreven voelt om morele impulsen te volgen, zijn deze impulsen de schaduwbeelden van het hogere Devachan, de hogere hemelwereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das  esoterische  Christentum und  die geistige  Führung  der  Menschheit – Bazel, 1 oktober 1911 (blz. 86)

13489854392

Zelfkastijding/Plezier

Als iemand, die er een groot genoegen aan beleeft om elke avond naar het café chantant te gaan of zijn acht glazen bier te drinken, mensen ziet die in geestelijke beschouwingen vreugde vinden, dan zegt hij: Ze kastijden zichzelf. – Nee, kastijden zouden deze mensen zich als ze bij hem gingen zitten. Wie aan het café chantant en dergelijke plezier beleeft, die hoort daar, en het zou verkeerd zijn hem die vreugde te ontnemen. Gezond zou het alleen zijn als hij de zin daaraan verliest.

Men moet eraan werken om de genietingen, de bevredigingen te zuiveren. Niet omdat het hun een ongenoegen is, voegen de antroposofen zich bij elkaar om over hogere werelden te spreken, maar omdat het hun de hoogste lust is. Voor hen zou het een vreselijke ontzegging zijn om te gaan zitten kaart spelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – München, 5 december 1907 (bladzijde 219-220)

Eerder geplaatst op 9 april 2016