Spreken

Als men terugkijkt naar de tijd die voorafging aan de tijd van de laatste vier eeuwen, dan stond de mens niet alleen tegenover zijn omgeving anders dan tegenwoordig, maar hij stond ook in een heel andere relatie tegenover iets wat zich in hemzelf manifesteert: hij stond in een andere verhouding tot zijn spraak, tot zijn spreken.In de spraak hebben we echt niet alleen dat wat de moderne materialistische wetenschap gelooft, maar we hebben in de spraak iets wat in veel gevallen verband houdt met de niet volledig bewuste menselijke ervaring, met wat zich vaak afspeelt in het onderbewustzijn van de mens, en daarom ook is doordrongen van spirituele wezens.

Spirituele wezens leven in het spreken van de mens, werken in hem, en wanneer de mens woorden vormt, dringen elementaire spirituele wezens binnen in zijn woorden. Op de vleugels van woorden vliegen spirituele wezens door de ruimtes waarin mensen met elkaar praten. Daarom is het zo belangrijk om aandacht te schenken aan bepaalde intimiteiten van de spraak, en dat men zich niet eenvoudigweg overgeeft aan de willekeur van het passionele leven wanneer men spreekt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 275 – Kunst im Lichte der Mysterienweisheit – Dornach, 28 december 1914 (bladzijde 32)

Eerder geplaatst op 21 maart 2019  (7 reacties)

161337967_1103627563384655_8623659106061746251_n

Geplaatst bij Steiner citaten Engels 20 maart 2019 en 22 augustus 2021, Nederlands 21 maart 2019

https://ridzerdvandijk.wordpress.com/2019/03/21/   (17 reacties)

Onderbewustzijn / Karma

U zult wel vaker hebben gehoord dat wanneer criminele naturen, bij wie het instinctieve onderbewuste zeer sterk werkt, iets hebben gedaan, een of andere handeling hebben verricht, dat ze dan een eigenaardig instinct hebben: ze worden teruggedreven naar de plaats van hun daad, ze zoeken de plaats van hun handeling op, een onbestemd gevoel drijft ze daar naar toe.

Zulke voorvallen komen alleen in speciale gevallen tot uiting, maar het is algemeen menselijk met betrekking tot veel gebeurtenissen. Want als we iets hebben gedaan, een handeling uitgevoerd hebben, zelfs als het een schijnbaar onbeduidende actie was, dan blijft het bestaan – men kan het niet anders zeggen, hoewel het natuurlijk weer tot uitdrukking komt in een soort imaginatie – er blijft iets in ons van wat we hebben gedaan, van waarmee we in aanraking zijn gekomen tijdens de handeling; een bepaalde kracht blijft met ons Ik verbonden van de actie die we hebben verricht, van wat we hebben gedaan. De mens kan helemaal niets anders dan bepaalde verbindingen maken met alle wezens die hij ontmoet, en met de dingen die hij aanpakt – hoewel ik natuurlijk niet alleen het fysieke aanpakken bedoel -, met waarmee hij in het leven het een of ander doet.

We laten overal onze sporen achter en het gevoel verbonden te zijn met de dingen waarmee we in contact zijn gekomen door onze handelingen, blijft aanwezig in ons onderbewustzijn. Dit komt bij zulke naturen, over wie ik zojuist heb gesproken, op een abnormale manier tot uitdrukking, omdat het onderbewustzijn heel instinctief oplicht in het gewone bewustzijn; maar in het onderbewustzijn heeft iedereen het gevoel terug te moeten keren naar waar hij door zijn acties mee in aanraking is gekomen. Dit is het ook wat ons karma vormt; hieruit komt ons karma voort.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben /Anthroposophische Lebensgaben / Bewußtseins-Notwendigkeiten für  Gegenwart und Zukunft – Berlijn, 19 maart 1918 (bladzijde 109-110)

Eerder geplaatst op 8 december 2019

rudolf-steiner-ga-181-erdensterben-und-weltenleben

Ook alle onaangename indrukken maken ons leven rijker  

Het onderbewuste ontwikkelt altijd, ongeacht wat er zich in het bewustzijn voordoet, tegenover elke indruk een zeker dankbaarheidsgevoel. – Het is zeker niet onjuist als ik zeg dat er een mens voor u kan staan en de bewuste indruk die u van hem hebt, kan u vreselijk onaangenaam zijn. De mens kan u de grootste onbeschoftheden in het gezicht slingeren, de onderbewuste indruk heeft hier tegenover een zeker gevoel van dankbaarheid. Dit dankbaarheidsgevoel is aanwezig om de eenvoudige reden, dat alles wat in het leven de diepere elementen van ons wezen raakt, ons leven rijker maakt, het werkelijk rijker maakt.

Ook alle onaangename indrukken maken ons leven rijker. Dat hangt niet samen met hoe we ons bewust tot de uiterlijke indrukken verhouden moeten. Of we op bewuste wijze zo of zo moeten reageren, dat heeft niets van doen met wat zich onderbewust afspeelt. In het onderbewustzijn leidt alles tot een zeker dankbaarheidsgevoel. Het onderbewuste neemt iedere indruk als een geschenk op, waarvoor het dankbaar moet zijn. Dat doen we in ons onderbewustzijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 19 maart 1918 (bladzijde 116)

Eerder geplaatst op 19 januari 2018  (3 reacties)

pexels-photo-424517-1080x675

Waarom is er zo weinig liefde in de wereld?

De enige handelingen, die ons in de toekomst niets opleveren zijn die, welke wij uit echte, ware liefde verrichten. Misschien schrikt u van deze waarheid. Gelukkig zijn de mensen zich hier niet van bewust. Maar in hun onderbewustzijn weten alle mensen dit en daarom zijn ze zo weinig bereid om uit liefde te handelen. Dat is de reden waarom er zo weinig liefde is in de wereld.

De mensen voelen instinctief, dat zij van liefdevol handelen in de toekomst niets kunnen verwachten voor hun ik. Een ziel moet al ver ontwikkeld zijn wil zij genoegen nemen met liefdevolle handelingen, waarvan zij zelf geen profijt trekt. De impuls daartoe leeft niet zo sterk onder de mensen; maar vanuit het occultisme kan men ook sterke impulsen tot liefdevolle daden ontvangen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Die Liebe und ihre Bedeutung in der Welt – Zürich, 17 december 1912 (bladzijde 206)

Overgenomen uit het boekje Nervositeit – Wijsheid – Liefde / Vertaling Margreet Meijer-Kouwe / Uitgeverij Vrij Geestesleven  1976 (bladzijde 61)

Eerder geplaatst op 28 november 2015  (15 reacties)

Alles heeft in het leven een werking

Alles heeft in het leven een uitwerking. Begaat de mens een fout of een leugen, zelfs als hij zich er met zijn gewone bewustzijn niet van bewust is, dan is het toch in het onderbewustzijn aanwezig, waar het niet alleen voor de individuele mens, maar voor de gehele mensheidsontwikkeling als een destructieve kracht werkt. Evenzo als de mens zich met de krachten van de waarheid verbindt, werkt dat als levengevende kracht verder voor de gehele wereld- en mensheidsontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung –Heidenheim, 30 november 1911 (bladzijde 238)

Eerder geplaatst op 5 juni 2015  (2 reacties)