Angst om overtuigd te worden

We moeten wat betreft bepaalde hedendaagse verschijnselen zeggen: Het is eigenlijk zeer, zeer merkwaardig hoe de mensen meteen erg angstig, vreselijk bang worden – hoewel de mensens tegenwoordig anders immers zo moedig en dapper zijn -, maar ze zijn zeer angstig als ze ergens iets horen waarbij geestelijk weten, geestelijke kennis aannemelijk gemaakt wordt. Dan raken ze wat in de war (Duits: Da finden sie sich nicht mehr zurecht). 

Ik heb het wel vaker verteld: Ik heb genoeg mensen ontmoet die een of twee voordrachten van mij gehoord hebben, daarna zijn ze lang niet meer gezien. Men komt ze op straat tegen en vraagt waarom ze niet weer gekomen zijn. ‘Ja, ik kan niet’, zeggen ze, ‘Ik ben bang om overtuigd te worden!’ 

Voor wie zo spreekt is met het overtuigd worden veel, veel fataals, onaangenaams verbonden, en hij heeft niet de kracht, niet de moed dit fatale, onaangename op de koop toe te nemen. Men zou wat dit betreft nog vele andere ervaringen kunnen noemen, maar ik wil liever voorbeelden uit het publieke leven brengen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 1 mei 1917 (bladzijde 357-358)

P.S. Ik heb eens in een boek van W.F. Veltman gelezen dat velen niets van de antroposofie willen weten doordat ze het gevoel krijgen: ‘Als ik me hierin verdiep, dan moet ik veranderen en dat wil ik niet.’ 

Eerder geplaatst op 9 september 2017  (2 reacties)

Bausteine-Zu-Einer-Erkenntnis-Des-SDL291786916-1-6522f

Ook alle onaangename indrukken maken ons leven rijker  

Het onderbewuste ontwikkelt altijd, ongeacht wat er zich in het bewustzijn voordoet, tegenover elke indruk een zeker dankbaarheidsgevoel. – Het is zeker niet onjuist als ik zeg dat er een mens voor u kan staan en de bewuste indruk die u van hem hebt, kan u vreselijk onaangenaam zijn. De mens kan u de grootste onbeschoftheden in het gezicht slingeren, de onderbewuste indruk heeft hier tegenover een zeker gevoel van dankbaarheid. Dit dankbaarheidsgevoel is aanwezig om de eenvoudige reden, dat alles wat in het leven de diepere elementen van ons wezen raakt, ons leven rijker maakt, het werkelijk rijker maakt.

Ook alle onaangename indrukken maken ons leven rijker. Dat hangt niet samen met hoe we ons bewust tot de uiterlijke indrukken verhouden moeten. Of we op bewuste wijze zo of zo moeten reageren, dat heeft niets van doen met wat zich onderbewust afspeelt. In het onderbewustzijn leidt alles tot een zeker dankbaarheidsgevoel. Het onderbewuste neemt iedere indruk als een geschenk op, waarvoor het dankbaar moet zijn. Dat doen we in ons onderbewustzijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn, 19 maart 1918 (bladzijde 116)

Eerder geplaatst op 19 januari 2018  (3 reacties)

pexels-photo-424517-1080x675

Dat is wat velen zo onaangenaam is

Men kan het niet vaak genoeg benadrukken dat men geen helderziende hoeft te zijn om geesteswetenschap te begrijpen.Vanzelfsprekend moet men ziener zijn om tot de resultaten te komen; maar als die er eenmaal zijn, hoeft men geen helderziende te zijn.

Dit begrijpen van de geesteswetenschap moet aan het eigenlijke waarnemen vooraf gaan. Ook hier is het zo dat men kan zeggen: het is de omgekeerde weg van wat de juiste, in de fysiek-zintuiglijke wereld de juiste is. In de fysiek-zintuiglijke wereld hebben we eerst de juiste waarnemingen, daarna gaan we tot het denkende beschouwen over; we vormen de wetenschappelijke oordelen achteraf. Bij het opstijgen in de geestelijke wereld is het omgekeerd. Daar moeten we eerst de begrippen en voorstellingen ontwikkelen, moeten ons inspannen om ons objectief in de geesteswetenschap in te leven; anders kunnen we nooit zeker zijn dat enigerlei waarneming in de geestelijke wereld door ons op de juiste wijze geïnterpreteerd wordt. Daar moet de wetenschap juist aan het waarnemen voorafgaan. 

En dat is wat velen zo oneindig onaangenaam is: dat ze de geesteswetenschap studeren moeten. Dat zien velen als een onbegrijpelijk voorschrift. Want zij streven ernaar waarnemingen te hebben in de geestelijke wereld. Zeker, die kan men betrekkelijk gemakkelijk hebben; maar om ze juist te duiden, daartoe behoort dat men werkelijk objectief, onzelfzuchtig ingaat op de geesteswetenschap, zich ermee doordringt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 27 maart 1915 (bladzijde 161)

Eerder geplaatst op 16 april 2017  (7 reacties)

Geen mooipraterij, maar de waarheid

Het zal nooit gebeuren dat ik het een of ander zeg om de reden dat het een of ander mens of een groep mensen bevalt, maar uitsluitend omdat het mijn overtuiging, mijn onderzoeksresultaat is, dat het waar is. […]

Nogmaals wil ik benadrukken dat ik wat ik zojuist gezegd heb, uit mijn overtuiging en, zoals ik geloof, vanuit mijn occulte inzichten heb gezegd en niet om bij wie dan ook in het gevlei te komen. Ik zou evengoed iets onaangenaams gezegd hebben, als het de waarheid zou zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 158 – Der Zusammenhang des Menschen mit der elementarischen Welt – Helsingfors, 7 april 1912 (bladzijde 222-223)

Eerder geplaatst op 10 mei 2017

Angst om overtuigd te worden

We moeten wat betreft bepaalde hedendaagse verschijnselen zeggen: Het is eigenlijk zeer, zeer merkwaardig hoe de mensen meteen erg angstig, vreselijk bang worden – hoewel de mensen tegenwoordig anders immers zo moedig en dapper zijn -, maar ze zijn zeer angstig als ze ergens iets horen waarbij geestelijk weten, geestelijke kennis aannemelijk gemaakt wordt. Dan raken ze wat in de war (Duits: Da finden sie sich nicht mehr zurecht).

Ik heb het wel vaker verteld: Ik heb genoeg mensen ontmoet die een of twee voordrachten van mij gehoord hebben, daarna zijn ze lang niet meer gezien. Men komt ze op straat tegen en vraagt waarom ze niet weer gekomen zijn. ‘Ja, ik kan niet’, zeggen ze, ‘Ik ben bang om overtuigd te worden!’

Voor wie zo spreekt is met het overtuigd worden veel, veel fataals, onaangenaams verbonden, en hij heeft niet de kracht, niet de moed dit fatale, onaangename op de koop toe te nemen. Men zou wat dit betreft nog vele andere ervaringen kunnen noemen, maar ik wil liever voorbeelden uit het publieke leven brengen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 1 mei 1917 (bladzijde 357-358)

P.S. Ik heb eens in een boek van W.F. Veltman gelezen dat velen niets van de antroposofie willen weten doordat ze het gevoel krijgen: ‘Als ik me hierin verdiep, dan moet ik veranderen en dat wil ik niet.’