Egoïsme/Armoede/ Ellende (4 van 11) – Arbeid op zichzelf heeft geen belang en kan onder omstandigheden absoluut nutteloos zijn

Men zou zich eens moeten afvragen of arbeid die persoonlijk beloond wordt, als zodanig voor het levensbehoud zorgt, als het om deze arbeid gaat. […] Als de arbeid enkel arbeid is, dan kan zij onder omstandigheden absoluut nutteloos zijn. Stelt u zich eens voor, dat een mens op een eiland zat en veertien dagen lang niets anders zou doen dan stenen gooien. Dat zou een inspannende arbeid zijn en naar gewone menselijke begrippen zou hij daarmee een goed loon kunnen verdienen. Niettemin staat deze arbeid niet in de geringste samenhang met het leven. […] Arbeid op zichzelf heeft geheel geen belang voor het leven, maar alleen arbeid die wijs geleid wordt. Alleen door met verstand gevoerde arbeid is voort te brengen en te creëren wat de mensen dient. […] Het komt er niet op aan dat ergens iemand mooie, abstracte theorieën uitdenkt, de werkelijke vooruitgang hangt ervan af dat iedere individuele mens in sociale zin denken leert. […] Het komt er niet op aan werk te verschaffen, maar dat de arbeid enkel en alleen gebruikt wordt om waardevolle zaken voort te brengen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 97-98)

Eerder geplaatst op 16 januari 2012 

Vivisectie

De huidige wetenschap is ten gevolge van haar materialisme op de vivisectie aangewezen. De anti-vivisectie stroming ontspringt aan diep morele gronden. Maar men zal in de wetenschap de afschaffing van de vivisectie niet bereiken zolang de geneeskunde niet het hogere schouwen teruggewonnen heeft. Enkel doordat zij de helderziendheid verloren heeft, heeft de medische wetenschap haar toevlucht moeten nemen tot vivisectie. Als we opnieuw de astrale wereld teruggewonnen zullen hebben, die zich van ons teruggetrokken heeft,  zal de helderziendheid de arts in staat stellen zich op een spirituele manier in de innerlijke toestand van de zieke organen te verzinken, en de vivisectie zal als nutteloos nagelaten worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Kosmogonie – Parijs, 2 juni 1906 (bladzijde 65)

Rudolf Steiner – Egoïsme/Armoede/ Ellende (4) – Arbeid op zichzelf heeft geen belang en kan onder omstandigheden absoluut nutteloos zijn

Men zou zich eens moeten afvragen of arbeid die persoonlijk beloond wordt, als zodanig voor het levensbehoud zorgt; of het op deze arbeid aankomt. […] Als de arbeid enkel arbeid is, dan kan zij onder omstandigheden absoluut nutteloos zijn. Stelt u zich eens voor, dat een mens op een eiland zat en veertien dagen lang niets anders zou doen dan stenen gooien. Dat zou een inspannende arbeid zijn en naar gewone menselijke begrippen zou hij daarmee een goed loon kunnen verdienen. Niettemin staat deze arbeid niet in de geringste samenhang met het leven. […] Arbeid op zichzelf heeft geheel geen belang voor het leven, maar alleen arbeid die wijs geleid wordt. Alleen door met verstand gevoerde arbeid is voort te brengen en te creëren wat de mensen dient. […] Het komt er niet op aan dat ergens iemand mooie, abstracte theorieën uitdenkt, de werkelijke vooruitgang hangt ervan af dat iedere individuele mens in sociale zin denken leert. […] Het komt er niet op aan werk te verschaffen, maar dat de arbeid enkel en alleen gebruikt wordt om waardevolle goederen voort te brengen.

Wordt vervolgd

Bron: GA 054 – Hamburg 2 maart 1908 (bladzijde 97-98)

Rudolf Steiner – Gedachten / ontwikkeling / veredeling

Het gedachtenleven is de meest innerlijke kern van de mens. Zoals een mens denkt, zo is hij. Wie met volharding edele gedachten denkt, drukt op zijn hele wezen het karakter van edelheid. Wie alleen oppervlakkige gedachten door zijn ziel laat trekken, die vormt zijn leven ook oppervlakkig. – Als we een locomotief verwarmen en hem dan staan laten, dan stroomt de warmte nutteloos in alle richtingen. Het komt erop aan dat wij de warmte niet verspillen, maar ze in voortbewegende kracht omzetten. Zoals het in de natuur is, zo is het in het mensenleven. Als de mens denkt, dan kan hij zijn denkkracht in inhoudsvolle of in wezenloze zaken omzetten. Wie zijn gedachten aan oppervlakkige, nietige dingen verspilt, leeft doelloos; wie ze in inhoudsvolle gedachten omzet, werkt aan zijn levensontwikkeling en levensveredeling.

Bron: GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 451-452)