Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme (3 van 6)

En hiermee komen wij bij de oude zin uit de geesteswetenschap: In een sociale samenleving moet de beweegreden voor arbeid nooit in de eigen persoonlijkheid van de mensen liggen, maar enkel en alleen in de toewijding aan het geheel. Daaruit volgt dat ware sociale vooruitgang alleen mogelijk is, als ik wat ik door mijn werk tot stand breng in dienst van het geheel doe. Met andere woorden: Mijn arbeid mag niet mijzelf dienen. Van de erkenning van dit beginsel, dat iemand de opbrengst van zijn arbeid niet in de vorm van een persoonlijke beloning wil hebben, hangt alleen de sociale vooruitgang af.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a –Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)

Eerder geplaatst op 1 april 2015

Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme (1 van 6)

Nood, ellende en leed zijn niets anders als een gevolg van het egoïsme. Dit is als een natuurwet op te vatten. Maar deze zin moet men niet zo opvatten, alsof het bij ieder mens afzonderlijk zou moeten optreden. Het gevolg kan op geheel andere plaatsen verschijnen. Ook hier komt het er op aan niet kort te denken, maar ver weg in de omtrek (Duits: im Umkreis) van zo’n zin te denken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a –Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 128)

Eerder geplaatst op 30 maart 2015

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg. Ook al word ik in nood en ellende geboren, ook al heb ik weinig talenten: wat ik ook doe zal zijn werking hebben, en wat ik mijzelf bijbreng door vlijt en moraliteit, zal zeker een werking uitoefenen op volgende levens. Het kan mij bedrukken dat ik mijn lotsbestemming zelf verdiend heb, maar evenzeer kan het mij verheffen dat ik zelf kan timmeren aan mijn toekomstig leven. Wie deze wet in zijn denken en voelen opneemt, zal zien wat voor een kracht en zekerheid in het leven hij wint. Het is niet zo belangrijk dat men deze wet tot in de details doorgrondt, dat komt pas op de hogere trappen van het helderziende inzicht. Veel belangrijker is het dat men in de zin van deze wet de wereld bekijkt en ernaar leeft. Doet men dat in alle ernst jaar na jaar, dan zal deze wet zich vanzelf in het gevoel nestelen. Haar waarheidsgehalte wordt duidelijk door ze toe te passen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 27 augustus 1906 (bladzijde 60)

Eerder geplaatst op 19 juni 2013

Alleen het juiste denken is vruchtbaar (2 – slot) – De nood is bewerkt door het onjuiste denken van de mensen

Het is van belang om niet van de verkeerde veronderstelling uit te gaan dat onbekende machten de nood hebben laten ontstaan en dat nu eerst die nood opgeheven moet worden voordat men ertoe over kan gaan om op de juiste manier te denken – dít moet helder ingezien worden: de nood is bewerkt door het onjuiste denken van de mensen en dus kan ook alleen het juiste denken de nood opheffen.

Men moet van heel verschillende kanten dit bijgeloof – dat men de mensheid eerst van brood moet voorzien en dat de mens dan, wanneer hij genoeg brood heeft, ook tot een beter denken komt – bekijken. Want dit is een vreselijk bijgeloof. In de moderne beschaving zal nooit iets vruchtbaars kunnen gebeuren wanneer men er niet toe komt om dit bijgeloof af te leggen en te vervangen door het juiste geloof, dat erin bestaat dat er een omwenteling, een vernieuwing van het denken over de dingen van deze wereld moet plaatsvinden. En dit moet ook geleidelijk bij voldoende mensen in het bewustzijn komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 338 – Wie wirkt man für den Impuls der Dreigliederung des  sozialen Organismus? – Stuttgart, 12 februari 1921 (bladzijde 21-22)

Deze vertaling is van John Hogervorst, overgenomen uit zijn Driegonaal Nieuwsbrief Juli 2017

Alleen het juiste denken is vruchtbaar (1 van 2) – Het zijn de mensen zelf die de huidige nood hebben doen ontstaan

Wanneer wij de zich over de hele wereld uitspreidende wereldeconomie in ogenschouw nemen – en dat moet tegenwoordig ook gebeuren – dan kunnen wij zeggen dat de natuur ons in deze tijd niet minder geeft dan in andere tijden, wanneer wij de vruchten van de natuur op de juiste wijze onder de mensen kunnen brengen – als mensheid als geheel natuurlijk. Dat mensen nu in nood verkeren, meer dan voorheen, is niet het gevolg van fysieke oorzaken maar is bewerkt door de menselijke geest. Als het zo is dat de mens tegenwoordig in nood verkeert, dan is deze nood het gevolg van een verkeerd geestesleven, van een verkeerd denken.

Daarom is het enig mogelijke, dat het juiste denken op de plaats van het foute denken wordt gezet om uit deze noodsituatie te komen. Niet door de natuur, ook niet door onbekende machten is de mens in de huidige situatie beland; het zijn de mensen zelf die de huidige nood hebben doen ontstaan. Wanneer er een noodsituatie is, zijn het de mensen die deze situatie hebben laten ontstaan; wanneer mensen niets te eten hebben, zijn het de mensen die niet voor eten hebben gezorgd.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 338 – Wie wirkt man für den Impuls der Dreigliederung des sozialen Organismus? – Stuttgart, 12 februari 1921 (bladzijde 21-22)

Deze vertaling is van John Hogervorst, overgenomen uit zijn Driegonaal Nieuwsbrief Juli 2017