Tweespalt

Als de mens de geesteswetenschap nader komt, raakt hij gemakkelijk in een tweespalt. Deze tweespalt moet u duidelijk zien (Duits: sich klar vor Die Seele stellen). Van tweeërlei soort zijn veel mensen, die tot de antroposofie komen. De ene soort zegt: Ik wil helpen, ik wil een waardevol lid van de gemeenschap zijn – en ze verstaan daaronder: de antroposofische beweging zal hen de middelen geven om daar meteen morgen mee te beginnen. De anderen maken zich misschien alleen de illusie te willen helpen. In werkelijkheid willen ze alleen hun nieuwsgierigheid bevredigen, iets sensationeels meemaken.

Beide groepen zullen niet de juiste leden in de antroposofische vereniging worden. Want degenen, die meteen morgen willen helpen, bedenken niet dat men eerst leren en iets kunnen moet om te helpen. Hen moet gezegd worden: U moet geduld hebben om in u zelf de krachten en mogelijkheden te ontwikkelen, om rijp te worden als helper van uw medemensen. […] De anderen echter die alleen hun nieuwsgierigheid willen bevredigen, moeten zich realiseren dat geen enkele van de middelen en vaardigheden die hen gegeven worden, vanuit een ander gezichtspunt genomen moeten worden dan met de bedoeling een dienstbaar lid van de gehele mensheidsontwikkeling te worden. […] En men mag niet slechts naar het ene kijken, maar moet beide in acht nemen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 8 oktober 1906 (bladzijde 89-90)

Eerder geplaatst op 15 juni 2012

Niet de belangrijkste vraag is: Hoe kan ik veel weten?

Alle weten, alle kennis is een middel ter mensenvervolmaking en mensenveredeling. Een hogere ethiek, een edele moraal komt als resultaat uit de antroposofie. Niet de belangrijkste vraag is: Hoe kan ik veel weten? Maar: Hoe word ik een volkomener mens, hoe kom ik nader tot mijn bestemming? De inzichten geven de weg naar dit doel. Het belangrijkste aan de antroposofie is de veredeling der ziel, de zuivering van de lagere natuur. De grote wet van het karma bijvoorbeeld is er niet om een hogere nieuwsgierigheid te bevredigen; het moet ons laten zien hoe wij het leven hebben op te vatten om betere mensen te worden. Wij leren door de karmawet wat wij moeten doen. En zo is het met alles wat de antroposofie wil leren. Alles resulteert in de antroposofische ethiek. Het is volkomen juist: Wat zou het mij helpen als ik door kennis de hele wereld zou winnen en niets zou doen ter veredeling van mijn ziel? De idealen voor onze levenswandel moet de antroposofie geven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 447-448)

Eerder geplaatst op 23 oktober 2011.

Decadentia, immorale, multi phyl ti corti rocci; influenza filmi i cinema bestiale

Antroposofie is er niet om louter aan onze nieuwsgierigheid te voldoen. Niet omdat wij met betrekking tot de bovenzinnelijke wereld enkel nieuwsgieriger zijn dan andere mensen, zitten wij hier samen, maar omdat wij in meerdere of mindere mate vermoeden, dat de mensen in de toekomst geheel niet zullen kunnen leven zonder de spirituele wetenschap. Alle andere aspiraties (Duits: Bestrebungen), die geen rekening houden met dit feit, gaan de decadentie tegemoet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Zürich 3 februari 1912 (bladzijde 75)

P.S. De titel is een zin uit het gedicht De blijde boodschap van Gerard Reve.

Tweespalt

Als de mens de geesteswetenschap nader komt, raakt hij gemakkelijk in een tweespalt. Deze tweespalt moet u duidelijk zien (Duits: sich klar vor Die Seele stellen). Van tweeërlei soort zijn veel mensen, die tot de antroposofie komen. De ene soort zegt: Ik wil helpen, ik wil een waardevol lid van de gemeenschap zijn – en ze verstaan daaronder: de antroposofische beweging zal hen de middelen geven om daar meteen morgen mee te beginnen. De anderen maken zich misschien alleen de illusie te willen helpen. In werkelijkheid willen ze alleen hun nieuwsgierigheid bevredigen, iets sensationeels meemaken. Beide groepen zullen niet de juiste leden in de antroposofische vereniging worden. Want degenen, die meteen morgen willen helpen, bedenken niet dat men eerst leren en iets kunnen moet om te helpen. Hen moet gezegd worden: U moet geduld hebben om in u zelf de krachten en mogelijkheden te ontwikkelen, om rijp te worden als helper van uw medemensen. […] De anderen echter die alleen hun nieuwsgierigheid willen bevredigen, moeten zich realiseren dat geen enkele van de middelen en vaardigheden die hen gegeven worden, vanuit een ander gezichtspunt genomen moeten worden dan met de bedoeling een dienstbaar lid van de gehele mensheidsontwikkeling te worden. […] En men mag niet slechts naar het ene kijken, maar moet beide in acht nemen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn 8 oktober 1906 (bladzijde 89-90)