Men zegt dat de spirituele wetenschap of antroposofie leidt tot geestelijke hoogmoed…

Niet degene die niets weet over de bovenzinnelijke wereld, kan zeggen of die bestaat of niet, maar degene die daarover iets weet. […] De geesteswetenschapper zegt: Niemand heeft te beslissen wat men kan weten of niet kan weten, maar ieder heeft alleen te beslissen over dat wat hij zelf weet. […] Men zegt dat de spirituele wetenschap of antroposofie leidt tot geestelijke hoogmoed, omdat zij beweert dat ze boven de gewone kennis zou kunnen uitgaan. Maar juist het omgekeerde is het geval. Er is geen grotere hoogmoed dan die welke wil beslissen niet alleen over wat hij niet weet, maar zelfs wil beslissen over wat de mens kan weten of niet kan weten. Dat is de hoogmoed die zichzelf als standaard stelt voor alle mensen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn 10 oktober 1907 (bladzijde 18)

Eerder geplaatst op 10 december 2012

Daarvan kan men niets weten

Het is voor veel mensen moeilijk om zichzelf te zeggen: er is nog een gebied waarvan men misschien wat ervaren kan, als men zich in bepaalde ideeën en onderzoekingen verdiept. Het is veel gemakkelijker voor deze mensen om te zeggen: Dat is een gebied waarvan alle mensen niets weten – omdat zij zelf nog niets daarvan weten. Alleen, dat men van het een of ander zelf niets weet, dat is nog geen bewijs, dat men daarvan niets kan weten, hoewel deze conclusie merkwaardig vaak getrokken wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Freiheit Unsterblichkeit Soziales Leben – Bazel, 19 oktober 1917  (bladzijde 69-70)

Eerder geplaatst op 21 december 2011

Men zegt dat de spirituele wetenschap of antroposofie leidt tot geestelijke hoogmoed…

Niet degene die niets weet over de bovenzinnelijke wereld, kan zeggen of die bestaat of niet, maar degene die daarover iets weet. […] De geesteswetenschapper zegt: Niemand heeft te beslissen wat men kan weten of niet kan weten, maar ieder heeft alleen te beslissen over dat wat hij zelf weet. […] Men zegt dat de spirituele wetenschap of antroposofie leidt tot geestelijke hoogmoed, omdat zij beweert dat ze boven de gewone kennis zou kunnen uitgaan. Maar juist het omgekeerde is het geval. Er is geen grotere hoogmoed dan die welke wil beslissen niet alleen over wat hij niet weet, maar zelfs wil beslissen over wat de mens kan weten of niet kan weten. Dat is de hoogmoed die zichzelf als standaard stelt voor alle mensen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn 10 oktober 1907 (bladzijde 18)

Daarvan kan men niets weten

Het is voor menig mens moeilijk om zichzelf te zeggen: er is nog een gebied waarvan men misschien wat ervaren kan, als men zich in bepaalde ideeën en onderzoekingen verdiept. Het is veel gemakkelijker voor deze mensen om te zeggen: Dat is een gebied waarvan alle mensen niets weten – omdat zij zelf nog niets daarvan weten. Alleen, dat men van het een of ander zelf niets weet, dat is nog geen bewijs, dat men daarvan niets kan weten, hoewel deze conclusie merkwaardig vaak getrokken wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Bazel 19 oktober 1917  (bladzijde 69-70)