Niet alleen het morele element wordt door goede neigingen bevorderd, maar ook de gezondheid

Bij onze beschouwing van karma en ziekte, zowel van het individu als van hele volksstammen, hebben we gezien dat wat eerder geestelijk is voorbereid zich later in het fysieke leven weer laat gelden. Als we daarom zorgen voor goede opvoeding en goede gewoonten van de mensheid, dan zullen we daardoor ook de gezondheid bevorderen! Niet alleen het morele element wordt door goede neigingen bevorderd, maar werkelijk ook de gezondheid, aangezien een slechte gewoonte een ziekte voor het volgende leven creëert. De nervositeit, deze vandaag de dag in feite meest voorkomende ziektevorm, is het gevolg van een bepaalde geestesgesteldheid in een vroegere tijd. Deze zou nooit zijn opgetreden, als niet de materialistische wereldbeschouwing met haar denkgewoonten zo overheersend zou zijn geworden. Zou deze geestesrichting aanhouden, dan zou zij verwoestend op de volksgezondheid werken en de mensheid tot waanzin voeren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Stuttgart, 14 maart 1906 (bladzijde 255)

Eerder geplaatst op 29 september 2014

Gezondheid/Gezindheid/Epidemieën

Er bestaat niets stoffelijks dat niet uit de geest stamt. Zo komt ook wat mensen uiterlijk als gezondheid en ziekte hebben voort uit hun gezindheid, hun gedachten. Het is zeer zeker een waar spreekwoord: Wat je vandaag denkt, dat ben je morgen. – Het moet u duidelijk zijn dat wanneer een tijdperk slechte, verdorven gedachten heeft, de volgende generatie en het volgende tijdperk dit lichamelijk te boeten heeft. Het is een waar gezegde: De zonden der vaderen zullen zich in vele geslachten wreken. Niet straffeloos zijn de mensen van de 19de eeuw begonnen zo grof materialistisch te denken, zo af te keren hun verstand van al het geestelijke. Wat de mensen toen gedacht hebben, zal gevolgen hebben.

En we zijn er niet zo ver vanaf dat merkwaardige ziekten en epidemieën zich in de mensheid zullen voordoen! Wat we nervositeit noemen, zal op zijn laatst binnen een halve eeuw ernstige vormen aannemen. Zoals er eens pest en cholera en in de Middeleeuwen lepra waren, zo zullen er psychische epidemieën zijn, ziekten van het zenuwgestel in epidemische vorm. Dat zijn de gevolgen van de omstandigheid dat het de mensen aan een geestelijke levenskern ontbreekt. Waar een bewustzijn van deze kern als middelpunt aanwezig is, daar wordt de mens gezond onder de invloed van een gezonde, een ware, wijze wereldbeschouwing.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 29 januari 1906 (bladzijde 18)

Eerder geplaatst op 23 augustus 2014

Waarom komt nervositeit de laatste tijd zo veel voor?

Laten we eens naar een flegmatische leerkracht kijken die zich ook weer laat gaan en niet door zelfkennis, door zelfopvoeding zijn flegmatische temperament ter hand neemt. Bij een flegmaticus die met een kind omgaat, zal het zo zijn dat, je zou willen zeggen, wat er van binnen bij een kind leeft, niet aan zijn trekken komt. De innerlijke impulsen willen naar buiten, ze komen ook naar buiten, het kind wil bezig zijn. De leerkracht is flegmatisch, hij geeft eraan toe. Hij ziet niet wat er uit het kind naar buiten komt. Wat er vanuit het kind naar buiten wil, komt niet in aanraking met indrukken en invloeden van buiten. Het is alsof je in verdunde lucht adem moet halen, wanneer ik een fysieke vergelijking zou moeten maken. De ziel van het kind heeft op psychisch niveau ademnood, wanneer de leerkracht flegmatisch is.

En wanneer we in het leven onderzoeken waarom bepaalde mensen aan nervositeit, aan neurasthenie en dergelijke lijden, vind je ook weer, wanneer je in de menselijke levensloop teruggaat tot in de kinderjaren, hoe het flegma van de leerkracht dat niet door zelfopvoeding werd beteugeld, dat met het kind belangrijke dingen had moeten doen, aan dergelijke ziekteneigingen ten grondslag ligt. Hele cultuurverschijnselen met een ziekelijk karakter worden op deze manier verklaarbaar.

Waarom komt toch nervositeit, neurasthenie de laatste tijd zo veel voor? U zal zeggen: je zou bijna geloven dat alle leraren in de tijd waarin de mensen die tegenwoordig zenuwachtig, neurastheen zijn opgevoed werden, uit flegmatici heeft bestaan! – Maar ik zeg u: die bestond uit flegmatici, niet in de gewone zin van het woord, maar in een veel diepere betekenis van het woord. Want op een bepaalde tijd kwam in de negentiende eeuw de materialistische wereldbeschouwing op. De materialistische wereldbeschouwing heeft interessen die wegvoeren van de mens; die een ongelooflijke onverschilligheid ontwikkelen bij de opvoeder t.o.v. de eigenlijke fijnzinnige zieleroerselen van de op te voeden mens. Degene die deze cultuurverschijnselen van een nieuwe tijd onbevangen kan waarnemen, zelfs wanneer er ook zo’n flegmaticus zou zijn, die zoiets zou zeggen als, omdat hij de abstracte grondregel huldigt dat zijn leerlingen niet uit woede de inktpotjes mogen omgooien: zoiets mag je niet doen, je mag niet uit ergernis een inktpotje omgooien. Kerel, dan zou ik je meteen een inktpotje voor je hoofd gooien! –

Je moet dus niet meteen denken, dat al dit soort choleriek in de tijd die ik bedoel, uit den boze zou zijn geweest of dat je ook geen sanguinici had kunnen leren kennen en melancholici: ten opzichte van de eigenlijke opvoedingsopdracht waren ze toch flegmatisch.

Bron: Rudolf Steiner – GA 308 – Die Methodik des Lehrens und die Lebensbedingungen des Erziehens – Stuttgart, 8 april 1924 (bladzijde 16-17)

Vertaling: Pieter H.A. Witvliet – De gehele vertaalde voordracht is te vinden op zijn weblog VRIJESCHOOL – PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE ACHTERGRONDEN Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 308 – voordracht 1 (bladzijde 16-17)

Over nervositeit, concentratie en wilskracht

Omdat in onze tijd zo weinig het geloof in de concentratie van de geest aanwezig is en daarom ook zo weinig gezocht wordt, komen ook zo veel kwalen, die als tekortkoming van de zelfopvoeding optreden, vooral die welke men tegenwoordig gewoonlijk nervositeit noemt. Terwijl men het willen schoolt doordat men zijn spieren in samenspel met het uiterlijke leven laat treden, moet men zijn zenuwgestel door geestelijke concentratie scholen. […] Nerveus kan de mens niet zijn door de opvoeding van zijn wil, maar door verkeerde opvoeding van zijn wil. De wilscultivering kan tot nervositeit leiden, doordat de mens ze langs verkeerde wegen zoekt, als hij in plaats van met de buitenwereld in verbinding te komen en aan hun hindernissen en barrières zijn wil staalt, door allerlei innerlijke middelen, die alleen in het voorstellingsleven werken, daartoe komen wil. Daardoor kan hij gemakkelijk tot nervositeit van het willen komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 61 – Menschengeschichte im Lichte der Geistesforschung – Berlijn, 14 maart 1912 (bladzijde 439)

Eerder geplaatst op 2 maart 2014

Hoe zal men deze mensheid bijbrengen dat er iets geestelijks bestaat? – 2 (slot)

Wat wij nervositeit noemen, zal op zijn laatst binnen een halve eeuw ernstige vormen aannemen. Zoals er eens pest en cholera en in de middeleeuwen lepra geheerst hebben, zo zullen er epidemieën van het zieleleven zijn, ziekten van het zenuwgestel in epidemische vorm. Dat zijn de werkelijke gevolgen van de omstandigheid, dat het de mensen aan de geestelijke levenskern ontbreekt. Als er een bewustzijn van deze levenskern als middelpunt aanwezig is, dan wordt de mens gezond onder de invloed van een gezonde, een ware, wijze wereldbeschouwing. Maar het materialisme ontkent de ziel, ontkent de geest, holt de mensen uit, wijst hem op zijn buitenkant. Gezondheid is er enkel, als de innerlijke wezenskern van de mensen geestelijk en waar is. De echte ziekte, die op de uitholling van het innerlijk volgt, dat is de geestelijke epidemie waarvoor we staan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 264 – Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 – 1914 – Berlijn, 29 januari 1906 (bladzijde 378-379)

Eerder geplaatst op 17 december 2013