Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme (5 van 6)

De tegenhanger van dit sociaal denken moet nu ook nauwkeurig vervolgd worden. U kent het voorbeeld van een naaister die voor een laag loon werkt en dat de sociaaldemocratie op haar inpraat: jullie worden uitgebuit! Nu gaat echter de naaister naar een winkel en koopt een goedkope jurk om op zondag te gaan dansen. Zij verlangt naar een goedkope jurk. Waarom is die jurk echter goedkoop? Omdat een andere werknemer uitgebuit werd. Wie buit uiteindelijk die arbeidskracht uit? Zeer zeker de naaister die bij het dansen op zondag die goedkope jurk draagt. Wie hier helder denkt, is reeds los van het onderscheid tussen rijk en arm, want uitbuiting heeft met rijkdom en armoede geheel niets van doen. Er moeten daarom eerst beweegredenen in het leven worden geroepen, opdat in de toekomst de mensen vlijtig en toegewijd werken zonder aan het eigenbelang te denken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)

Eerder geplaatst op 3 april 2015

Nood, ellende en leed zijn niets anders als een gevolg van het egoïsme (5)

De tegenhanger van dit sociaal denken moet nu ook nauwkeurig vervolgd worden. U kent het voorbeeld van een naaister die voor een laag loon werkt en dat de sociaaldemocratie op haar inpraat: jullie worden uitgebuit! Nu gaat echter de naaister naar een winkel en koopt een goedkope jurk om op zondag te gaan dansen. Zij verlangt naar een goedkope jurk. Waarom is die jurk echter goedkoop? Omdat een andere werknemer uitgebuit werd. Wie buit uiteindelijk die arbeidskracht uit? Zeer zeker de naaister die bij het dansen op zondag die goedkope jurk draagt. Wie hier helder denkt, is reeds los van het onderscheid tussen rijk en arm, want uitbuiting heeft met rijkdom en armoede geheel niets van doen. Er moeten daarom eerst beweegredenen in het leven worden geroepen, opdat in de toekomst de mensen vlijtig en toegewijd werken zonder aan het eigenbelang te denken.

Wordt vervolgd

Bron: GA 266a – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)