Moraliteit/Concentratie/Meditatie

De aanwijzingen die worden gegeven voor het cultiveren van de morele gevoelens, zowel als de aanwijzingen die worden gegeven voor de concentratie van het denken, voor meditatie, alle streven uiteindelijk naar het ene doel: de geestelijke structuur waardoor het etherlichaam en het fysieke lichaam van de mens zijn verbonden, los te maken; zodat het etherlichaam niet meer zo vast als het ons van nature gegeven is, met het fysieke lichaam verbonden blijft. Alle oefeningen zijn gericht op deze opheffing, deze losmaking van het etherlichaam. […]

De inspanningen in geconcentreerd denken, zoals nu daarvoor de aanwijzingen worden gegeven, en zoals ze ook door de Rozenkruisers werden gegeven, de inspanningen van de meditaties, de zuivering van morele gevoelens, dat alles bewerkt uiteindelijk, wat men in het boek De weg tot inzicht in hogere werelden kan nalezen, dat het etherlichaam zelfstandig wordt, zoals het in dit boek beschreven is. Zodat men ertoe komt, – zoals we onze ogen om te zien, onze handen om te grijpen gebruiken en zo meer -, het etherlichaam met zijn organen te gebruiken, om dan echter niet in de fysieke wereld, maar in de geestelijke wereld te zien. De manier waarop we ons  innerlijk leven in de hand nemen werkt aan het losmaken, het zelfstandig maken van het etherische lichaam.

Bron: Rudolf Steiner – GA 131 – Von Jesus zu Christus – Karlsruhe, 6 oktober 1911 (bladzijde 65-66)

Eerder geplaatst op 24 december 2018  (1 reactie)

8aa8441b14d28d20a05e2c79e828ddf1

Een kamer zonder licht

Alles wat we bedenken en ook praktisch kunnen invoeren aan externe instellingen, en wat we nog meer uitdenken in de vele programma’s (Duits: Schemen) die er vandaag de dag zijn over het sociale leven, dat lijkt voor iemand die moraliteit in het licht van spirituele kennis ziet zodanig dat hij zegt: De sociale kwestie behandelen zonder de morele kwestie is alsof  men een kamer zonder licht heeft en de objecten daarin moet zoeken zonder dat er licht in is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 218 – Geistige Zusammenhänge in der Gestaltung des menschlichen Organismus: Erziehungs- und Unterrichtsfragen – Londen, 19 november 1922 (bladzijde 241)

Eerder geplaatst op 25 januari 2018  (4 reacties)

db21bf73268843.5c0c523fb7df9

Moraal prediken (2 – slot)

Met morele leringen, met morele preken is nog geen moraliteit gegrondvest. Werkelijk niet. Als namelijk met morele leringen, met morele preken moraliteit zou kunnen worden gevestigd, dan zouden er vandaag de dag zeker geen immorele handelingen meer zijn; dan zouden de morele handelingen van de hele mensheid, om zo te zeggen, in stromen moeten neerstorten, want iedereen heeft immers ongetwijfeld vaak en steeds opnieuw de gelegenheid gehad om de mooiste morele principes te horen, vooral omdat ze zoveel gepreekt worden.

Maar om te weten wat men zou moeten doen, wat het moreel juiste is, dat is wel het minste voor een morele basis. Het allerbelangrijkste voor een moreel fundament is dat in ons impulsen kunnen leven die door hun innerlijke sterkte, hun innerlijke kracht zich in morele daden omzetten, die zich dan ook uiterlijk moreel manifesteren.

Dat doen gewoonlijk morele preken of de resultaten van morele preken geheel niet. Maar moraliteit vestigen wil zeggen dat de mens wordt geleid naar de bronnen waaruit hij de impulsen kan verkrijgen die hem de krachten geven die tot morele activiteiten leiden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – Christus und die menschliche Seele: Theosophische Moral – Norrköping, 28 mei 1912 (bladzijde 70)

Eerder geplaatst op 13 december 2017   (1 reactie)

1f4726c965ca3783155edba811b2cf5d

Over moraliteit en medegevoel

In feite zijn alle morele daden terug te voeren op de onzelfzuchtigheid, alle immorele daden op het egoïsme. Alleen is in het gewone leven een werkelijk morele beoordeling gemaskeerd doordat iemand eigenlijk zeer immoreel, namelijk door en door van egoïstische motieven vervuld kan zijn, maar de door de conventie bepaalde morele regels volgt. Dat zijn echter helemaal niet zijn eigen regels. Dan is hij aangepast (Duits: eingefädelt) aan wat hem is bijgebracht, of wat hij doet omdat hij zich schaamt voor wat de anderen zullen zeggen.

Hij is ingevoegd als een schakel in een ketting. Maar het ware morele, dat van de menselijke individualiteit eigenlijk deel is (Duits: haftet), in hem leeft, is zodanig ingesteld, dat het goede komt van de interesse die we in de andere mensen hebben; van de interesse die we verwerven kunnen doordat we wat anderen voelen en ervaren als ons eigen voelen en ervaren kunnen, terwijl het immorele in zijn oorsprong iets is, waarbij de mens zich afsluit, waar hij niet meevoelt wat andere mensen voelen.

Goed denken wil in feite zeggen: zich in andere mensen verplaatsen kunnen, slecht denken wil zeggen: zich niet in andere mensen verplaatsen kunnen. Dat kan dan tot een wet worden, tot conventionele regels, tot dingen waarvoor men zich schaamt of niet schaamt. Daardoor kan wat eigenlijk egoïsme is, zeer teruggedrongen worden onder de conventie. Maar het is feitelijk voor de beoordeling van de morele waarde toch niet maatgevend, wat de mens doet, maar men moet dieper in het menselijke karakter, in de menselijke natuur kijken om de eigenlijke morele waarde van de mens te kunnen beoordelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 221 – Erdenwissen und Himmelserkenntnis – Dornach, 17 februari 1923 (bladzijde 117-118)

Eerder geplaatst op 2 september 2017  (89 reacties)

QUALITYSUPPORT25256_web

Moraliteit/Gezelligheid/Eenzaamheid

Als de mens immoreel is geweest in het leven, dan komt hij weliswaar samen met familieleden en vrienden, maar er is altijd door zijn eigen wezen zoiets gecreëerd als een muur waar hij niet doorheen kan naar de andere wezens. En de mens met een immorele zielsinstelling is na de dood een eenzaat, een eenzaam wezen dat overal zoiets als een muur om zich heeft en niet nader kan komen tot de wezens in wiens sfeer hij geplaatst is.

Maar de ziel met een morele gesteldheid, de ziel met zodanige innerlijke ideeën die we hebben als we onze wil louteren, die wordt om zo te zeggen een gezellige geest en vindt altijd de bruggen en de samenhangen met de wezens in wiens sfeer ze leeft. Of we eenzame of gezellige geesten zijn, dat hangt af van onze immorele of morele zielstoestand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 48-49)

Eerder geplaatst op 14 oktober 2017  (7 reacties)

Rudolf-Steiner+Okkulte-Untersuchungen-über-das-Leben-zwischen-Tod-und-neuer-Geburt