Velen zeggen: Wat moeten wij met die hogere kennis? (2 – slot)  

Er is een zin in het occultisme die nu bekend worden kan: Elke leugen is in de onstoffelijke wereld een moord! – Dit is een zeer betekenisvolle zin, waarvan het belang pas wordt beseft door wie inzicht in hogere werelden heeft. Hoe gemakkelijk zeggen de mensen: Ach, dat is maar een gedachte, een gevoel, dat blijft in de ziel; een hengst voor de kop mag ik niet geven, maar een slechte gedachte doet geen schade. 

Er is geen onjuister spreekwoord dan: Gedachten zijn kostenvrij (Duits: zollfrei), want iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit, en wanneer ik denk dat iemand een slecht mens is of ik bemin hem niet, dan is dat voor wie in de astrale wereld kan schouwen, als een pijl, als een bliksem die zich als een geweerkogel naar de ander beweegt en hem beschadigt. Ieder gevoel, iedere gedachte is een wezen, een vorm in de astrale wereld en voor wie in deze wereld kan kijken is het dikwijls veel erger om te zien hoe iemand een slechte gedachte over een ander koestert dan wanneer iemand die ander fysiek schaadt. 

Maakt men deze waarheid bekend, dan betekent dat moraliteit vestigen, motiveren (Duits: begründen), niet prediken. Zegt men over een mens de waarheid, dan vormt zich een gedachtenvorm, die de ziener naar kleur en vorm kan herkennen en die het leven van onze naaste versterkt. De gedachte die een waarheid bevat, gaat naar het wezen toe op wie hij betrekking heeft, en bevordert en verlevendigt het. Als ik dus een waarheid denk over mijn medemensen, dan versterk ik zijn leven; zeg ik een leugen over hem, dan laat ik een vijandige kracht op hem toe stromen, die verwoestend, ja dodelijk werkt. Daarom is iedere leugen een moord. Iedere waarheid vormt een levensbevorderend element, iedere leugen een levenshinderend element. Wie dat weet, zal zich meer in acht nemen met betrekking tot waarheid en leugen dan degene die alleen preekt dat men altijd netjes de waarheid moet zeggen.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 23 augustus 1906 (bladzijde 23-24)

Eerder geplaatst op 5 februari 2015

Een helderziende moet sterk in zijn schoenen staan

De mens moet ook verdragen kunnen, wat hij ziet als helderziende en daartoe behoort een karaktersterkte, waarvan maar weinigen zich een voorstelling kunnen maken. Bijvoorbeeld: als u, zonder helderziend te zijn, liegt, dan is het al slecht, als u echter als helderziende liegt en u ziet hoe de leugen zichtbaar wordt en wat ze betekent op het astrale gebied, dan begrijpt u waarom wordt gezegd: de leugen is daar een moord. En het is zo. Stel, u hebt een gebeurtenis gezien, u heeft zich daarvan een idee gevormd en vertelt iets wat niet klopt, dat wil zeggen: iets verzonnens of gelogens. Dan gaat van het onderwerp de juiste en van u de foute uitstroming uit en deze botsing is een vreselijke explosie; en elke keer als u dit doet, hecht u een gruwelijk wezen aan uw karma, waar u niet weer vanaf komt, tot u hebt goedgemaakt wat u hebt gelogen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 98 – Natur- und Geistwesen – ihr Wirken in unserer sichtbaren Welt – Wenen, 5 november 1907 (bladzijde 25)

Eerder geplaatst op 22 augustus 2014

Velen zeggen: Wat moeten wij met die hogere kennis? (2 – slot)

Er is een zin in het occultisme die nu bekend worden kan: Elke leugen is in de onstoffelijke wereld een moord! – Dit is een zeer betekenisvolle zin, waarvan het belang pas wordt beseft door wie inzicht in hogere werelden heeft. Hoe gemakkelijk zeggen de mensen: Ach, dat is maar een gedachte, een gevoel, dat blijft in de ziel; een hengst voor de kop mag ik niet geven, maar een slechte gedachte doet geen schade. – Er is geen onjuister spreekwoord dan: Gedachten zijn lastenvrij (Duits: zollfrei), want iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit, en wanneer ik denk dat iemand een slecht mens is of ik bemin hem niet, dan is dat voor wie in de astrale wereld kan schouwen, als een pijl, als een bliksem die zich als een geweerkogel naar de ander beweegt en hem beschadigt. Ieder gevoel, iedere gedachte is een wezen, een vorm in de astrale wereld en voor wie in deze wereld kan kijken is het dikwijls veel erger om te zien hoe iemand een slechte gedachte over een ander koestert dan wanneer iemand die ander fysiek schaadt. Maakt men deze waarheid bekend, dan betekent dat moraliteit vestigen, motiveren (Duits: begründen), niet prediken. Zegt men over een mens de waarheid, dan vormt zich een gedachtenvorm, die de ziener naar kleur en vorm kan herkennen en die het leven van onze naaste versterkt. De gedachte die een waarheid bevat, gaat naar het wezen toe op wie hij betrekking heeft, en bevordert en verlevendigt het. Als ik dus een waarheid denk over mijn medemensen, dan versterk ik zijn leven; zeg ik een leugen over hem, dan laat ik een vijandige kracht op hem toe stromen, die verwoestend, ja dodelijk werkt. Daarom is iedere leugen een moord. Iedere waarheid vormt een levensbevorderend element, iedere leugen een levenshinderend element. Wie dat weet, zal zich meer in acht nemen met betrekking tot waarheid en leugen dan degene die alleen preekt, dat men altijd netjes de waarheid moet zeggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 23 augustus 1906 (bladzijde 23-24)

Eerder geplaatst op 24 februari 2013 

Een helderziende moet sterk in zijn schoenen staan  

De mens moet ook verdragen kunnen, wat hij dan ziet (als helderziende) en daartoe behoort een karaktersterkte, waarvan maar weinigen zich een voorstelling kunnen maken. Bijvoorbeeld: als u, zonder helderziende te zijn, liegt, dan is het al slecht, als u echter als helderziende liegt en u ziet hoe de leugen zichtbaar wordt en wat ze betekent op het astrale gebied, dan begrijpt u waarom wordt gezegd: de leugen is daar een moord. En het is zo. Stel, u hebt een gebeurtenis gezien, u heeft zich daarvan een idee gevormd en vertelt iets wat niet klopt, dat wil zeggen: iets verzonnens of gelogens. Dan gaat van het onderwerp de juiste en van u de foute uitstroming uit en deze botsing is een vreselijke explosie; en elke keer als u dit doet, hecht u een gruwelijk wezen aan uw karma, waar u niet weer vanaf komt, tot u hebt goedgemaakt wat u hebt gelogen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 98 – Natur- und Geistwesen – ihr Wirken in unserer sichtbaren Welt – Wenen 5 november 1907 (bladzijde 25)

Eerder geplaatst op 8 juni 2012

Velen zeggen: Wat moeten wij met die hogere kennis? (2-slot)

Er is een zin in het occultisme die nu bekend worden kan: Elke leugen is in de onstoffelijke wereld een moord! – Dit is een zeer betekenisvolle zin, waarvan het belang pas wordt beseft door wie inzicht in hogere werelden heeft. Hoe gemakkelijk zeggen de mensen: Ach, dat is maar een gedachte, een gevoel, dat blijft in de ziel; een hengst voor de kop mag ik niet geven, maar een slechte gedachte doet geen schade. – Er is geen onjuister spreekwoord dan: Gedachten zijn lastenvrij (Duits: zollfrei), want iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit, en wanneer ik denk dat iemand een slecht mens is of ik bemin hem niet, dan is dat voor wie in de astrale wereld kan schouwen, als een pijl, als een bliksem die zich als een geweerkogel naar de ander beweegt en hem beschadigt. Ieder gevoel, iedere gedachte is een wezen, een vorm in de astrale wereld en voor wie in deze wereld kan kijken is het dikwijls veel erger om te zien hoe iemand een slechte gedachte over een ander koestert dan wanneer iemand die ander fysiek schaadt. Maakt men deze waarheid bekend, dan betekent dat moraliteit vestigen, motiveren (Duits: begründen), niet prediken. Zegt men over een mens de waarheid, dan vormt zich een gedachtenvorm, die de ziener naar kleur en vorm kan herkennen en die het leven van onze naaste versterkt. De gedachte die een waarheid bevat, gaat naar het wezen toe op wie hij betrekking heeft, en bevordert en verlevendigt het. Als ik dus een waarheid denk over mijn medemensen, dan versterk ik zijn leven; zeg ik een leugen over hem, dan laat ik een vijandige kracht op hem toe stromen, die verwoestend, ja dodelijk werkt. Daarom is iedere leugen een moord. Iedere waarheid vormt een levensbevorderend element, iedere leugen een levenshinderend element. Wie dat weet, zal zich meer in acht nemen met betrekking tot waarheid en leugen dan degene die alleen preekt, dat men altijd netjes de waarheid moet zeggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 23 augustus 1906 (bladzijde 23-24)