Mede verantwoordelijk

Als ik opvoeder ben en mijn pupil niet beantwoordt aan hetgeen ik zou wensen, moet mijn gevoel zich niet tegen hem keren, maar tegen mijzelf. Ik moet mij in zo hoge mate één met hem voelen, dat ik mij afvraag: “Is datgene, waarin hij tekort schiet, niet een gevolg van mijn eigen handelwijze?” In plaats van mijn gevoel tegen hem te richten zal ik er veeleer over nadenken hoe ik mijzelf heb te gedragen, wil mijn pupil in het vervolg beter aan mijn verwachtingen beantwoorden. Door zulk een gemoedsgesteldheid verandert gaandeweg onze hele denkwijze.

Dit geldt voor het kleinste zowel als voor het grootste. Bij deze gezindheid zie ik b.v. een misdadiger met geheel andere ogen dan wanneer ik dit standpunt niet inneem. Ik houd mijn oordeel terug en zeg tot mijzelf: “Ook ik ben maar een mens als hij. Wellicht heeft alleen de opvoeding, die mij door de omstandigheden te beurt is gevallen, mij voor een dergelijk lot bewaard.” Ik kom dan mogelijk tot de overtuiging dat deze medebroeder een ander mens zou zijn geworden, als de leermeesters, die aan mij hun moeite en zorgen besteedden, die aan hem hadden gewijd. Ik zal bedenken dat mij iets ten deel is gevallen, wat hem werd onthouden en dat ik dit voorrecht juist te danken heb aan het feit dat hij het moest missen. En dan zal het denkbeeld mij niet vreemd meer zijn dat ik slechts een schakel in de gehele mensheid ben en mede aansprakelijk voor al wat geschiedt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – WIE ERLANGT MAN ERKENNTNISSE
DER HÖHEREN WELTEN? – Die Bedingungen zur Geheimschulung (bladzijde 106)

Deze vertaling is overgenomen uit het boek Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebiedenHoofdstuk: De voorwaarden voor de innerlijke scholing (bladzijde 90-91) – Vierde druk

Dit werk is later verschenen met de titel De weg tot inzicht in hogere werelden

Over positiviteit en onthouding van kritiek

Zo moet de esoterische leerling proberen in ieder verschijnsel en in ieder wezen het positieve te zoeken. Hij zal dan al spoedig merken, dat onder de buitenkant van het lelijke een verborgen schoonheid, dat zelfs onder het hulsel van een misdadiger iets verborgen goeds, dat onder het uiterlijk van een waanzinnige op de een of andere manier de goddelijke ziel verborgen is. Deze oefening hangt enigszins samen met wat men de onthouding van kritiek noemt. Men moet deze zaak niet zo opvatten alsof men zwart wit en wit zwart zou moeten noemen. Er is echter een verschil tussen een beoordeling die enkel van de eigen persoonlijkheid uitgaat en aan de hand van sympathie en antipathie van de eigen persoon oordeelt. En er is een standpunt dat zich liefdevol in het vreemde verschijnsel of vreemde wezen verplaatst en zich overal afvraagt: Hoe komt deze ander ertoe zo te zijn en zo te doen? Een dergelijk standpunt komt er geheel vanzelf toe om er meer na te streven het onvolkomene te helpen dan enkel aanmerkingen te maken en het te kritiseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 267 – Seelenübungen (bladzijde 58-59)

Eerder geplaatst op 21 december 2013 

De tijdsduur tussen dood en nieuwe geboorte

Er is vaak op gewezen dat voor het normale mensenleven de tijd tussen dood en nieuwe geboorte lang is in verhouding tot de tijd, die we hier in het fysieke lichaam tussen geboorte en dood doorbrengen. Kort is deze tijd alleen bij mensen die hun leven op een ongunstige wijze (Duits: in einer weltwidrigen Weise) gebruiken, die, om zo te zeggen, ertoe komen alleen te doen wat in een werkelijke en ware zin misdadig genoemd kan worden. Dan is er een kort tijdsverloop tussen de dood en een nieuwe geboorte. Maar bij mensen die niet enkel in egoïsme vervallen zijn, maar hun leven op een normale wijze tussen geboorte en dood doorbrengen, vindt er gewoonlijk een relatief lange tijdsduur plaats tussen dood en nieuwe geboorte.

Bron: Rudolf Steiner – GA 162 – Kunst- und Lebensfragen im Lichte der Geisteswissenschaft – Dornach, 30 mei 1915 (bladzijde 71)

Eerder geplaatst op 17 maart 2013

Begrip is nodig in plaats van kritiek

Voor de ontwikkeling der ziel is het noodzakelijk dat men zich een zeer bepaalde wijze van beoordeling van zijn medemensen eigenmaakt. Dat is moeilijk te bereiken: onthouding van kritiek. Begrip is nodig in plaats van kritiek. Als u de mensen meteen met uw eigen mening komt (Duits: Wenn Sie dem Mitmenschen gleich Ihre eigene Meinung gegenüberstellen), dan onderdrukt dat de zielsontwikkeling. Wij moeten eerst luisteren naar de anderen, en dit luisteren is een uiterst werkzaam middel voor de ontwikkeling van de ogen der ziel, en wie een hogere trap op deze weg bereikt, heeft dit te danken aan het afwennen van de gewoonte om alles te kritiseren, alles te beoordelen. Hoe kunnen wij in de ziel waarnemen? Wij moeten niet de staf breken over een misdadiger, maar ook hem begrijpen, de misdadiger evenzeer begrijpen als de heilige. Begrip voor een ieder, dat is nodig.

Bron: Rudolf Steiner  – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Grundbegriffe der Geisteswissenschaft – Berlijn, 15 december 1904 (bladzijde 200)

Eerder geplaatst op 4 april 2012.