Verband tussen wat de mens is en wat de mens produceert

De loop van de wereld gaat er naar toe dat er een samenhang ontstaat tussen wat de mens is en wat de mens produceert, wat de mens creëert. Deze samenhang zal steeds persoonlijker worden. Het zal het eerst aan de dag komen op de gebieden die een nauwere relatie tussen mens en mens met zich meebrengen, bijvoorbeeld in de behandeling van de chemische stoffen, die verwerkt worden tot medicijnen.

Tegenwoordig gelooft men nog dat als iets bestaat uit zwavel en zuurstof en waterstof, of wat voor stof dan ook, dat dan datgene wat als product is ontstaan, alleen maar de werkingen heeft die van de afzonderlijke stoffen komen. Men heeft vandaag de dag daarmee nog in hoge mate gelijk, maar de loop van de wereldontwikkeling gaat een andere kant op

De fijne, in het wilsleven en de gezindheid van een mens liggende pulseringen zullen zich steeds meer verweven en invoegen in wat de mens produceert, en het zal niet onverschillig zijn of men een geprepareerde stof van de ene mens ontvangt of van de andere.

Bron: Rudolf Steiner – GA 172 – Das Karma des Berufes des Menschen in Anknüpfung an Goethes Leben – Dornach, 12 november 1916 (bladzijde 91)

Eerder geplaatst op 29 september 2019   (11 reacties)

41V+lolH9KL._SR600,315_PIWhiteStrip,BottomLeft,0,35_SCLZZZZZZZ_FMpng_BG255,255,255

Het juiste medicijn en de juiste vragen

Dat is juist bij de goede medicijnen zo belangrijk, dat de arts niet alleen weet: voor deze ziekte gebruik ik dit of dat, maar dat hij weet wat hij aan de individuele patiënt vragen moet. Dat is de grootste medische kunst, dat als een ziekte zich voordoet, men aan de patiënt de juiste vragen stelt, dat men hem tot op zekere hoogte kent. Dat is van zeer groot belang.

Het is bijvoorbeeld merkwaardig dat men artsen treft die over een patiënt spreken en als men ze vraagt: Hoe oud is hij? – dat hebben ze hem helemaal niet gevraagd! Maar dat is immers zo belangrijk, dat men een vijftigjarige heel anders, wanneer ook met dezelfde middelen, moet behandelen dan een veertigjarige. Men moet dan niet alleen maar zo schematisch zijn dat men zegt: voor die en die ziekte is dat en dat middel goed. Het is een heel groot verschil of u iemand, die voortdurend met diarree rondloopt, met een middel wilt helpen, of dat u iemand wilt helpen, die voortdurend met verstopping rondloopt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach, 27 december 1922 (bladzijde 169-170)

 Eerder geplaatst op 4 mei 2019  (9 reacties)

Nurse and elderly man spending time together

Het lot schonk mij een bijzondere taak op het gebied van de pedagogie (3 van 3)

Ik moet het lot dankbaar zijn voor dit stuk van mijn leven. Want hierdoor verwierf ik mij op een levensechte wijze kennis omtrent het mensenwezen, zoals het volgens mij langs een andere weg niet mogelijk zou zijn geweest. Ook had de familie mij bijzonder liefdevol in haar midden opgenomen en we vormden samen een fijne leefgemeenschap. De vader had een agentschap in Indische en Amerikaanse katoen en gunde mij een blik in het zakenleven, wat voor mij ook zeer leerzaam was. Ik maakte kennis met een buitengewoon interessant importbedrijf met zijn verschillende commerciële en industriële aspecten en met de omgang tussen de zakenvrienden.

Mijn pupil kon het gymnasium aflopen, waarbij ik hem tot de ‘Unterprima’ begeleidde, daarna had hij mij niet meer nodig. Na het eindexamen ging hij medicijnen studeren, hij werd arts en is als zodanig in de wereldoorlog omgekomen. De moeder, die door mijn werken met haar zorgenkind, dat ze innig lief had, in een trouwe vriendschap met mij verbonden was, stierf korte tijd later. De vader overleed reeds eerder.

Bron: Rudolf Steiner – GA 28 – MEIN  LEBENSGANG – Hoofdstuk VI (bladzijde 106-107)

Nederlandse vertaling door W.A.C. Labberté, overgenomen uit MIJN LEVENSWEG (bladzijde 71-72) – 1981 Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

Het juiste medicijn en de juiste vragen

Dat is juist bij de goede medicijnen zo belangrijk, dat de arts niet alleen weet: voor deze ziekte gebruik ik dit of dat, maar dat hij weet wat hij aan de individuele patiënt vragen moet. Dat is de grootste medische kunst, dat als een ziekte zich voordoet, men aan de patiënt de juiste vragen stelt, dat men hem tot op zekere hoogte kent. Dat is van zeer groot belang. Het is bijvoorbeeld merkwaardig dat men artsen treft die over een patiënt spreken en als men ze vraagt: Hoe oud is hij? – dat hebben ze hem helemaal niet gevraagd! Maar dat is immers zo belangrijk, dat men een vijftigjarige heel anders, wanneer ook met dezelfde middelen, moet behandelen dan een veertigjarige. Men moet dan niet alleen maar zo schematisch zijn dat men zegt: voor die en die ziekte is dat en dat middel goed. Het is een heel groot verschil of u iemand, die voortdurend met diarree rondloopt, met een middel wilt helpen, of dat u iemand wilt helpen, die voortdurend met verstopping rondloopt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach 27 december 1922 (bladzijde 169-170)

Eerder geplaatst op 14 oktober 2014

Geestesziekte (3 – slot) – Juist psychisch-geestelijke ziekten moeten met medicijnen behandeld worden

De allereerste bron bij de zogenaamde geestelijke stoornissen ligt in de orgaansystemen, al is het soms ook moeilijker om waar te nemen. Omdat geestelijke stoornissen primair in de orgaansystemen liggen, is het dikwijls zo troosteloos om te zien, hoe men door geestelijk-psychische behandeling het allerminste vat krijgt op deze dingen, hoe men feitelijk veeleer bij werkelijk lichamelijke ziekten door geestelijke behandeling iets bereiken kan dan juist bij zogenaamde geestelijke ziekten. Men zal zich moeten aanwennen om juist psychisch-geestelijke stoornissen met medicijnen te behandelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 312 – Geisteswissenschaft und Medizin – Dornach, 2 april 1920 (bladzijde 258)

Eerder geplaatst op 28 februari 2014