Kennis/Medegevoel/Preken

De weg van de hoogste kennis is tegelijk de weg van het hoogste mededogen. Door kennis en inzicht moet men tot medegevoel komen, niet door frasen. Allen die er vol medelijden omheen staan, kunnen bij een beenbreuk niet helpen, behalve de ene die weet wat hij moet doen en die het been op de juiste wijze zet. Als men alleen maar preekt, dan is het alsof men voor een kachel gaat staan en tot hem spreekt: Jouw plicht is het de kamer warm te maken. – Net zo is het als men tegen de mensen zegt dat ze broederlijke liefde moeten oefenen. Zoals men in de kachel hout moet leggen en het moet aansteken, zo moet men de mensen datgene geven waardoor de zielen zich broederlijk verbinden, en dat is kennis.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Wenen, 22 februari 1907 (bladzijde 245)

Eerder geplaatst op 26 september 2014

Antroposofie – Moraal – Egoïsme (2 van 5)

Eigenlijk zou dit een ernstig verwijt zijn, als men zou kunnen zeggen, dat antroposofie de mensen ertoe zou brengen moreel handelen niet uit medegevoel en medelijden te ontwikkelen, maar dat het zou voortkomen uit vrees voor straf. Vragen wij ons nu of zulk een verwijt werkelijk gerechtvaardigd is. Dan moeten wij ons diep, zeer diep met het bovenzinnelijke onderzoek bezighouden, als wij een dergelijk verwijt aan de antroposofie werkelijk grondig weerleggen willen. […]

Een dieper doordringen in wat de antroposofie ons zegt, kan leren dat de mens zo in de mensheid als geheel is geplaatst, dat hij met een immorele handeling niet slechts iets volbrengt dat hem wellicht straf oplevert, maar dat hij met een immorele gedachte, een  immorele daad of gezindheid in de ware zin iets onzinnigs volbrengt, iets wat zich niet laat verenigen met een werkelijk gezond denken. Daarmee is veel gezegd. Een immorele handeling stelt niet slechts een daaropvolgende karmische straf in het vooruitzicht, maar is ten diepste een handeling die men in het geheel niet zou moeten begaan.

Nemen we aan, een mens begaat een diefstal. De mens loopt daardoor een karmische straf op. Als men dit vermijden wil, dan steelt men dus niet. Maar de zaak is nog gecompliceerder. Vragen we ons: Wat wil degene, die liegt of steelt? De leugenaar of de dief willen zich een voordeel verschaffen, de leugenaar wil wellicht een onaangename situatie uit de weg ruimen. Zin heeft een dergelijke handeling slechts dan, wanneer men zich werkelijk een voordeel verschaft door leugens of stelen. Zou de mens nu onderkennen dat hij dat in het geheel niet hebben kan, dat hij zich vergist, dat hij integendeel een nadeel veroorzaakt, dan zou hij tegen zichzelf zeggen: het is onzin om aan zulk een handeling ook slechts maar te denken. Als antroposofie steeds meer doordringt in de menselijke beschaving, dan zullen de mensen weten dat het een dwaasheid is, ja, dat het belachelijk is om te geloven dat men zich door leugens of diefstal datgene kan verschaffen, wat men gelooft zich te verschaffen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Bedeutung der Geistesforschung für das sittliche Handeln – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 126-127)

Eerder geplaatst op 8 december 2015

Medelijden/Kennis/Praktijk

Als er een mens op straat ligt met een gebroken been en er omheen staan veertien mensen te kijken met een medelijdend hart maar er is niemand die het been weer kan zetten, dan zijn die alle veertien van minder belang dan de ene persoon die misschien helemaal niet sentimenteel is maar wel in staat een been te zetten en het ook dóet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 99 – De theosofie van de Rozenkruisers – München, 22 mei 1907 (bladzijde 18)

Eerder geplaatst op 27 mei 2013

Boeddha en Christus

Misschien vindt men een tegenspraak tussen dit (Steiner spreekt hier over Boeddha en de leer van liefde en medelijden) en wat eerder is gezegd, omdat eerder werd gezegd dat het de missie van Christus was om de liefde te verspreiden. Maar als zoiets wordt gezegd, is het nodig om zeer aandachtig te luisteren. Het was de missie van Boeddha om de leer van medelijden en liefde te brengen; maar Christus is de kracht der liefde. Hij bracht de liefde zelf. Het is wat anders om de leer van iets te brengen dan om de zaak zelf te brengen. Juist doordat deze leer door Boeddha gebracht werd, was de mogelijkheid gegeven dat de kracht van liefde naar beneden stroomde en zichzelf openbaarde door dit hoge zonnewezen op aarde.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – Berlijn, 18 oktober 1909 (bladzijde 21-22)

Veel van wat over medelijden wordt gezegd, is alleen maar frase

Veel van datgene wat over medelijden wordt gezegd, is alleen maar frase. In werkelijkheid is medelijden iets waarbij de mens van zichzelf loskomt, binnentreedt in een ander wezen, het leed van de ander voelt met het gevoel van het andere wezen. Door het meevoelen met de ander vergeet de mens zijn eigen ik en leeft helemaal in de ander.

(…) Medelijden is een van de twee dingen, waardoor de mens buiten zichzelf komt zónder het bewustzijn te verliezen; het geweten is het andere. Dit spreekt tot in ons binnenste. De mens onderwerpt zich aan een stem, waarvan het spreken tot in zijn ik dringt. Daarmee onderwerpt de mens zijn zelf aan aan iets dat groter is dan zijn eigen zelf.

Medelijden en geweten zijn de krachten die de mens ontwikkelt. En het bewustzijn zal op basis van de vormen die medelijden en geweten thans hebben aangenomen, iets ontwikkelen wat anders alleen via een abnormale bewustzijnstoestand zou kunnen worden bereikt: het geestelijk schouwen.

De mens zal in de 20ste eeuw door inzicht in datgene wat medelijden en geweten in de mensenziel teweegbrengen, reeds in zijn gewone bewustzijn tot een direct beleven komen.

(…) De mens zal tegen zichzelf zeggen: Zoals mij iets ketent aan de uiterlijke materie, zo verschijnt anderzijds in mijn ziel een stralende helper die mij boven mijzelf kan uittillen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 214 – Das Geheimnis der Trinität. Der Mensch und sein Verhältnis zur Geisteswelt im Wandel der Zeiten. – Oxford, 27 augustus 1922

(Nederlandse vertaling uit: Over de wederkomst van Christus. Hans W. Schroeder. Uitgeverij Christofoor)

Dit citaat heb ik overgenomen van https://www.antrovista.com/verdieping/citaat-van-de-dag.html (verzorgd door Renée Zeylmans http://www.reneezeylmans.nl/ )

P.S. Gewoonlijk zet ik er ook altijd een link en bladzijdenummer bij naar de Duitstalige Gesamtausgabe, maar dit citaat kon ik in het Duits niet terugvinden.