Maya/Werkelijkheid/Spiegel

Tussen de dood en een nieuwe geboorte leert men de verhoudingen hier in het aardse met die van de geestelijke wereld in samenhang te lezen. Men moet proberen zoiets duidelijk in te zien en zichzelf in deze omstandigheden te verplaatsen. 

Men zal moeten erkennen dat het een diepe betekenis heeft wanneer men spreekt over het feit dat de wereld die de mens vooralsnog door zijn zintuigen en door zijn intellect leert kennen een Maya is. Zodra iemand tot deze werkelijke wereld nadert, verhoudt zich echter de wereld die men kent tot deze werkelijke wereld, zoals wat er in een spiegel verschijnt zich verhoudt tot wat voor de spiegel levend staat en zich in de spiegel alleen maar weerspiegelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 179 – Geschichtliche Notwendigkeit und Freiheit/ Schicksalseinwirkungen aus der Welt der Toten – Dornach, 11 december 1917 (bladzijde 84)

Eerder geplaatst op 28 maart 2018  (2 reacties)

rudolf-steiner-around-1922-649x819

Wie roept het hardst: Er bestaat geen duivel? – Het is degene die het meest van hem bezeten is.

Wie roept het hardst: Er bestaat geen duivel? – Het is degene die het meest van hem bezeten is. Want de geest die wij Ahriman noemen, heeft er de allergrootste interesse in dat zijn bestaan verloochend wordt door degenen die het meest van hem bezeten zijn. ‘Van de duivel merkt het volk niets, zelfs niet wanneer hij ze bij de kraag heeft.’ Dat is een ernstige maya, niet aan Ahriman te geloven, want hij heeft iemand het allermeest bij zijn nekvel, als men niet aan hem gelooft, daardoor geeft men hem de allergrootste macht over iemand. 

Zodat men fout oordeelt, als er materialisten komen die de duivel beschimpen en men zegt: ‘Die bestrijden de duivel.’ – Nee, een materialistisch-monistische vergadering die de duivel verloochent en uitscheldt, is erop ingesteld (Duits: dazu eingerichtet) om de duivel op te roepen. En veel meer als de oude heksen het gedaan zouden kunnen hebben, roepen de moderne materialisten de duivel op, veel, veel meer! Dat is de waarheid en het andere is de Maya. Daarom moeten we ons aanwennen om anders te leren oordelen. En degene die naar een monistische bijeenkomst gaat, die materialistisch is gericht, zegt een onwaarheid als hij zegt: ‘Die mensen bevrijden de mensen van de duivel.’ – Hij zou moeten zeggen: ‘Nu ga ik naar een samenkomst waar de duivel met alle instrumenten die de mensen hebben in de mensheidscultuur wordt opgeroepen.’

Bron: Rudolf Steiner – GA 150 – Die Welt des Geistes und ihr Hereinragen in das physische Dasein – Augsburg, 14 maart 1913 (bladzijde 27)

Eerder geplaatst op 9 december 2016  (1 reactie)

Karma – Moraal – Egoïsme (slot)

De mensen hebben tegen moraal preken een zekere antipathie. Ze zeggen: wat mij daar gepreekt wordt, dat wil een ander en ik moet me daar maar naar voegen! – Dit geloof zal steeds meer de overhand nemen, naarmate het materialistische bewustzijn de overhand krijgt.

Men zegt tegenwoordig; er is klassenmoraal, standenmoraal, en wat een dergelijke klassenmoraal voor juist houdt, dat wordt de andere klasse opgedrongen. Een dergelijke mening is in de geesten der mensen binnengestroomd en in de toekomst zal dat steeds erger en erger worden.

Het gevoel zal bij de mensen steeds sterker worden dat ze alles, wat op moreel gebied als goed en juist moet worden erkend, zelf willen vinden, dat dit uit hun hang naar objectieve kennis ontspringen zal. De menselijke individualiteit wil steeds meer geldigheid hebben.

Op het ogenblik echter waarin bijvoorbeeld het hart zou inzien, dat het mee ziek wordt als het gehele organisme ziek wordt, zou de mens doen wat nodig is om niet ziek te worden. En op het ogenblik dat de mens inziet dat hij in het gehele aardeorganisme is ingebed, dat hij geen etterbuil mag zijn aan het aardelichaam, dan is er een objectieve reden voor het goed zijn. En de mens zal zeggen: als ik steel, wil ik mij een voordeel verschaffen. Ik doe het niet omdat ik daardoor het gehele aardeorganisme, waar zonder ik niet leven kan, ziek maak. Ik doe het tegendeel en ik verschaf daardoor niet alleen het organisme, maar ook mijzelf een voordeel.

Zo ongeveer zal het morele bewustzijn der mensen zich in de toekomst vormen. Degene die een morele impuls vanuit de antroposofie heeft, zal zich zeggen: Het is een illusie als men zich door een immorele daad een voordeel wil verschaffen. Je bent als je dat doet als een inktvis die een donkere vloeistof uitspuwt: een donkere aura van immorele driften spuit je uit. Liegen en stelen is een kiem van een aura waarin je gaat zitten en waardoor je de gehele wereld ongelukkig maakt.

Men zegt: wat rondom ons is, is Maya. Maar zulke waarheden moeten levende waarheden worden. Als men kan aantonen dat door de geesteswetenschap de morele ontwikkeling der mensheid in de toekomst zo wordt, dat de mens moet inzien, hoe hij zich in een aura van zinsbegoocheling hult, wanneer hij zich een voordeel wil verschaffen, dan wordt het een praktische waarheid dat de wereld een maya of illusie is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Bedeutung der Geistesforschung für das sittliche Handeln – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 129-130)

Eerder geplaatst op 11 december 2015

Maya/Werkelijkheid/Spiegel

Tussen de dood en een nieuwe geboorte leert men de verhoudingen hier in het aardse met die van de geestelijke wereld in samenhang te lezen. Men moet proberen zoiets duidelijk in te zien en zichzelf in deze omstandigheden te verplaatsen.

Men zal moeten erkennen dat het een diepe betekenis heeft wanneer men spreekt over het feit dat de wereld die de mens vooralsnog door zijn zintuigen en door zijn intellect leert kennen een Maya is. Zodra iemand tot deze werkelijke wereld nadert, verhoudt zich echter de wereld die men kent tot deze werkelijke wereld, zoals wat er in een spiegel verschijnt zich verhoudt tot wat voor de spiegel levend staat en zich in de spiegel alleen maar weerspiegelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 179 – Geschichtliche Notwendigkeit und Freiheit/ Schicksalseinwirkungen aus der Welt der Toten – Dornach, 11 december 1917 (bladzijde 84)

Karma – Moraal – Egoïsme (slot)

De mensen hebben tegen moraalpreken een zekere antipathie. Ze zeggen: wat mij daar gepreekt wordt, dat wil een ander en ik moet me daar maar naar voegen! – Dit geloof zal steeds meer de overhand nemen, naarmate het materialistische bewustzijn de overhand krijgt.

Men zegt tegenwoordig; er is klassenmoraal, standenmoraal, en wat een dergelijke klassenmoraal voor juist houdt, dat wordt de andere klasse opgedrongen. Een dergelijke mening is in de geesten der mensen binnengestroomd en in de toekomst zal dat steeds erger en erger worden.

Het gevoel zal bij de mensen steeds sterker worden dat ze alles, wat op moreel gebied als goed en juist moet worden erkend, zelf willen vinden, dat dit uit hun hang naar objectieve kennis ontspringen zal. De menselijke individualiteit wil steeds meer geldigheid hebben.

Op het ogenblik echter waarin bijvoorbeeld het hart zou inzien, dat het mee ziek wordt als het gehele organisme ziek wordt, zou de mens doen wat nodig is om niet ziek te worden. En op het ogenblik dat de mens inziet dat hij in het gehele aardeorganisme is ingebed, dat hij geen etterbuil mag zijn aan het aardelichaam, dan is er een objectieve reden voor het goed zijn. En de mens zal zeggen: als ik steel, wil ik mij een voordeel verschaffen. Ik doe het niet omdat ik daardoor het gehele aardeorganisme, waar zonder ik niet leven kan, ziek maak. Ik doe het tegendeel en ik verschaf daardoor niet alleen het organisme, maar ook mijzelf een voordeel.

Zo ongeveer zal het morele bewustzijn der mensen zich in de toekomst vormen. Degene die een morele impuls vanuit de antroposofie heeft, zal zich zeggen: Het is een illusie als men zich door een immorele daad een voordeel wil verschaffen. Je bent als je dat doet als een inktvis die een donkere vloeistof uitspuwt: een donkere aura van immorele driften spuit je uit. Liegen en stelen is een kiem van een aura waarin je gaat zitten en waardoor je de gehele wereld ongelukkig maakt.

Men zegt: wat rondom ons is, is Maya. Maar zulke waarheden moeten levende waarheden worden. Als men kan aantonen dat door de geesteswetenschap de morele ontwikkeling der mensheid in de toekomst zo wordt, dat de mens moet inzien, hoe hij zich in een aura van zinsbegoocheling hult, wanneer hij zich een voordeel wil verschaffen, dan wordt het een praktische waarheid dat de wereld een maya of illusie is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Bedeutung der Geistesforschung für das sittliche Handeln – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 129-130)

Eerder geplaatst op 18 september 2011