Rudolf Steiner – De grote vooruitgang van het menselijk verstand

De grote vooruitgang van het menselijk verstand, die geweldige vooruitgang, die de machines enzovoort geconstrueerd heeft, die op onze aarde een weergaloos transportnetwerk tot stand heeft gebracht, deze ontwikkeling van de menselijke geest heeft niet, in het geheel niet gelijke tred gehouden met een ander nadenken, met het nadenken over wat de best mogelijke vorm van menselijk samenleven is. Niemand zou tegenwoordig geloven dat een machine zich vanzelf construeert, dat geen verstand, geen geesteskracht moet worden gebruikt om die machine tot stand te brengen en een verkeer- en transportsysteem te creëren. Maar hoe velen zijn er vandaag de dag die, hoewel ze het dan niet toegeven, diep in hun hart van mening zijn dat de menselijke samenleving zich geheel vanzelf moet vormen, dat hierbij geen geestkracht behoort, om in deze sociale bedrijvigheid eveneens in te grijpen zoals men in de bedrijvigheid in een fabriek ingrijpt.

Bron: GA 054 – Hamburg 2 maart 1908 (bladzijde 86)

 

Rudolf Steiner – Antroposofie en socialisme (8) – Wie de economische verhoudingen wil veranderen zonder te beseffen hoe deze met de menselijke zielenontwikkeling samenhangen, die is als iemand die gelooft dat men het plan voor een stadhuis in het plan voor een kerk kan veranderen, enkel door andere stenen en andere bestanddelen te gebruiken.

Het zal blijken dat het geen holle frasen zijn, de woorden die de grote Boeddha gesproken heeft: “Haat wordt nooit overwonnen door haat, maar wijkt alleen voor liefde.”

[bladzijde 437 en deel van 436 en 438 overgeslagen]

De socialistische leiders hebben hun aandacht volledig teruggetrokken van het zielenleven van de mensen en zijn van mening, dat men alleen de materiële belangen, de economische verhoudingen in het oog hoeft te houden, als men een gunstige situatie voor de mensheid wil bewerken. Zij zien daarbij helemaal over het hoofd, dat tot de oorzaken die het menselijk lot teweegbrengen toch vóór alles de driften, de instincten van zijn psychisch leven behoren. Het is volkomen waar dat overheersing door de machine, de ontwikkeling van de industrie en de wereldwijde handel de situatie van ons proletariaat gecreëerd hebben. Maar ze hebben deze situatie alleen kunnen teweegbrengen, doordat ze zich onder de invloed van de driften en instincten hebben ontwikkeld, die in de laatste eeuwen in de mensheid geheerst hebben.

Juist daarop komt het aan, de samenhang tussen de menselijke emoties, gevoelens, driften, en hun lotgevallen te leren kennen. Wie de economische verhoudingen wil veranderen zonder te beseffen hoe deze met de menselijke zielenontwikkeling samenhangen, die is als iemand die gelooft dat men het plan voor een stadhuis in het plan voor een kerk kan veranderen, enkel door andere stenen en andere bestanddelen te gebruiken. Wie het volk wil geven wat het toekomt, die moet vóór alles zijn oog richten op de geestelijke samenhangen waar al het materiële leven van afhangt. Hij moet zijn blik richten op de zielenkrachten, waardoor het lot van een volk geweven wordt.

Wordt vervolgd

Bron: GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 436/438)