Maarten ’t Hart over Rudolf Steiner

Momenteel lees ik Een deerne in lokkend postuur – Persoonlijke kroniek 1999 van Maarten ’t Hart. Een buitengewoon boeiend en amusant boek. Hij schrijft daarin onder meer over zijn jarenlange pogingen om het autorijbewijs te halen. Het heeft hem duizenden en duizenden gulden gekost, maar uiteindelijk heeft hij nooit het rijbewijs gehaald. Niet omdat hij het niet kon, maar meer door domme pech en gezondheidsproblemen (hartritmestoornissen). Bij het eerste rijexamen trof hij een zeer tactloze examinator die voortdurend zo hard zat te commanderen en schreeuwen, dat Maarten het op de zenuwen kreeg en tegen een stoeprand aanreed. Toen de examinator plotseling schreeuwde: ‘Hebt u hobby’s?’ schrok Maarten zo hevig dat hij per ongeluk op de toeter drukte en begon te slingeren.

Over zijn tweede examen schrijft hij: ‘De examinator heette meneer Douw. Op mij maakte hij de indruk dat hij zelfs op de BLO-school in elke klas gedoubleerd had. Toen hij me meedeelde dat ik gezakt was – hij kon daar overigens geen enkele goede reden voor opgeven- werd ik zo ongelofelijk kwaad dat ik bijna flauwviel. Goddank, want dat behoedde mij voor erger. Was ik niet zo duizelig geworden, ik had de heer Douw tot moes geslagen. Daarom wist ik toen; nu nooit meer rijexamen afleggen. Anders vallen er doden.’

Ik heb dit nu maar heel kort samengevat, maar Maarten ’t Hart beschrijft het zo enorm komisch, dat ik mij letterlijk tranen gelachen heb.

Tot mijn verrassing schrijft hij ook het een en ander over Rudolf Steiner.

In 1967/1968 heeft ’t Hart samen met zijn vrouw Hanneke anderhalf jaar lang enkele kamers gehuurd in een volgens antroposofische principes gebouwd landhuis genaamd Teylingerhof. Dat  huis behoorde bij een biologisch-dynamische tuinbouwschool, die in de dertiger jaren was opgezet door mevrouw Rosenwald-Leemans met haar twee dochters.

Hij schrijft daarover onder meer: ‘Dat was, zeker in de dertiger jaren, ongehoord en bepaald gedurfd. Rudolf Steiner in Warmond!’ En verder: ‘Teylingerhof heeft maar kort als landbouwschool dienst gedaan. Al die fraaie principes volgens welke men biologisch-dynamische landbouw bedrijven moest, leden schipbreuk op de zware zeeklei.’

Over de oude mevrouw Rosenwald, die half doof en half blind was, schrijft hij: ‘Af en toe werd ik door de ‘oude’ mevrouw uitgenodigd om in de woonkamer te komen voorlezen uit de boeken van Rudolf Steiner. Zij zat dan dommelend naast het haardvuur, terwijl ik kennisnam van een wereldbeschouwing die mij, calvinist van huis uit, zo wezensvreemd was dat ik er alleen maar stomverbaasd over kon zijn. En wat je er ook tegen in kunt brengen; zeker is dat Steiner en al zijn volgelingen al in het begin van deze eeuw de milieuramp hebben voorzien die ons allen te eniger tijd zal wegvagen van deze planeet. Dankzij Steiner en zijn volgelingen is het stukje polder waarop ik woon nagenoeg het enige stukje Nederland waarop nog nooit kunstmest is gestrooid. Laat staan dat hier sprake zou kunnen zijn van een vervuilde bodem!’

Bron: Maarten ’t Hart – Een deerne in lokkend postuur – Persoonlijke kroniek 1999

cbf26596-c987-4ce9-9867-3516aab89e4a

Eerder geplaatst op 4 november 2014  (8 reacties)

Maarten ’t Hart over Rudolf Steiner

Momenteel lees ik Een deerne in lokkend postuur – Persoonlijke kroniek 1999 van Maarten ’t Hart. Een buitengewoon boeiend en amusant boek. Hij schrijft daarin onder meer over zijn jarenlange pogingen om het autorijbewijs te halen. Het heeft hem duizenden en duizenden gulden gekost, maar uiteindelijk heeft hij nooit het rijbewijs gehaald. Niet omdat hij het niet kon, maar meer door domme pech en gezondheidsproblemen (hartritmestoornissen). Bij het eerste rijexamen trof hij een zeer tactloze examinator die voortdurend zo hard zat te commanderen en schreeuwen, dat Maarten het op de zenuwen kreeg en tegen een stoeprand aanreed. Toen de examinator plotseling schreeuwde: ‘Hebt u hobby’s?’ schrok Maarten zo hevig dat hij per ongeluk op de toeter drukte en begon te slingeren.

Over zijn tweede examen schrijft hij: ‘De examinator heette meneer Douw. Op mij maakte hij de indruk dat hij zelfs op de BLO-school in elke klas gedoubleerd had. Toen hij me meedeelde dat ik gezakt was –hij kon daar overigens geen enkele goede reden voor opgeven- werd ik zo ongelofelijk kwaad dat ik bijna flauwviel. Goddank, want dat behoedde mij voor erger. Was ik niet zo duizelig geworden, ik had de heer Douw tot moes geslagen. Daarom wist ik toen; nu nooit meer rijexamen afleggen. Anders vallen er doden.’

Ik heb dit nu maar heel kort samengevat, maar Maarten ’t Hart beschrijft het zo enorm komisch, dat ik mij letterlijk tranen gelachen heb.

Tot mijn verrassing schrijft hij ook het een en ander over Rudolf Steiner.

In 1967/1968 heeft ’t Hart samen met zijn vrouw Hanneke anderhalf jaar lang enkele kamers gehuurd in een volgens antroposofische principes gebouwd landhuis genaamd Teylingerhof. Dat  huis behoorde bij een biologisch-dynamische tuinbouwschool, die in de dertiger jaren was opgezet door mevrouw Rosenwald-Leemans met haar twee dochters.

Hij schrijft daarover onder meer: ‘Dat was, zeker in de dertiger jaren, ongehoord en bepaald gedurfd. Rudolf Steiner in Warmond!’ En verder: ‘Teylingerhof heeft maar kort als landbouwschool dienst gedaan. Al die fraaie principes volgens welke men biologisch-dynamische landbouw bedrijven moest, leden schipbreuk op de zware zeeklei.’

Over de oude mevrouw Rosenwald, die half doof en half blind was, schrijft hij: ‘Af en toe werd ik door de ‘oude’ mevrouw uitgenodigd om in de woonkamer te komen voorlezen uit de boeken van Rudolf Steiner. Zij zat dan dommelend naast het haardvuur, terwijl ik kennisnam van een wereldbeschouwing die mij, calvinist van huis uit, zo wezensvreemd was dat ik er alleen maar stomverbaasd over kon zijn. En wat je er ook tegen in kunt brengen; zeker is dat Steiner en al zijn volgelingen al in het begin van deze eeuw de milieuramp hebben voorzien die ons allen te eniger tijd zal wegvagen van deze planeet. Dankzij Steiner en zijn volgelingen is het stukje polder waarop ik woon nagenoeg het enige stukje Nederland waarop nog nooit kunstmest is gestrooid. Laat staan dat hier sprake zou kunnen zijn van een vervuilde bodem!’

Bron: Maarten ’t Hart – Een deerne in lokkend postuur – Persoonlijke kroniek 1999

Eerder geplaatst op 28 januari 2011

Maarten ’t Hart – Connie Palmen

Peutertje Palmen liep naast Marcel Möring, sloeg opeens haar armpjes om zijn benen, en klom als een baviaantje in de auteur omhoog. Tijdens ons verblijf in Göteborg heb ik haar herhaaldelijk in zowel Möring als Van Dis omhoog zien klimmen. Niemand keek daar van op; blijkbaar is onder schrijvers reeds bekend dat Palmen graag omhoog klimt in auteurs die langer zijn dan1,95 meter (ik ben helaas maar1,85 meter), maar ik moest er in het begin aan wennen. Steeds dacht ik ook: kijk eens hoe behendig zij klautert, als ze zou schrijven zoals ze klimt, dan zou ze een niet onverdienstelijk auteur zijn.

Bron: Maarten ’t Hart – Dienstreizen van een thuisblijver (bladzijde 115)