De dood van iets wat men voor religie houdt

Ik kan het nauwelijks begrijpen dat juist van theologische kant ook onlangs weer betoogd werd tegen de antroposofie dat zij het religieuze leven doodt. Bijvoorbeeld is de zin gevallen: Het leven van de antroposofie betekent de dood van de religie. 

Nu, het antroposofische leven hangt samen met het leven van de menselijke ziel, dat juist de meest innige religieuze krachten ontwikkelt. Dit antroposofische onderzoek naar de bovenzinnelijke werkelijkheden kan niet de dood van de religie betekenen, maar hoogstens de dood van iets wat men voor religie houdt en eigenlijk al dood is. Dan zou antroposofie op het al gestorven zijn kunnen wijzen, het zou in zekere zin een soort lijkschouwing zijn. 

Naar haar wezen moet de antroposofie, omdat ze een levensvolle weg in de bovenzinnelijke werkelijkheid is, tegelijk een middel zijn om de religieuze gevoelens, het gehele religieuze besef van de mensen met toewijding aan de bovenzinnelijke wereld te verhogen, te beleven, te verwarmen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 79 – Die Wirklichkeit der höheren Welten – Kristiania (Oslo), 25 november 1921 (bladzijde 40-41)

Eerder geplaatst op 9 december 2017  (1 reactie)

41JseGrg5lL._SX332_BO1,204,203,200_

De dood van iets wat men voor religie houdt

Ik kan het nauwelijks begrijpen dat juist van theologische kant ook onlangs weer betoogd werd tegen de antroposofie dat zij het religieuze leven doodt. Bijvoorbeeld is de zin gevallen: Het leven van de antroposofie betekent de dood van de religie.

Nu, het antroposofische leven hangt samen met het leven van de menselijke ziel, dat juist de meest innige religieuze krachten ontwikkelt. Dit antroposofische onderzoek naar de bovenzinnelijke werkelijkheden kan niet de dood van de religie betekenen, maar hoogstens de dood van iets wat men voor religie houdt en eigenlijk al dood is. Dan zou antroposofie op het al gestorven zijn kunnen wijzen, het zou in zekere zin een soort lijkschouwing zijn.

Naar haar wezen moet de antroposofie, omdat ze een levensvolle weg in de bovenzinnelijke werkelijkheid is, tegelijk een middel zijn om de religieuze gevoelens, het gehele religieuze besef van de mensen met toewijding aan de bovenzinnelijke wereld te verhogen, te beleven, te verwarmen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 79 – Die Wirklichkeit der höheren Welten – Kristiania (Oslo), 25 november 1921 (bladzijde 40-41)