Boeddha / Christus

Het is nu 1900 en nog eens 500 jaar geleden, dat de grote Boeddha op aarde leefde. De occulte feiten leren ons, dat het nog wel 3000 jaar zal duren, voordat de mensen in grotere getale zo ver gekomen zijn, dat ze uit eigen morele overtuiging, uit eigen hart en ziel het achtvoudige pad, de wijsheidsleer van Boeddha, in zich ten volle kunnen ontwikkelen. De Boeddha moest eerst er zijn en vandaar ging de kracht uit, die de mensen tot ontwikkeling van de wijsheid van het achtvoudige pad zal voeren; dan is het hun geestelijk eigendom geworden – dit duurt dus nog ongeveer 3000 jaar. De mensen zullen zelf op deze leer komen; ze zullen deze niet van buitenaf hoeven op te nemen. Ze kunnen dan zeggen, dat dit achtvoudige pad uit hen zelf te voorschijn komt als de leer van medelijden en liefde.

Als er niets verder gebeurd zou zijn, dan dat Boeddha “het rad der gerechtigheid” had laten rollen, dan zou de mensheid na 3000 jaar ook wel zo ver gekomen zijn, dat ze zelf die leer van medelijden en liefde “kende”; maar het is heel wat anders, ook de kracht te hebben ontvangen om er naar te leven. Dat is het onderscheid: niet alleen maar weten van het bestaan van medelijden en liefde, maar ook dat medelijden en die liefde te ontwikkelen onder leiding van een persoonlijkheid. Dit ging van de Christus uit – Hij goot om zo te zeggen de mensen de liefde in en deze zal geleidelijk groeien. Als de mensen nu aan het einde van hun ontwikkeling gekomen zullen zijn, dan zullen ze als wijsheid bezitten: de inhoud van de leer van medelijden en liefde. Dat hebben ze dan aan Boeddha te danken. Maar tevens zullen ze de liefde vanuit hun Ik naar de mensen kunnen doen uitstromen en dát zal de mensheid aan de Christus te danken hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 114 – Das Lukas-Evangelium – Bazel, 25 september 1909

Nederlands Het Lukas Evangelie – vertaling A. Goedheer-de Keizer (blz.197-198)

buddha-and-jesus

Eerder geplaatst op 25 december 2013  (3 reacties)

Liefde is de morele zon van deze wereld

De liefde is voor de wereld wat de zon is voor het uiterlijke leven. Er zouden geen zielen meer kunnen gedijen als de liefde was verdwenen uit de wereld. Liefde is de morele zon van deze wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Die Liebe und ihre Bedeutung in der Welt – Zürich – 17 december 1912 (bladzijde 206)

depositphotos_15217985-stock-photo-golden-sunset

Eerder geplaatst op 26 juli 2012 (7 reacties)

Egoïsme en altruïsme

Onder bepaalde omstandigheden kan wat men liefde noemt, zeer zelfzuchtig zijn. Bekijken wij alleen maar eens het leven om ons heen en proberen wij te onderzoeken hoe dikwijls dat wat men liefhebben noemt, zelfzuchtig is. Daarentegen kan een egoïsme, dat zich tot buiten de individuele mens uitbreidt, zeer onzelfzuchtig zijn door datgene wat bij hem behoort te behoeden en te verzorgen. Juist hierdoor moeten wij leren, dat het leven zich niet binnen begrippen laat inperken.

Wij spreken over egoïsme en altruïsme en kunnen prachtige systemen opbouwen met zulke begrippen. Maar de feiten doorbreken deze systemen. Want wanneer het egoïsme zijn interesse in de omgeving zo uitbreidt, dat het deze omgeving beschouwt als tot zichzelf behorend en net zo behoedt en verzorgt, wordt egoïsme tot onzelfzuchtigheid. En wanneer altruïsme zo wordt, dat men de gehele wereld gelukkig wil maken met wat men zelf het liefste zou willen, wanneer men de hele wereld met alle geweld zijn eigen gedachten en gevoelens wil opdringen en de stelregel wil volgen: ‘En wil je niet mijn broeder zijn, dan sla ik jou de schedel in’, dan kan zelfs altruïsme zeer zelfzuchtig worden.

Men kan immers de werkelijkheid, die door de werking van krachten en feiten tot stand komt, niet in begrippen vatten. Wat de vooruitgang van de mensheid in de weg staat, ligt voor een groot deel daarin, dat steeds opnieuw in onrijpe hoofden en geesten het geloof ontstaat, dat de werkelijkheid zich op de een of andere wijze in begrippen laat persen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 145 -Welche Bedeutung hat die okkulte Entwicklung des Menschen für seine Hüllen und sein Selbst? – Den Haag, 26 maart 1913 (bladzijde 121-122)

 woorden-van-altruïsme-en-egoïsme-op-de-schaal-rechtvaardigheid-concept-161086184

Eerder geplaatst op 13 februari 2018

Liefde gaat boven mening

Liefde gaat boven mening. De meest verschillende meningen kunnen worden verdragen als mensen liefde voor elkaar hebben. Daarom is het logisch dat in het antroposofische wereldbeeld geen religie wordt aangevallen en op geen enkele religie bijzondere nadruk wordt gelegd, maar ze worden alle begrepen en er kan zich broederschap ontwikkelen ​​omdat de leden van de verschillende religies elkaar begrijpen.

Dit is een van de belangrijkste taken van de mensheid tegenwoordig en in de toekomst: dat mensen leren met elkaar te leven en elkaar te begrijpen. En zolang deze menselijke sociale gezindheid zich niet ontwikkelt, kan er geen sprake zijn van een occulte ontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor  dem  Tore  der  Theosophie – Stuttgart, 1 september 1906 (bladzijde 109-110)

occultists-rudolf-steiner-drawing-based-on-a-photograph-taken-in-1923-MC6FPB

Eerder geplaatst op 28 juli 2020  (9 reacties)

De doden / Veroordelen / Universele mensenliefde

We moeten niet geloven dat de dode niet een levendige interesse heeft in de mensen op aarde. Dat heeft hij, want de mensenwereld is een deel van de hele kosmos; ons leven maakt er deel van uit. En net zoals wij geïnteresseerd zijn in de ondergeschikte rijken in de fysieke wereld, zo zijn de doden intens geïnteresseerd in de menselijke wereld, en daar sturen ze hun impulsen naar toe; door de levenden werken ze op de wereld in. […]

Maar de dode ziet bovenal één ding heel duidelijk. Hij ziet hoe een mens, die impulsen van haat volgt, die een of ander haat vanuit louter persoonlijke bedoelingen; dat ziet de dode. Maar de dode moet door zijn manier van kijken, door wat hij kan weten, heel duidelijk het aandeel zien dat Ahriman hierin heeft, hoe Ahriman bijvoorbeeld de mens aanzet tot haat; de dode ziet Ahriman aan mensen werken.

Aan de andere kant, wanneer de mens hier op aarde ijdel is, ziet hij Lucifer aan hem werken. Dat is het essentiële punt dat de dode de mensen ziet in samenhang met de ahrimanisch-luciferische wereld. Daardoor valt voor de doden dat weg, wat ons menselijk oordeel vaak geheel en al kleurt. We zien deze of gene die we op de een of andere manier veroordelen; we schuiven hem in de schoenen, wat we afkeurenswaardig aan hem vinden. De dode verwijt het de mens niet onmiddellijk, maar hij ziet hoe de mens door Ahriman of Lucifer verleid is. 

Dit veroorzaakt wat we een afdemping kunnen noemen van de scherp gedifferentieerde gevoelens die we in ons fysieke aardse leven voor deze of gene persoon hebben. Voor de doden komt veel meer een soort universele menselijke liefde naar voren. Gelooft u niet dat de dode niet zou kunnen kritiseren, dat wil zeggen: het kwaad op de juiste manier zien. Hij ziet het wel; alleen hij kan het herleiden naar de oorsprongen, naar de samenhangen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 168 – Die  Verbindung zwischen Lebenden  und  Toten – Bern, 9 november 1916 (bladzijde 190-191)

rudolf-steiner-ga-168-die-verbindung-zwischen-lebe

Eerder geplaatst op 27 april 2020  (3 reacties)