Moraliteit/Schoonheid/Lelijkheid

Hier op aarde dragen we een lichaam gevormd van botten, spieren, bloedvaten enzovoort. Dan, na de dood, vormt zich een onstoffelijk lichaam, dat uit onze morele waarden gevormd is. Een goed mens krijgt een schoon stralend (Duits: schönleuchtenden) moreel lichaam, een slecht mens een lelijk uitziend (Duits: übelleuchtenden) moreel lichaam. Dit vormt zich terwijl we terugwaarts door ons voorbije leven gaan. 

En dat is eigenlijk slechts een deel van wat nu – als ik het zo uitdrukken kan – ons geesteslichaam is, want een deel van wat we nu in de geestelijke wereld als een geesteslichaam krijgen, vormt zich uit onze morele waarden, een ander deel wordt voor ons eenvoudig uit de substanties van de geestelijke wereld, om zo te zeggen, geweven als een kledingstuk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo), 17 mei 1923 (bladzijde 31)

Eerder geplaatst op 1 december 2017  (1 reactie)

Moraliteit/Schoonheid/Lelijkheid

Hier op aarde dragen we een lichaam gevormd van botten, spieren, bloedvaten enzovoort. Dan, na de dood, vormt zich een onstoffelijk lichaam, dat uit onze morele waarden gevormd is. Een goed mens krijgt een schoon stralend (Duits: schönleuchtenden) moreel lichaam, een slecht mens een lelijk uitziend (Duits: übelleuchtenden) moreel lichaam. Dit vormt zich terwijl we terugwaarts door ons voorbije leven gaan.

En dat is eigenlijk slechts een deel van wat nu – als ik het zo uitdrukken kan – ons geesteslichaam is, want een deel van wat we nu in de geestelijke wereld als een geesteslichaam krijgen, vormt zich uit onze morele waarden, een ander deel wordt voor ons eenvoudig uit de substanties van de geestelijke wereld, om zo te zeggen, geweven als een kledingstuk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo), 17 mei 1923 (bladzijde 31)

Eerder geplaatst op 1 maart 2017

Wat er ook altijd voor lelijkheid in de wereld is, er is altijd nog wel iets moois

Wat er ook altijd voor lelijkheid in de wereld is, er is altijd nog wel iets moois in het lelijke, in al het onware een korreltje waarheid, in al het slechte iets goeds. U hoeft helemaal niet kritiekloos te worden! Men vat het vaak enkel zo op, dat men niets meer slecht zou mogen vinden enzovoort; het is echter zo bedoeld dat in al het lelijke altijd nog een korreltje schoonheid is en in iedere slechts iets goeds ligt. Dat stuurt de hogere krachten van de ziel opwaarts.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus-Erkenntnis/Theosophie und Rosenkreuzertum – Kassel, 29 juni 1907 (bladzijde 191)

Eerder geplaatst op 24 september 2016

Moraliteit/Schoonheid/Lelijkheid

Hier op aarde dragen we een lichaam gevormd van botten, spieren, bloedvaten enzovoort. Dan, na de dood, vormt zich een onstoffelijk lichaam, dat uit onze morele waarden gevormd is. Een goed mens krijgt een schoon stralend (Duits: schönleuchtenden) moreel lichaam, een slecht mens een lelijk uitziend (Duits: übelleuchtenden) moreel lichaam. Dit vormt zich terwijl we terugwaarts door ons voorbije leven gaan.

En dat is eigenlijk slechts een deel van wat nu – als ik het zo uitdrukken kan – ons geesteslichaam is, want een deel van wat we nu in de geestelijke wereld als een geesteslichaam krijgen, vormt zich uit onze morele waarden, een ander deel wordt voor ons eenvoudig uit de substanties van de geestelijke wereld, om zo te zeggen, geweven als een kledingstuk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo), 17 mei 1923 (bladzijde 31)

De dag zal komen dat goed en kwaad staan geschreven op het gelaat

We kunnen tegenwoordig nog min of meer het goede of het slechte dat in ons is, verbergen. Een dag zal komen dat we het niet meer kunnen, dat dit goede of dit kwade onuitwisbaar op ons voorhoofd geschreven zal zijn, op ons lichaam en zelfs op het aanschijn van de aarde. Dan zal de mensheid in twee rassen uiteenvallen. Zoals we in de huidige tijd rotsen en dieren tegenkomen, zullen we dan wezens van pure slechtheid en lelijkheid tegenkomen.

In onze tijd kan alleen de helderziende de goedheid of de morele lelijkheid lezen in de wezens. Wanneer echter de gelaatstrekken van de mensen uitdrukking van hun karma zullen zijn, zullen de mensen zich vanzelf verdelen, afhankelijk van  de stroming waar ze klaarblijkelijk toe behoren: naar gelang in hen de lagere natuur overwonnen is of dat deze over de geest zal triomferen. Dit onderscheid begint langzamerhand al werkzaam te worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – KOSMOGONIE – Paris, 14 juni 1906 (bladzijde 124)

Eerder geplaatst op 24 januari 2016