Over leren lezen en schrijven (1 van 3)

U weet, we beginnen niet op dezelfde wijze met het leren van lezen en schrijven zoals dat tegenwoordig meestal gebeurt. Als we beginnen met het leren schrijven, ontwikkelen we de vormen van letters, die anders vreemd zijn voor het kind, vanuit een soort kunstzinnige activiteit, een kunstzinnig gevoel voor vorm, waar het kind zich met innerlijk welgevallen op richt. Onze kinderen komen daardoor er wat later toe om te leren schrijven en lezen, omdat, als men rekening houdt met de natuur van het kind, het lezen na het schrijven komen moet. 

Nu keren degenen die aan de oude opvattingen gewend zijn, zich hier tegen en zeggen: De kinderen leren daar veel later lezen en schrijven dan op andere scholen. – Waarom leert het kind op andere scholen eerder lezen en schrijven? Omdat men niet weet welke leeftijd goed is voor het leren lezen en schrijven. Eerst leggen we ons de vraag voor of het wel gerechtvaardigd is om te verlangen dat het kind al in het achtste jaar met een bepaalde vaardigheid moet kunnen lezen en schrijven.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 298 – Rudolf Steiner in der Waldorfschule / Vorträge und Ansprachen für die Kinder, Eltern und Lehrer in der Waldorfschule Stuttgart 1919-1924 – Stuttgart, 9 mei 1922 (bladzijde 129)

Het juiste medicijn en de juiste vragen

Dat is juist bij de goede medicijnen zo belangrijk, dat de arts niet alleen weet: voor deze ziekte gebruik ik dit of dat, maar dat hij weet wat hij aan de individuele patiënt vragen moet. Dat is de grootste medische kunst, dat als een ziekte zich voordoet, men aan de patiënt de juiste vragen stelt, dat men hem tot op zekere hoogte kent. Dat is van zeer groot belang. Het is bijvoorbeeld merkwaardig dat men artsen treft die over een patiënt spreken en als men ze vraagt: Hoe oud is hij? – dat hebben ze hem helemaal niet gevraagd! Maar dat is immers zo belangrijk, dat men een vijftigjarige heel anders, wanneer ook met dezelfde middelen, moet behandelen dan een veertigjarige. Men moet dan niet alleen maar zo schematisch zijn dat men zegt: voor die en die ziekte is dat en dat middel goed. Het is een heel groot verschil of u iemand, die voortdurend met diarree rondloopt, met een middel wilt helpen, of dat u iemand wilt helpen, die voortdurend met verstopping rondloopt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach 27 december 1922 (bladzijde 169-170)

Eerder geplaatst op 14 oktober 2014

Mooie leer

Ik zal u een grotesk voorbeeld geven, hoe de mens zich kan vergissen, als hij alleen vanuit de uiterlijke kant zijn oordeel vormt. Iemand kan zeggen: ‘Er was een mens, hij was een goede aanhanger van de antroposofische wereldbeschouwing. Nu beweren echter juist de antroposofen dat de gezondheid altijd verbeterd wordt door de antroposofische levensbeschouwing en dat daardoor zelfs het leven verlengd wordt. Mooie leer! Die mens is op 43-jarige leeftijd overleden!’ – Dat ene weten de mensen, dat de man op 43-jarige leeftijd gestorven is, dat hebben ze gezien. Wat weten de mensen echter niet? Ze weten niet, wanneer de man zou zijn gestorven, als hij geen antroposofie zou hebben gehad! Misschien was deze mens zonder de antroposofie maar veertig jaar oud geworden. Als een mens zijn levenstermijn zonder de antroposofie tot aan het veertigste jaar gaat, dan kan zijn leven toch met de antroposofie tot aan drieënveertig jaar gaan. En doordat de antroposofie steeds meer in het leven doordringt, zullen de uitwerkingen zich ook in het leven laten zien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 112 – DAS JOHANNES-EVANGELIUM – Kassel, 30 juni 1909 (bladzijde 127-128)

Eerder geplaatst op 19 augustus 2012

Het juiste medicijn en de juiste vragen

Dat is juist bij de goede medicijnen zo belangrijk, dat de arts niet alleen weet: voor deze ziekte gebruik ik dit of dat, maar dat hij weet wat hij aan de individuele patiënt vragen moet. Dat is de grootste medische kunst, dat als een ziekte zich voordoet, men aan de patiënt de juiste vragen stelt, dat men hem tot op zekere hoogte kent. Dat is van zeer groot belang. Het is bijvoorbeeld merkwaardig, dat men artsen treft die over een patiënt spreken en als men ze vraagt: Hoe oud is hij? – dat hebben ze hem helemaal niet gevraagd! Maar dat is immers zo belangrijk, dat men een vijftigjarige heel anders, wanneer ook met dezelfde middelen, moet behandelen dan een veertigjarige. Men moet dan niet allen maar zo schematisch zijn, dat men zegt: voor die en die ziekte is dat en dat middel goed. Het is een heel groot verschil of u iemand, die voortdurend met diarree rondloopt, met een middel wilt helpen, of dat u iemand wilt helpen, die voordurend met verstopping rondloopt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach, 27 december 1922 (bladzijde 169-170)

Eerder geplaatst op 17 augustus 2012

Het juiste medicijn en de juiste vragen

Dat is juist bij de goede medicijnen zo belangrijk, dat de arts niet alleen weet: voor deze ziekte gebruik ik dit of dat, maar dat hij weet wat hij aan de individuele patiënt vragen moet. Dat is de grootste medische kunst, dat als een ziekte zich voordoet, men aan de patiënt de juiste vragen stelt, dat men hem tot op zekere hoogte kent. Dat is van zeer groot belang. Het is bijvoorbeeld merkwaardig, dat men artsen treft die over een patiënt spreken en als men ze vraagt: Hoe oud is hij? – dat hebben ze hem helemaal niet gevraagd! Maar dat is immers zo belangrijk, dat men een vijftigjarige heel anders, wanneer ook met dezelfde middelen, moet behandelen dan een veertigjarige. Men moet dan niet alleen maar zo schematisch zijn, dat men zegt: voor die en die ziekte is dat en dat middel goed. Het is een heel groot verschil of u iemand, die voortdurend met diarree rondloopt, met een middel wilt helpen, of dat u iemand wilt helpen, die voordurend met verstopping rondloopt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach 27 december 1922 (bladzijde 169-170)