Onwrikbare wet

Ieder ontnomen leven, elk leed, dat een levend wezen wordt aangedaan, werkt door de samenhang die tussen leven en leven bestaat, tot verlaging (Duits: Herabstimmung) van de edelste krachten van onze eigen menselijke natuur. Precies zo als een hoeveelheid mechanische arbeid zich in warmte laat transformeren, zo transformeert zich door de doding van een levend wezen iets in de mens, wat het hem onmogelijk maakt heilzaam en gunstig op zijn medemensen te werken. Dit is een onwrikbare wet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 053 – Ursprung und Ziel des Menschen – Berlijn, 25 mei 1905 (bladzijde 473)

a4618542165899.Y3JvcCwxNDEzLDExMDYsMTgxLDQ1MA

Eerder geplaatst op 16 juni 2017  (28 reacties)

Transformatie

Hier op aarde kan het iemand misschien onverschillig zijn of men volmaakt of onvolmaakt is, maar niet in het leven tussen dood en een nieuwe geboorte. Daar dringen onweerstaanbare krachten ertoe om de onvolkomenheid in volkomenheid te transformeren. Men ziet in dat dit in veel gevallen alleen door leed en pijn kan worden bereikt, en men weet dat om een vervolmaking te bereiken, men het lijden en de vreugden van een aards leven op zich moet nemen. En daarom trekt men met alle macht naar een nieuwe incarnatie.

Bron: Rudolf Steiner – GA 150 – Die Welt des Geistes und ihr Hereinragen in das physische Dasein – Stockholm, 10 juni 1913 (bladzijde 85)

Eerder geplaatst op 18 december 2016 (4 reacties)

Twee dingen moeten we proberen helemaal te vermijden

Twee dingen moeten we tijdens onze occulte scholing proberen helemaal te vermijden. We zouden nooit een ander moeten kwetsen, niet door daden, niet in gedachten en woorden, en moeten ook niet het excuus laten gelden, dat we niet de bedoeling hebben gehad een mens leed te berokkenen. Het blijft geheel gelijk, ongeacht of we het met of zonder opzet gedaan hebben. – Het andere is het gevoel van haat, dat geheel uit onze gevoelens verdwijnen moet, anders komt het in een gevoel van angst weer naar voren; want angst is onderdrukte haat! Omzetten moeten we de haat in het gevoel van liefde, de liefde voor de wijsheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band 1 – Kassel, 26 februari 1909 (bladzijde 452)

Eerder geplaatst op 17 augustus 2015 (1 reactie)

Honderd keer meer haat dan liefde

Als er sprake is van haat, dan zegt de mens zichzelf zo gemakkelijk: Ik haat niet, ik hou van iedereen. Hij zou slechts een keer bij zichzelf moeten nagaan, hoeveel verborgen haat er op de bodem van de menselijke ziel ligt. Ja, deze verhoudingen worden iemand pas echt duidelijk, als men de mensen over elkaar hoort praten. Er wordt werkelijk – stelt u zich een dergelijke statistiek voor – veel meer slechts over een mens gezegd dan woorden van lof en waardering. En als men eens echt een dergelijke statistiek zou opnemen, dan zou men zien dat onder de mensen honderd maal – men kan dit getal werkelijk aangeven – meer gehaat dan geliefd wordt. Ja, het is zo, alleen merken de mensen het gewoonlijk niet, omdat ze immers geloven altijd gerechtigd zijn te haten, en het geweldig te verontschuldigen vinden, wanneer ze haten. Maar deze haat ontwikkelt zich tot smartgevoelens, tot leed in het volgende leven, en in gebrek aan begrip, in een verstoktheid in het derde aardeleven, die nergens aan wil, zich in niets verdiepen kan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 239 – Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge – Fünfter Band – Praag, 30 maart 1924 (bladzijde 36-37)

Eerder geplaatst op 25 juli 2015  (6 reacties)

Zend goede gedachten en gevoelens naar overledenen  

Het is bij de overgang van een ons dierbaar mens in de andere werelden bijzonder belangrijk dat we onze gedachten en gevoelens naar hem sturen, zonder dat we de gedachte laten opkomen als wilden wij hem terughebben. Dit laatste bemoeilijkt de heengegane het bestaan in de sfeer, waarin hij moet intreden. Niet het leed, dat we hebben, maar de liefde, die we hem geven, moeten we naar zijn werelden zenden. […]

Naar mijn inzichten zijn zulke gevoelens als een soort vleugelgewaad, dat de gestorvene omhoog draagt; terwijl de gevoelens van veel rouwenden zoals: ‘Ach, was je nog maar bij ons’, hem tot een hindernis worden. Dit is dus een algemene aanwijzing hoe we ons in zulke gevallen met onze gevoelens moeten richten.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 264 – Uit een brief aan Paula Stryczek – Berlijn, 31 december 1905 (bladzijde 101)

Eerder geplaatst op 12 januari 2015