Het geringste heeft een belang dat reikt tot in alle tijden

De mens in de middeleeuwen werkte zes dagen per week en op zondag ging hij naar de kerk. Daar hoorde hij dat zijn dagelijkse arbeid weliswaar een tijdelijke betekenis heeft, maar dat het anderzijds ook een eeuwige betekenis heeft; hij hoorde, hoe het zich invoegt in het grote wereldgebeuren. Zo wist hij dat het geringste wat hij deed een belang had dat reikt tot in alle tijden. Het bewustzijn dat wat de mens doet op alle mensen en alle tijden een uitwerking heeft, is echter juist bij de dragers van scholing en ontwikkeling in de laatste eeuwen en met name in de 19de eeuw verloren gegaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen / Grundbegriffe der Geisteswissenschaft – Berlijn, 29 september 1904 (bladzijde 21-22)

Eerder geplaatst op 8 juli 2014 

Het geringste heeft een belang dat reikt tot in alle tijden

De mens in de middeleeuwen werkte zes dagen per week en op zondag ging hij naar de kerk. Daar hoorde hij dat zijn dagelijkse arbeid weliswaar een tijdelijke betekenis heeft, maar dat het anderzijds ook een eeuwige betekenis heeft; er hörte, wie es sich einfügt in den grossen Weltengang (moeilijk vertaalbaar voor mij). Zo wist hij dat het geringste wat hij deed een belang had dat reikt tot in alle tijden. Het bewustzijn dat wat de mens doet op alle mensen en alle tijden een uitwerking heeft, is echter juist bij de dragers van scholing en ontwikkeling in de laatste eeuwen en met name in de 19de eeuw verloren gegaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen / Grundbegriffe der Geisteswissenschaft  Berlijn, 29 september 1904 (bladzijde 21-22)

Eerder geplaatst op 26 april 2012.

Het geringste heeft een belang dat reikt tot in alle tijden

De mens in de middeleeuwen werkte zes dagen per week en op zondag ging hij naar de kerk. Daar hoorde hij dat zijn dagelijkse arbeid weliswaar een tijdelijke betekenis heeft, maar dat het anderzijds ook een eeuwige betekenis heeft; er hörte, wie es sich einfügt in den grossen Weltengang (moeilijk vertaalbaar voor mij). Zo wist hij dat het geringste wat hij deed een belang had dat reikt tot in alle tijden. Het bewustzijn dat wat de mens doet op alle mensen en alle tijden een uitwerking heeft, is echter juist bij de dragers van scholing en ontwikkeling in de laatste eeuwen en met name in de 19de eeuw verloren gegaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Berlijn 29 september 1904 (bladzijde 21-22)

Angst en nood de moeder van de religie?

Een uitspraak van Ebbinghaus is, dat hij ten eerste zegt: ‘Angst en nood zijn de moeder van de religie.’ Dan zegt hij: ‘De kerken vullen zich en de bedevaarten nemen toe in oorlogstijden en bij verwoestende epidemieën.’ Ik zou wel eens willen weten of de kerken zich bij epidemieën en oorlogstijden ook vullen met degenen die van meet af aan zeer tot materialisme geneigd zijn. Alleen door degenen die op een of andere wijze al iets van een religieuze aanleg hebben, vullen de kerken zich. Dat komt echter niet door angst en nood, dat komt doordat de mens in zijn ziel het spirituele bespeurt. In vroegere tijden heeft hij het meer instinctief beleefd. Tegenwoordig kan hij het meer bewust beleven. Doordat de mens zich geleidelijk ontwikkelt tot het beleven van het geestelijke, ziet hij in het zintuiglijke een beeld van het bovenzintuiglijke.

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Bazel 19 oktober 1917  (bladzijde 98)

 

 

Rudolf Steiner – Antroposofie en socialisme (8) – Wie de economische verhoudingen wil veranderen zonder te beseffen hoe deze met de menselijke zielenontwikkeling samenhangen, die is als iemand die gelooft dat men het plan voor een stadhuis in het plan voor een kerk kan veranderen, enkel door andere stenen en andere bestanddelen te gebruiken.

Het zal blijken dat het geen holle frasen zijn, de woorden die de grote Boeddha gesproken heeft: “Haat wordt nooit overwonnen door haat, maar wijkt alleen voor liefde.”

[bladzijde 437 en deel van 436 en 438 overgeslagen]

De socialistische leiders hebben hun aandacht volledig teruggetrokken van het zielenleven van de mensen en zijn van mening, dat men alleen de materiële belangen, de economische verhoudingen in het oog hoeft te houden, als men een gunstige situatie voor de mensheid wil bewerken. Zij zien daarbij helemaal over het hoofd, dat tot de oorzaken die het menselijk lot teweegbrengen toch vóór alles de driften, de instincten van zijn psychisch leven behoren. Het is volkomen waar dat overheersing door de machine, de ontwikkeling van de industrie en de wereldwijde handel de situatie van ons proletariaat gecreëerd hebben. Maar ze hebben deze situatie alleen kunnen teweegbrengen, doordat ze zich onder de invloed van de driften en instincten hebben ontwikkeld, die in de laatste eeuwen in de mensheid geheerst hebben.

Juist daarop komt het aan, de samenhang tussen de menselijke emoties, gevoelens, driften, en hun lotgevallen te leren kennen. Wie de economische verhoudingen wil veranderen zonder te beseffen hoe deze met de menselijke zielenontwikkeling samenhangen, die is als iemand die gelooft dat men het plan voor een stadhuis in het plan voor een kerk kan veranderen, enkel door andere stenen en andere bestanddelen te gebruiken. Wie het volk wil geven wat het toekomt, die moet vóór alles zijn oog richten op de geestelijke samenhangen waar al het materiële leven van afhangt. Hij moet zijn blik richten op de zielenkrachten, waardoor het lot van een volk geweven wordt.

Wordt vervolgd

Bron: GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 436/438)