Waarheden/Kennis/Levenskracht

De mensheid heeft voortdurend waarheden nodig die niet in elke tijd volledig kunnen worden begrepen. Waarheden in zich opnemen betekent namelijk niet alleen iets voor de kennis, maar waarheden als zodanig bevatten levenskracht. En doordat we ons met de waarheid doordringen, doordringen we onze ziel met een element van de wereld, net zoals we onszelf in ons lichaam voortdurend moeten doordringen met de van de buitenwereld ontvangen lucht, waardoor we kunnen leven. Dat is de reden waarom in de religieuze geschriften diepe waarheden worden uitgesproken, maar in zo’n vorm dat de mensen het vaak naar hun innerlijke betekenis eigenlijk pas veel, veel later kunnen erkennen, dan wanneer ze worden onthuld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – CHRISTUS UND DIE MENSCHLICHE SEELE – Norrköping, 16 juli 1914 (bladzijde 195)

Eerder geplaatst op 23 oktober 2018

johan-steiner

Johann Steiner – vader van Rudolf

Over de zin van lijden

Lijden is een begeleidend verschijnsel van de hogere ontwikkeling. Het is onontbeerlijk voor kennis. Eens zal de mens zich zeggen: Ik ben dankbaar voor wat de wereld mij geeft aan vreugde. Maar als ik echter voor de keuze gesteld zou worden, of ik mijn vreugde of mijn lijden wil behouden, zal ik het lijden willen behouden; ik kan haar niet ontberen voor kennis. Elk leed ziet er na een bepaalde tijd uit als iets dat men niet kan missen, want we moeten het beschouwen als iets dat inbegrepen is in de ontwikkeling. Er is geen ontwikkeling zonder lijden, zoals er geen driehoek zonder hoek is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 110 – Geistige Hierarchien und ihre Widerspiegelung in der physischen Welt – Düsseldorf, 21 april 1909 (bladzijde 182)

Eerder geplaatst op 20 mei 2018  (7 reacties)

SteinerRudolf_midlife

Onbescheidenheid komt eigenlijk alleen voort uit gebrek aan kennis van de mens

Onbescheidenheid komt eigenlijk alleen voort uit gebrek aan kennis van de mens. Het zal zeer zeker niet uit een indringende, veelomvattende kennis van de mens in samenhang met de wereld en de historische gebeurtenissen voortkomen dat de mens zichzelf overschat, maar het zal tot gevolg hebben dat de mens zichzelf objectiever neemt. Juist als de mens zichzelf  niet kent, ontstaan in hem die gevoelens die uit het onbekende van zijn eigen wezen komen. Instinctieve, emotionele impulsen stijgen in hem op, en deze in het onderbewuste wortelende, instinctieve emotionele impulsen, die maken de mens eigenlijk onbescheiden, arrogant en zo meer.

Bron: Rudolf Steiner – GA 236 – Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge /Zweiter Band – Dornach, 23 april 1924 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 26 april 2018  (1 reactie)

1200x1168

De antroposofie wil niet alleen kennis overbrengen

Je zou de theoretische antroposofie kunnen vergelijken met een foto. Als je heel graag iemand wilt leren kennen die je ooit eens hebt ontmoet, of met wie je door het een of ander in contact bent gebracht, en je krijgt alleen een foto. Men kan misschien plezier beleven aan de foto; maar men kan niet warm worden van de foto omdat het levende van deze mens er niet bij aanwezig is.

Theoretische antroposofie is een foto van wat antroposofie eigenlijk wil zijn, en zij wil iets levends zijn. En zij wil eigenlijk de woorden, begrippen, ideeën gebruiken om iets levends vanuit de geestelijke wereld in de fysieke wereld te laten schijnen. De antroposofie wil niet alleen kennis overbrengen, ze wil leven wekken.

Rudolf Steiner – GA 234 – ANTHROPOSOPHIE – Eine Zusammenfassung nach einundzwanzig Jahren – Dornach, 3 Februar 1924 (Seite 114-115)

dded2bb2acc255e911c54aae3323efb5-1

Onbewuste kennis

We komen door de geboorte in het bestaan op aarde (Duits: ins Dasein) met de wil om in zodanige omstandigheden terecht te komen die ons in staat stellen om onvolkomenheden van onze vorige levens te vereffenen. Dus zoeken we in de geëigende gevallen door een verborgen wil de smart op, doordat we vanuit onze voorgeboortelijke drang de onbewuste kennis hebben dat alleen de overwinning van dit lijden voor ons bepaalde belemmeringen, die we ons eerder in de weg gelegd hebben, uit de weg kan ruimen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 119 – Makrokosmos und Mikrokosmos/Die große und die kleine Welt/Seelenfragen, Lebensfragen, Geistesfragen – Wenen, 19 maart 1910 (bladzijde 31)

Eerder geplaatst op 23 december 2017   (1 reactie)

Rudolf Steiner-1