Karmische gebeurtenissen: resultaat van een spiritueel hongergevoel

De mens heeft, wanneer hij wordt geboren, honger om te doen wat hij doet, en hij geeft niet op tot de honger gestild is. De drang naar de karmische gebeurtenissen is een gevolg van zo’n algemene spirituele honger; men wordt er heen gedreven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 205 – Menschenwerden, Weltenseele und Weltengeist – Dornach, 2 juli 1921 (blz. 108)

f7decfed-dd69-4767-834f-b0eeb6dcf35e

Karma / Erfelijkheid / Muzikaliteit

Hoe brengen we de wet van karma in overeenstemming met de erfelijkheid? Er wordt gezegd dat er veel tegenstrijdigheden zijn tussen overerving en deze wet. Velen zeggen van een moreel fatsoenlijk mens dat hij de nakomeling van zo’n gezin moet zijn, dat hij het van zijn voorvaders moet hebben geërfd. Als we vanuit occult oogpunt naar de fysieke processen kijken, weten we dat dit niet het geval is. Echter kunnen we ze in bepaald opzicht wel als overervingsprocessen kenschetsen. Laten we dit duidelijk maken met een voorbeeld.

Als we bijvoorbeeld naar de familie Bach kijken, dan zien we dat er binnen tweehonderdvijftig jaar negenentwintig muzikanten zijn geboren, waaronder de grote Bach. Een goede muzikant heeft niet alleen de innerlijke muzikale bekwaamheid nodig, maar ook een fysiek goed gevormd oor, een bepaalde vorm van het oor.

Zonder inzicht kan men niet onderscheiden waar het op aankomt; men moet er diep in zien met occulte krachten. Zelfs als de verschillen klein en onbeduidend zijn, is een bepaalde vorm van de innerlijke gehoororganen noodzakelijk om muzikant te kunnen worden, en deze vormen zijn geërfd. Ze zijn in een persoon gelijkvormig met die van zijn vader, grootvader enzovoort, zoals de vorm van de neus wordt geërfd.

Laten we aannemen dat een individualiteit op het astrale plan gereed is om te incarneren en op zoek is naar een fysiek lichaam. Honderden of duizenden jaren geleden heeft deze individualiteit zich bijzondere muzikale vaardigheden verworven. Als deze geen fysiek lichaam met de juiste oren kan vinden, kan ze geen muzikant worden. Daarom streeft ze naar zo’n familie, die haar het muzikale oor geeft. Zonder dit zou haar muzikale aanleg zich niet kunnen uitleven, omdat de grootste virtuoos niets kan uitrichten als men hem geen instrument geeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 99 – Die  Theosophie  des  Rosenkreuzers: Die Technik des Karma – München, 31 mei 1907 (bladzijde 76-77)

Zie ook: Karma / Erfelijkheid (1 van 2)

Karma / Erfelijkheid (2 van 2)

Johann Sebastian Bach
Johann Sebastian Bach (1685 – 1750), German musician and composer playing the organ, circa 1725. From a print in the British Museum. (Photo by Rischgitz/Getty Images)

Eerder geplaatst op 4 mei 2020

Geen tegenstrijdigheid

Ik heb al vaak benadrukt dat er geen tegenstrijdigheid bestaat tussen natuurwetenschappelijk feiten, die terecht worden beweerd, en de geesteswetenschappelijke feiten die hier worden besproken. Dit verhoudt zich hetzelfde als bijvoorbeeld iemand zou zeggen: Hier is een mens, waarom leeft hij?

Dan kan iemand antwoorden: ‘Ik weet waarom hij leeft: hij leeft omdat hij longen heeft en omdat er buiten lucht is.’ Dat is vanzelfsprekend helemaal juist. Maar een andere persoon kan komen en zeggen: ‘Deze mens leeft door een heel andere reden. Hij is veertien dagen geleden in het water gevallen en ik sprong hem achterna aan en trok hem eruit: daarom leeft hij; want als ik er niet achteraan was gesprongen en hem uit het water had getrokken, dan leefde hij vandaag helemaal niet!’ 

Deze bewering is volkomen juist, maar de andere bewering is net zo juist. Dus het is volkomen juist, als iemand met de uiterlijke natuurwetenschap aantoont dat iemand de overgeërfde kenmerken van zijn voorouders in zich draagt; maar als men op zijn karma en andere factoren wijst, is het net zo juist.

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das  Leben  zwischen  dem  Tode und  der  neuen  Geburt im  Verhältnis zu  den  kosmischen  Tatsachen – Berlijn, 11 februari 1913 (bladzijde 142-143)

Eerder geplaatst op 30 november 2019  (1 reactie)

Het karakteristieke kenmerk van de tegenwoordige antroposoof (deel 6 van 6)  

Als we die culturele toestand willen karakteriseren, moeten we zeggen dat die uiterst gecompliceerd is. We moeten ook vaststellen dat wat de mensen doen, wat ze voor werk verrichten, steeds minder te maken heeft met waar ze liefde voor hebben. En als we zouden nagaan hoeveel mensen tegenwoordig door hun uiterlijke maatschappelijke positie werk moeten verrichten dat ze niet graag doen, dan zouden we zien dat hun aantal veel en veel groter is dan het aantal van hen die uitspreken: ‘Ik kan niet anders zeggen dan dat ik van mijn werk houd, dat het mij gelukkig en tevreden maakt.’ 

Kort geleden hoorde ik hoe iemand merkwaardige dingen tegen zijn vriend zei. ‘Overzie ik mijn leven in al zijn details, dan moet ik zeggen: als ik op dit moment mijn leven vanaf mijn geboorte zou moeten overdoen en dat zou kunnen doen zoals het mij belieft, dan zou ik weer precies hetzelfde doen wat ik tot nu toe heb gedaan.’ Daarop antwoordde zijn vriend: ‘Dan hoor jij tot een slag mensen dat in deze tijd erg zeldzaam is.’ Waarschijnlijk had deze persoon wat de meeste mensen van deze tijd betreft gelijk. Er zijn maar weinig tijdgenoten van ons die de uitspraak zouden doen dat ze dit leven, met alle vreugde, pijn, tegenslagen en weerstanden die het heeft gebracht, direct weer op zich zouden willen nemen en er heel tevreden mee zouden zijn als het hen weer precies hetzelfde zou brengen. Het valt niet te ontkennen dat dit feit, dat er tegenwoordig maar weinig mensen zijn die zogezegd hun huidige karma in alle details weer op zich zouden willen nemen, samenhangt met wat de huidige cultuur de mensheid heeft gebracht. 

Ons leven is gecompliceerder geworden, maar het is zo geworden als het is, door de verschillende karma’s van de momenteel op aarde levende individuen. Dat staat buiten kijf. Wie ook maar enig inzicht in de ontwikkelingsgang van de mensheid heeft, beseft heel goed dat we in de toekomst niet een leven tegemoet gaan dat minder gecompliceerd is. Integendeel, het leven zal alleen maar gecompliceerder worden. Het uiterlijke leven wordt steeds ingewikkelder, en hoeveel taken in de toekomst ook van de mens zullen worden afgenomen door machines: wanneer het in onze cultuur heersende klimaat niet drastisch verandert, zal het aantal mensen dat in hun fysieke incarnatie een zeker geluk kan ervaren, zeer gering zijn. En dat veranderde klimaat moet ontstaan uit het doordrongen raken van de menselijke ziel met de waarheid van reïncarnatie en karma.

Bron: Rudolf Steiner – GA 135 – Wiederverkörperung und Karma und ihre Bedeutung für die Kultur der Gegenwart – Stuttgart, 21 februari 1912 (blz. 90-91)

Nederlandse uitgave: Werkingen van het karma (blz. 296-297). 

Vertaald door Anton de Rijk en Hans Schenkels met een nawoord van Hans Peter van Manen. 

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen. Tweede druk 2004

9789060385166_front

Het karakteristieke kenmerk van de tegenwoordige antroposoof (deel 5 van 6)  

Nu kunt u natuurlijk tegenwerpen: ‘Ja, wat zijn dat voor merkwaardige dingen, vreemde dingen die je daar zegt? Bij dichters, schrijvers of andere mensen met geestelijke bezigheden zal dat wel opgaan. Tegenover hen is het mooi preken over de vreugde, de liefde en de overgave die ze moeten opbrengen voor de positie die ze in het leven hebben. Maar hoe staat het met al die mensen die op posities staan en bezigheden hebben die toch bitter weinig sympathie kunnen wekken, die de mensen het gevoel kunnen geven dat ze tot de door het leven verwaarloosden en geknechten behoren?’ 

Wie zou willen ontkennen dat heel wat inspanningen in onze huidige cultuur erop zijn gericht voortdurend verbeteringen in ons leven aan te brengen die de onvrede met zulke onaantrekkelijke levenssituaties kunnen verzachten? Hoeveel partijtjes van allerlei pluimage, hoeveel sektarische bewegingen zijn er niet die het leven in alle opzichten zo willen verbeteren dat ook in uiterlijke zin een soort draaglijkheid wordt bereikt van het aardse leven van de mensheid? 

Maar al die inspanningen houden geen rekening met het feit dat de onvrede die veel mensen juist in deze tijd met het leven moeten hebben, op tal van manieren verbonden is met de ontwikkeling van de mensheid als geheel.In wezen zijn de mensen, door de wijze waarop ze zich in het verleden hebben ontwikkeld, tot zo’n soort karma gekomen, en uit het samenspel van al die verschillende karma’s is noodzakelijkerwijs de huidige ontwikkelingstoestand van de menselijke cultuur ontstaan. 

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 135 – Wiederverkörperung und Karma und ihre Bedeutung für die Kultur der Gegenwart – Stuttgart, 21 februari 1912 (blz. 89)

Nederlandse uitgave: Werkingen van het karma (blz. 296-297). 

Vertaald door Anton de Rijk en Hans Schenkels met een nawoord van Hans Peter van Manen. 

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen. Tweede druk 2004

9789060385166_front