Vegetarisme kan ook schadelijk zijn

Stel een mens is kort geleden overgegaan op vegetarisme. Dan verloopt bij deze nieuwe vegetariër het proces in het onderlichaam op een zeer specifieke wijze. Bepaalde krachten veranderen van materiële in geestelijke. Worden ze echter niet gebruikt, dan werken ze nadelig en kunnen zelfs de hersenactiviteit beïnvloeden.

Wie niet anders actief is als bijvoorbeeld een bankier of een gewone kamergeleerde, kan zich daarbij zeer schade berokkenen, als hij niet spirituele ideeën opneemt door de krachten, die door zijn vegetarische levenswijze opgeslagen (Duits: aufgespart) worden.

Derhalve moet de vegetariër ook tegelijk tot een spiritueel leven overgaan, anders zou hij beter vleeseter kunnen blijven, zijn geheugen zou aan stoornissen kunnen lijden, bepaalde gedeelten van de hersenen zouden beschadigd kunnen worden enzovoort. Het is niet genoeg om zich met vruchten te voeden, opdat voor iemand de hoogste gebieden van het geestelijke leven ontsloten zouden worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 174-175)

Eerder geplaatst op 15 april 2016

Vegetarisme kan ook schadelijk zijn

Stel een mens is kort geleden overgegaan op vegetarisme. Dan verloopt bij deze nieuwe vegetariër het proces in het onderlichaam op een zeer specifieke wijze. Bepaalde krachten veranderen van materiële in geestelijke. Worden ze echter niet gebruikt, dan werken ze nadelig en kunnen zelfs de hersenactiviteit beïnvloeden.

Wie niet anders actief is als bijvoorbeeld een bankier of een gewone kamergeleerde, kan zich daarbij zeer schade berokkenen, als hij niet spirituele ideeën opneemt door de krachten, die door zijn vegetarische levenswijze opgeslagen (Duits: aufgespart) worden.

Derhalve moet de vegetariër ook tegelijk tot een spiritueel leven overgaan, anders zou hij beter vleeseter kunnen blijven, zijn geheugen zou aan stoornissen kunnen lijden, bepaalde gedeelten van de hersenen zouden beschadigd kunnen worden enzovoort. Het is niet genoeg om zich met vruchten te voeden, opdat voor iemand de hoogste gebieden van het geestelijke leven ontsloten zouden worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 174-175)